zondag 29 maart 2020

Schrijven en social media

Heel veel mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben één van die mensen, jij misschien ook. Als we een tekst schrijven, vinden we het leuk als iemand die leest. Via social media zoals Facebook, Twitter of Instagram kunnen we doorlinken naar onze verhalen, gedichten en blogs. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen jouw tekst zo graag willen lezen dat ze op die link klikken? Mijn blog van vandaag gaat over x do’s en don’ts om je schrijfwerk te promoten op social media. Enjoy!

1. Vertel mensen waar je tekst over gaat en waarom ze hem moeten lezen.
Dit klinkt als een open deur, maar ik zie heel vaak dat mensen op Facebook alleen een link plaatsen naar hun blog of verhaal. Hoeveel mensen er op die link klikken kan ik niet zien, maar meestal hebben zulke berichten geen likes of reacties. Probeer in een paar zinnen duidelijk te maken waar je tekst over gaat en waarom mensen hem moeten lezen, dan heb je een veel grotere kans dat ze meer willen weten en op jouw link klikken. Een voorbeeldje van zo’n tekst is een bericht van mij, geplaatst in een Facebookgroep die ‘Beginnende schrijvers’ heet:


2. Je tekst is jouw visitekaartje: let op je spelling en grammatica.
Als je de moeite doet om een tekst te schrijven, is het verstandig om ook de moeite te doen om hem na te (laten) lezen. Veel aspirant-schrijvers willen opgemerkt worden door een uitgeverij. Teksten op internet plaatsen (en die promoten) is een goede manier om uitgeverijen te lokken. Toen ik werd benaderd door redacteurs of zelf op hen afstapte, hoorde ik vrijwel altijd dat ze mijn blog hadden gelezen, een verhaal hadden gezien dat op een andere website was gepubliceerd of dat ze mijn naam kenden van Twitter.

Bij één uitgeverij is zelfs door redacteurs onderling gepraat over een recensie van mij op Goodreads, die natuurlijk helemaal niet was bedoeld als visitekaartje voor mijn eigen boek. Uitgeverijen zijn altijd op zoek naar talent en redacteuren houden internet in de gaten. Zorg ervoor dat je een zo goed mogelijke indruk maakt en dat ze jou niet onthouden als iemand die ‘ik vind’ met een t schreef. En los van de uitgeverijen: ook de gewone lezer houdt niet van slordig taalgebruik, óók niet in het promotiepraatje bij de link naar je tekst. Taalfouten in een tekst zorgen ervoor dat veel mensen afhaken - en terecht: waarom zouden anderen jou serieus nemen als je dat zelf niet doet?

3. Wees meer dan alleen een schrijver.
Je kunt niet elke dag een link naar één van jouw teksten plaatsen en verwachten dat je volgers er niet moe van worden. Bovendien ben je niet alleen schrijver, je hebt (hopelijk) ook nog een leven. Gebruik social media voor meer dan alleen promotie, zorg ervoor dat mensen jou ook als persoon leren kennen. Dat is niet alleen leuk, maar ook praktisch: mensen lezen liever een stukje van ‘die leuke man met drie honden’ dan van een vreemde. Zorg er ook voor dat je niet alleen berichten plaatst, maar ook op berichten van anderen reageert. Zo zien de volgers van die ander ook dat jij bestaat én je kunt je eigen kritische blik oefenen door feedback te geven.

4. Maak niet te veel promotie.
Op Facebook zie ik vaak mensen die een link naar hun tekst in zes tot tien groepen plaatsten. Dat betekent de Facebookvrienden van diegene zes tot tien keer een melding krijgen over dezelfde tekst. Het is niet zo dat mensen een tekst wel gaan lezen als ze tien keer zien dat je hem hebt geschreven. Vergelijk het met een pannenkoekenrestaurant: het maakt niet uit of er één bord met een kaaspannenkoek voor je neus staat of dat de bediening tien borden met een kaaspannenkoek heeft neergezet, je kunt er maar eentje op. Zo is het met de lezer ook. Als die één kaaspannenkoek krijgt en hem niet opeet, hoeft hij geen kaaspannenkoek. Het is eigenlijk vrij onbeschoft als jij daarna nog eens negen kaaspannenkoeken bij hem neerzet.

