zondag 29 maart 2020

Schrijven en social media

Heel veel mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben één van die mensen, jij misschien ook. Als we een tekst schrijven, vinden we het leuk als iemand die leest. Via social media zoals Facebook, Twitter of Instagram kunnen we doorlinken naar onze verhalen, gedichten en blogs. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen jouw tekst zo graag willen lezen dat ze op die link klikken? Mijn blog van vandaag gaat over x do’s en don’ts om je schrijfwerk te promoten op social media. Enjoy!

1. Vertel mensen waar je tekst over gaat en waarom ze hem moeten lezen.
Dit klinkt als een open deur, maar ik zie heel vaak dat mensen op Facebook alleen een link plaatsen naar hun blog of verhaal. Hoeveel mensen er op die link klikken kan ik niet zien, maar meestal hebben zulke berichten geen likes of reacties. Probeer in een paar zinnen duidelijk te maken waar je tekst over gaat en waarom mensen hem moeten lezen, dan heb je een veel grotere kans dat ze meer willen weten en op jouw link klikken. Een voorbeeldje van zo’n tekst is een bericht van mij, geplaatst in een Facebookgroep die ‘Beginnende schrijvers’ heet:


2. Je tekst is jouw visitekaartje: let op je spelling en grammatica.
Als je de moeite doet om een tekst te schrijven, is het verstandig om ook de moeite te doen om hem na te (laten) lezen. Veel aspirant-schrijvers willen opgemerkt worden door een uitgeverij. Teksten op internet plaatsen (en die promoten) is een goede manier om uitgeverijen te lokken. Toen ik werd benaderd door redacteurs of zelf op hen afstapte, hoorde ik vrijwel altijd dat ze mijn blog hadden gelezen, een verhaal hadden gezien dat op een andere website was gepubliceerd of dat ze mijn naam kenden van Twitter.

Bij één uitgeverij is zelfs door redacteurs onderling gepraat over een recensie van mij op Goodreads, die natuurlijk helemaal niet was bedoeld als visitekaartje voor mijn eigen boek. Uitgeverijen zijn altijd op zoek naar talent en redacteuren houden internet in de gaten. Zorg ervoor dat je een zo goed mogelijke indruk maakt en dat ze jou niet onthouden als iemand die ‘ik vind’ met een t schreef. En los van de uitgeverijen: ook de gewone lezer houdt niet van slordig taalgebruik, óók niet in het promotiepraatje bij de link naar je tekst. Taalfouten in een tekst zorgen ervoor dat veel mensen afhaken - en terecht: waarom zouden anderen jou serieus nemen als je dat zelf niet doet?

3. Wees meer dan alleen een schrijver.
Je kunt niet elke dag een link naar één van jouw teksten plaatsen en verwachten dat je volgers er niet moe van worden. Bovendien ben je niet alleen schrijver, je hebt (hopelijk) ook nog een leven. Gebruik social media voor meer dan alleen promotie, zorg ervoor dat mensen jou ook als persoon leren kennen. Dat is niet alleen leuk, maar ook praktisch: mensen lezen liever een stukje van ‘die leuke man met drie honden’ dan van een vreemde. Zorg er ook voor dat je niet alleen berichten plaatst, maar ook op berichten van anderen reageert. Zo zien de volgers van die ander ook dat jij bestaat én je kunt je eigen kritische blik oefenen door feedback te geven.

4. Maak niet te veel promotie.
Op Facebook zie ik vaak mensen die een link naar hun tekst in zes tot tien groepen plaatsten. Dat betekent de Facebookvrienden van diegene zes tot tien keer een melding krijgen over dezelfde tekst. Het is niet zo dat mensen een tekst wel gaan lezen als ze tien keer zien dat je hem hebt geschreven. Vergelijk het met een pannenkoekenrestaurant: het maakt niet uit of er één bord met een kaaspannenkoek voor je neus staat of dat de bediening tien borden met een kaaspannenkoek heeft neergezet, je kunt er maar eentje op. Zo is het met de lezer ook. Als die één kaaspannenkoek krijgt en hem niet opeet, hoeft hij geen kaaspannenkoek. Het is eigenlijk vrij onbeschoft als jij daarna nog eens negen kaaspannenkoeken bij hem neerzet.