5. Moet ik nog bedenken omg

zaterdag 7 maart 2020

Een manuscript naar een uitgeverij sturen

Na mijn vorige blog was er één vraag die ik meer dan tien keer ontving: ‘Hoe kan ik ook een boek publiceren bij een reguliere uitgeverij?’ Eigenlijk is het heel simpel, want er zijn maar twee mogelijkheden:
1. Naar de uitgeverij gaan
2. De uitgeverij naar jou laten komen

Vandaag bespreek ik manier één: naar de uitgeverij gaan, of in elk geval je manuscript naar de uitgeverij laten gaan. Ik ga je vertellen of het wel nut heeft om je manuscript naar een uitgeverij te sturen, de afschuwelijke slushpile komt aan bod en we bespreken hoe je een begeleidende brief en synopsis schrijft. Aan het einde van de blogpost plaats ik een stappenplan om je manuscript naar een uitgeverij te sturen. Als je geen zin hebt in een lap tekst, scroll dus vooral naar beneden voor het stappenplan. Het is wit met groene letters, want groen is lekker positief. Enjoy!

1. Je manuscript naar een uitgeverij sturen – zinvol of zinloos?
Ik zit op Facebook in allerlei schrijversgroepen en daar lees ik vaak dat debuteren alleen is weggelegd voor BN’ers. Dat is niet waar – het is vooral een excuus van mensen die zelf zijn afgewezen. ‘Het is mij niet gelukt, maar dat komt niet doordat het verhaal nog niet goed genoeg is, nee, dat komt door iets waaraan ik zelf niets kan doen, namelijk dat ik geen BN’er ben’, zoiets. Heel begrijpelijk: zo’n excuus verzinnen is makkelijker dan kritisch naar jezelf of naar je verhaal kijken. Elke uitgeverij waar ik ooit ben geweest beschouwt het als haar missie om een meesterwerk uit de slushpile (de stapel ongevraagde manuscripten) te halen. Een goed manuscript opsturen is dus niet per se zinloos.

2. Het voordeel van de slushpile
Als je écht goed kunt schrijven, heeft de slushpile één heel groot voordeel: de meeste manuscripten zijn slechter dan dat van jou. Ik werk niet bij een uitgeverij, maar ik heb wel eens gejureerd bij een schrijfwedstrijd en de helft van de inzendingen was zo slecht geschreven dat ik mezelf moest beheersen om niet na elk verhaal een glas wijn leeg te drinken. Ik heb het niet eens over de inhoud – die was nauwelijks zichtbaar onder alle spelfouten, clichés en grammaticale handicaps. Bij de slushpile zal dat ook het geval zijn: veel mensen zijn zo blij dat ze een verhaal hebben geschreven dat ze het meteen naar een uitgeverij sturen. Als jij wél tijd besteedt aan herschrijven, spelfouten zoeken, proeflezers inschakelen en zelfreflectie, valt je manuscript meteen op, nog zonder dat we het over het verhaal zelf hebben gehad.

3. Het nadeel van de slushpile
Naast dat de kans op een afwijzing enorm is en je maandenlang tevergeefs in je mailbox zoekt naar een reactie, is er nog een complicatie. De stapel ongevraagde manuscripten is gigantisch, sommige uitgeverijen ontvangen er wel dertig per week (en 30 x 52 = 1560 manuscripten per jaar!), dus jouw manuscript kan kwijtraken. Dit is jaren geleden bij mijn manuscript ook gebeurd. Als je na een maand of vier nog geen reactie hebt gehad, kan je voorzichtig informeren, want dan zou het zomaar kunnen zijn dat jouw manuscript in de verkeerde la terecht is gekomen. Even schrikken, maar uiteindelijk een voordeel: het is een reden om rechtstreeks contact te krijgen met een redacteur! Nog voordat je manuscript is beoordeeld is, heb je een aanspreekpunt bij de uitgeverij, altijd handig. Wie weet voelt diegene zich schuldig en krijg je bij een eventuele afwijzing uitgebreide feedback (dat gebeurde destijds bij mij).




4. De begeleidende brief
Niet alleen je manuscript moet fantastisch zijn, je begeleidende brief is minstens even belangrijk. Bij punt 1) schreef ik dat veel mensen hun manuscript niet overlezen en dat jij positief kunt opvallen door dat wél te doen. Dit geldt ook voor je begeleidende brief. Veel mensen raffelen hem af en vinden hem minder belangrijk dan het manuscript. Realiseer je dat de begeleidende brief het eerste is wat de redacteur leest. Bij een sollicitatiegesprek zorg je ervoor dat je er representatief uitziet, zodat je de eerste indruk niet verpest, en je begeleidende brief heeft dezelfde functie. Verkoop jezelf als schrijver in die brief: geef bewijzen van je schrijfvaardigheid; toon aan dat je hebt nagedacht over deze stap, dat een manuscript opsturen geen bevlieging is en dat je écht schrijver wilt worden. Geef een reden waarom je juist voor de uitgeverij in kwestie kiest, zodat de redacteur weet dat jij je in de uitgeverij hebt verdiept.

5. De synopsis
Gefeliciteerd: je hebt inmiddels je manuscript zo goed mogelijk gemaakt en jezelf als schrijver verkocht in je begeleidende brief. Nu is het tijd voor je synopsis: een beknopte samenvatting van je verhaal. Kijk goed op de site van de uitgever in kwestie wat je precies moet noemen. Ik ben zelf echt ontzettend slecht in de synopsis, dus ik betwijfel of mijn ‘tips’ nuttig zijn. Hou het zo kort mogelijk, concentreer je op de personages en conflicten en vermijd spoilers niet. Probeer ook hier te laten zien dat je hebt nagedacht en niet zomaar wat op papier hebt gezet omdat het nu eenmaal moest.

6. Je manuscript naar meerdere uitgeverijen sturen
Het voelt heel onbeleefd om je manuscript naar meerdere uitgeverijen te sturen, maar toch is het slim. Het kan namelijk zijn dat uitgeverij A het manuscript bijvoorbeeld heel goed vindt, maar niet commercieel genoeg, waardoor je een afwijzing krijgt – terwijl uitgeverij B het belangrijk vindt om ook niet-commercieel werk te publiceren en je daardoor een uitnodiging ontvangt voor een gesprek. Ik zou aanraden drie uitgeverijen tegelijk te benaderen: als ze alle drie een gesprek willen, is het nog te overzien; en als ze alle drie een standaardafwijzing sturen, zijn er nog genoeg uitgeverijen over die je na enige zelfreflectie en flink wat herschrijfwerk kunt benaderen.

7. Het stappenplan
Dit stappenplan heb ik zelf gemaakt. Het is een samenvatting van de inhoud van deze blogpost, zodat je overzichtelijk op een rijtje hebt hoe je (volgens mij) de meeste kans maakt om géén afwijzing te krijgen.

Je kunt op de bovenstaande afbeelding klikken voor een beter leesbare vergroting.

Vandaag hebben we het gehad over je manuscript naar uitgeverijen sturen. Volgende week vrijdag (8 maart) plaats ik een blog over manieren om een uitgeverij naar jou toe te laten komen, zodat je dit proces kunt omzeilen. Heb je feedback, vragen, opmerkingen of doodsbedreigingen na het lezen van dit blogbericht? Laat vooral een reactie achter of stuur een mailtje naar inhoudsloosgezwam@gmail.com, dan kan ik mooi mijn zelfreflectie verder ontwikkelen.☺