5. Moet ik nog bedenken omg

zaterdag 7 maart 2020

Een manuscript naar een uitgeverij sturen

Na mijn vorige blog was er één vraag die ik meer dan tien keer ontving: ‘Hoe kan ik ook een boek publiceren bij een reguliere uitgeverij?’ Eigenlijk is het heel simpel, want er zijn maar twee mogelijkheden:
1. Naar de uitgeverij gaan
2. De uitgeverij naar jou laten komen

Vandaag bespreek ik manier één: naar de uitgeverij gaan, of in elk geval je manuscript naar de uitgeverij laten gaan. Ik ga je vertellen of het wel nut heeft om je manuscript naar een uitgeverij te sturen, de afschuwelijke slushpile komt aan bod en we bespreken hoe je een begeleidende brief en synopsis schrijft. Aan het einde van de blogpost plaats ik een stappenplan om je manuscript naar een uitgeverij te sturen. Als je geen zin hebt in een lap tekst, scroll dus vooral naar beneden voor het stappenplan. Het is wit met groene letters, want groen is lekker positief. Enjoy!

1. Je manuscript naar een uitgeverij sturen – zinvol of zinloos?
Ik zit op Facebook in allerlei schrijversgroepen en daar lees ik vaak dat debuteren alleen is weggelegd voor BN’ers. Dat is niet waar – het is vooral een excuus van mensen die zelf zijn afgewezen. ‘Het is mij niet gelukt, maar dat komt niet doordat het verhaal nog niet goed genoeg is, nee, dat komt door iets waaraan ik zelf niets kan doen, namelijk dat ik geen BN’er ben’, zoiets. Heel begrijpelijk: zo’n excuus verzinnen is makkelijker dan kritisch naar jezelf of naar je verhaal kijken. Elke uitgeverij waar ik ooit ben geweest beschouwt het als haar missie om een meesterwerk uit de slushpile (de stapel ongevraagde manuscripten) te halen. Een goed manuscript opsturen is dus niet per se zinloos.

2. Het voordeel van de slushpile
Als je écht goed kunt schrijven, heeft de slushpile één heel groot voordeel: de meeste manuscripten zijn slechter dan dat van jou. Ik werk niet bij een uitgeverij, maar ik heb wel eens gejureerd bij een schrijfwedstrijd en de helft van de inzendingen was zo slecht geschreven dat ik mezelf moest beheersen om niet na elk verhaal een glas wijn leeg te drinken. Ik heb het niet eens over de inhoud – die was nauwelijks zichtbaar onder alle spelfouten, clichés en grammaticale handicaps. Bij de slushpile zal dat ook het geval zijn: veel mensen zijn zo blij dat ze een verhaal hebben geschreven dat ze het meteen naar een uitgeverij sturen. Als jij wél tijd besteedt aan herschrijven, spelfouten zoeken, proeflezers inschakelen en zelfreflectie, valt je manuscript meteen op, nog zonder dat we het over het verhaal zelf hebben gehad.

3. Het nadeel van de slushpile
Naast dat de kans op een afwijzing enorm is en je maandenlang tevergeefs in je mailbox zoekt naar een reactie, is er nog een complicatie. De stapel ongevraagde manuscripten is gigantisch, sommige uitgeverijen ontvangen er wel dertig per week (en 30 x 52 = 1560 manuscripten per jaar!), dus jouw manuscript kan kwijtraken. Dit is jaren geleden bij mijn manuscript ook gebeurd. Als je na een maand of vier nog geen reactie hebt gehad, kan je voorzichtig informeren, want dan zou het zomaar kunnen zijn dat jouw manuscript in de verkeerde la terecht is gekomen. Even schrikken, maar uiteindelijk een voordeel: het is een reden om rechtstreeks contact te krijgen met een redacteur! Nog voordat je manuscript is beoordeeld is, heb je een aanspreekpunt bij de uitgeverij, altijd handig. Wie weet voelt diegene zich schuldig en krijg je bij een eventuele afwijzing uitgebreide feedback (dat gebeurde destijds bij mij).




4. De begeleidende brief
Niet alleen je manuscript moet fantastisch zijn, je begeleidende brief is minstens even belangrijk. Bij punt 1) schreef ik dat veel mensen hun manuscript niet overlezen en dat jij positief kunt opvallen door dat wél te doen. Dit geldt ook voor je begeleidende brief. Veel mensen raffelen hem af en vinden hem minder belangrijk dan het manuscript. Realiseer je dat de begeleidende brief het eerste is wat de redacteur leest. Bij een sollicitatiegesprek zorg je ervoor dat je er representatief uitziet, zodat je de eerste indruk niet verpest, en je begeleidende brief heeft dezelfde functie. Verkoop jezelf als schrijver in die brief: geef bewijzen van je schrijfvaardigheid; toon aan dat je hebt nagedacht over deze stap, dat een manuscript opsturen geen bevlieging is en dat je écht schrijver wilt worden. Geef een reden waarom je juist voor de uitgeverij in kwestie kiest, zodat de redacteur weet dat jij je in de uitgeverij hebt verdiept.

5. De synopsis
Gefeliciteerd: je hebt inmiddels je manuscript zo goed mogelijk gemaakt en jezelf als schrijver verkocht in je begeleidende brief. Nu is het tijd voor je synopsis: een beknopte samenvatting van je verhaal. Kijk goed op de site van de uitgever in kwestie wat je precies moet noemen. Ik ben zelf echt ontzettend slecht in de synopsis, dus ik betwijfel of mijn ‘tips’ nuttig zijn. Hou het zo kort mogelijk, concentreer je op de personages en conflicten en vermijd spoilers niet. Probeer ook hier te laten zien dat je hebt nagedacht en niet zomaar wat op papier hebt gezet omdat het nu eenmaal moest.

6. Je manuscript naar meerdere uitgeverijen sturen
Het voelt heel onbeleefd om je manuscript naar meerdere uitgeverijen te sturen, maar toch is het slim. Het kan namelijk zijn dat uitgeverij A het manuscript bijvoorbeeld heel goed vindt, maar niet commercieel genoeg, waardoor je een afwijzing krijgt – terwijl uitgeverij B het belangrijk vindt om ook niet-commercieel werk te publiceren en je daardoor een uitnodiging ontvangt voor een gesprek. Ik zou aanraden drie uitgeverijen tegelijk te benaderen: als ze alle drie een gesprek willen, is het nog te overzien; en als ze alle drie een standaardafwijzing sturen, zijn er nog genoeg uitgeverijen over die je na enige zelfreflectie en flink wat herschrijfwerk kunt benaderen.

7. Het stappenplan
Dit stappenplan heb ik zelf gemaakt. Het is een samenvatting van de inhoud van deze blogpost, zodat je overzichtelijk op een rijtje hebt hoe je (volgens mij) de meeste kans maakt om géén afwijzing te krijgen.

Je kunt op de bovenstaande afbeelding klikken voor een beter leesbare vergroting.

Vandaag hebben we het gehad over je manuscript naar uitgeverijen sturen. Volgende week vrijdag (8 maart) plaats ik een blog over manieren om een uitgeverij naar jou toe te laten komen, zodat je dit proces kunt omzeilen. Heb je feedback, vragen, opmerkingen of doodsbedreigingen na het lezen van dit blogbericht? Laat vooral een reactie achter of stuur een mailtje naar inhoudsloosgezwam@gmail.com, dan kan ik mooi mijn zelfreflectie verder ontwikkelen.☺


maandag 30 december 2019

2019 op Twitter: een terugblik

Ieder jaar maak ik een overzicht van de afgelopen twaalf maanden op Twitter. Ook in 2019 gebeurde er van alles: traditioneel waren er veel tv-programma's waarover getweet moest worden, ik werd een paar keer 'herkend' én Twitter hielp me zelfs met de zoektocht naar woonruimte. Met dank aan Twitter Analytics is hier mijn overzicht van 2019 op Twitter.

Twitter Analytics kijkt niet naar het aantal likes of retweets, maar naar hoeveel mensen je met je tweet hebt bereikt. Bij de hoeveelheid volgers worden de mensen die je ontvolgen niet meegerekend. Op 29 december 2018 had ik 6211 volgers. Vandaag zijn dat er 8050. Dat betekent dat er nog meer mensen meelezen met wat ik allemaal op Twitter zet, gezellig!

Januari
Deze maand kreeg ik 237 nieuwe volgers. Wat een heerlijke maand is januari altijd qua televisieprogramma's! Natuurlijk begon het nieuwe seizoen van Wie is de mol?, maar ook Heel Holland Bakt was nog bezig. Mijn televisietweets hebben door de hashtags een groot bereik, maar verrassend genoeg gaan mijn twee toptweets van januari over mijn werk.





Februari
In februari kreeg ik 130 nieuwe volgers. De televisie werd nog leuker, want ook het tweede (en helaas laatste) seizoen van De Luizenmoeder begon! Toch stond deze maand vooral in het teken van mijn totale onvermogen om normaal met de trein te reizen.


Dit was op een maandag. Ik kwam uit Tilburg en moest overstappen in Breda. De kortste route was de intercity direct richting Rotterdam, waarna ik in Rotterdam over zou stappen op de intercity naar Leiden. Op het perron stond al een intercity direct klaar, dus ik stapte zonder al te veel nadenkwerk in.


Op tijd uitstappen lukte niet meer, dus ik bleef illegaal zitten. Ondertussen ontving ik al sms'jes van mijn provider met 'Welkom in België'.


Gelukkig was het die dag heerlijk weer. Jammer dat het een maandag was, want ik kreeg heel veel suggesties voor leuke bezienswaardigheden - die allemaal dicht waren! De conclusie van dit avontuur: als je per ongeluk naar België wilt gaan, doe dit dan bij voorkeur niet op een maandag.

In februari tweette ik ook dat ik het contract had getekend voor mijn allereerste boek. Ik voerde al langer gesprekken met uitgeverijen en opeens kwam het in een stroomversnelling. Bijna een jaar later kan ik het nog steeds niet geloven. Ik ben de uitgeverij en mijn fantastische redacteur nog steeds zo dankbaar voor deze kans. Het schrijven gaat goed en aan deze roman werken is ongeveer het leukste (en engste) wat ik ooit heb gedaan!


dinsdag 10 september 2019

Zes tips om sociale situaties voor schrijvers te overleven

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract getekend voor mijn debuutroman en op mijn blog deel ik mijn ervaringen. Vandaag vertel ik over sociale situaties waaraan je als schrijver niet kunt of wilt ontsnappen: prijsuitreikingen, boekpresentaties en borrels. Deze evenementen zijn belangrijk voor het leggen van contacten en als je niet meer nerveus bent, worden ze zelfs leuk. Hier zijn zes tips om sociale situaties voor schrijvers te overleven.

1. Trek niet je nieuwste kleren aan.
Natuurlijk is het de bedoeling dat je wat leuks aantrekt, maar als je een outfit kiest die je al eerder hebt gedragen, weet je precies wat je kunt verwachten en hoef je bijvoorbeeld niet de hele avond bang te zijn dat die nieuwe high waisted broek toch afzakt. Bovendien voelt zo'n outfit vertrouwd en dat is geruststellender dan je zou denken. Hetzelfde geldt voor je haar en eventuele make-up: als ik nerveus ben, probeer ik nooit een nieuwe look uit.

2. 'Ik ken niemand' is géén excuus om niet te gaan.
De afgelopen week had ik twee borrels: één van mijn nieuwe universiteit, meteen op de eerste dag van de colleges, en één van mijn uitgeverij. Bij de eerste borrel kende ik niemand en bij de tweede bijna niemand. Binnenkomen is doodeng, maar guess what: eigenlijk is het heel makkelijk om ergens bij te gaan staan en deel te nemen aan het gesprek. Je moet (letterlijk) die stap zetten en dan komt alles goed. Als je geen idee hebt hoe je een gesprek moet beginnen: mensen praten graag over zichzelf, dus dat is een mooi startpunt.

Bovendien kan je altijd aan iemand vragen waarom hij/zij op de borrel is: 'Wat voor boeken schrijf jij?' Of bij een schrijfwedstrijd: 'Wat voor tekst heb jij ingestuurd?' Maak niet de fout om, zoals ik jaren geleden aan Ted van Lieshout vroeg op een literaire avond, te zeggen: 'Wat doe jij hier?' Hij was een heel aardige man en lachte erom, maar als je per ongeluk een redacteur te pakken hebt die interesse zou kunnen hebben in jouw manuscript, is het misschien een minder handige gespreksopener.

Vergeet niet dat je nooit de enige bent die niemand kent, anderen willen net zo graag met jou praten als jij met hen!

dinsdag 27 augustus 2019

Over mijn manuscript: halverwege en herschrijven

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract getekend voor mijn debuutroman en momenteel ben ik bezig met het verwerken van de feedback die mijn redacteur gaf op de eerste helft van het manuscript. Vandaag vertel ik over de verrassingen en uitdagingen die het herschrijven met zich meebrengt. Enjoy!

1. De eerste helft? Een redacteur leest toch pas mee als het manuscript af is?
Als jij een compleet manuscript naar een uitgeverij hebt gestuurd, leest een redacteur inderdaad een 'af' manuscript (meestal de eerste versie). Ik heb dat niet gedaan, ik had eigenlijk alleen een idee. Pas toen uitgeverijen geïnteresseerd waren, ben ik dat gaan uitwerken. Het is heel fijn om te schrijven terwijl je een redacteur hebt: zo kan je meteen hulp zoeken wanneer je vastloopt en als er een probleem opduikt, hoef je bijvoorbeeld maar 20.000 woorden te veranderen in plaats van 60.000. Dat scheelt heel veel tijd!

Zo ziet een half manuscript eruit: dubbelzijdig geprint en met ezelsoren omdat het gezellig meegaat in de trein, naar het park of naar het dakterras.

2. De volgorde veranderen
Mijn manuscript bestaat uit meerdere delen: de grootste zijn een verhaallijn in het 'nu' en flashbacks. Als je aan het schrijven bent, voelt het logisch om een bepaalde volgorde aan te houden. Zo vond ik het kennelijk een goed idee om negentig procent van de flashbacks in één hoofdstuk te proppen. Dat mag dus wat meer verspreid over het manuscript. Het is nog knap lastig om op een natuurlijke manier toe te werken naar een flashback zonder tegen de lezer te zeggen dat HIER EEN FLASHBACK IS. En wat dacht je van hoofdstukken? Wanneer is het tijd voor een nieuw hoofdstuk, wat is een goede laatste zin om een hoofdstuk af te sluiten, hoeveel scènes passen er in een hoofdstuk?

dinsdag 20 augustus 2019

Uitgeven in eigen beheer: vijf tips

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Als je wilt dat jouw verhaal wordt uitgegeven, zijn er grofweg twee paden die je kunt bewandelen: uitgeven via een reguliere uitgeverij of uitgeven in eigen beheer. Mijn vorige blog ging over reguliere uitgeverijen. Vandaag vertel ik over de tweede optie: uitgeven in eigen beheer. Wat is dat eigenlijk? Waarom zou je daarvoor kiezen? Hoe pak je dat aan?

1. Oriënteer je op wat uitgeven in eigen beheer inhoudt.
Bij een reguliere uitgeverij werk je samen met een redacteur aan je boek. De uitgeverij bepaalt samen met jou hoe het boek eruit komt te zien, zorgt ervoor dat er een professionele kaft komt, regelt recensie-exemplaren, stuurt persberichten, heeft een netwerk met nuttige contacten en begeleidt jou tijdens het volledige proces (voor dit alles hoef je niet te betalen: als er wel geld wordt gevraagd, heb je te maken met een vanity press). Wanneer je ervoor kiest om in eigen beheer te publiceren, moet je dit (veelal) zelf doen. Tenzij je zelf een fantastisch netwerk hebt, is de kans groot dat jouw boek hierdoor niet in de boekhandel terechtkomt en dat (grote) media jouw boek niet zullen recenseren. Kortom: als je een bestseller wilt schrijven, is eigen beheer misschien niet de manier van uitgeven die bij jou past.

Als je een verhaal voor bijvoorbeeld alleen familieleden, collega's of lotgenoten schrijft, is eigen beheer een heel fijne en betaalbare manier om een boek te maken. Bedenk vooraf goed wat jouw verwachtingen zijn van een boek, welke ambities je hebt: is schrijven een hobby of wil je professioneel auteur worden?


dinsdag 16 juli 2019

Ervaringen met reguliere uitgeverijen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Daarvoor heb je meestal een uitgeverij nodig. Op internet lees ik veel negatieve verhalen over traditionele, reguliere uitgeverijen. De afgelopen jaren heb ik een aantal van deze uitgeverijen beter leren kennen en begin 2019 tekende ik het contract voor mijn debuutroman bij Atlas Contact. Vandaag vertel ik over mijn ervaringen met redacteurs, afwijzingen en het schrijven van een boek. Zijn de negatieve verhalen terecht?

1. Redacteurs zijn aardig.
Online zie ik vaak kritiek op stagiairs en redacteurs. Dit is onterecht. Elke redacteur of stagiair met wie ik ooit heb gesproken was ongelooflijk aardig, zelfs wanneer hij of zij geen interesse in mijn werk had. Het zijn mensen die van lezen houden en goede boeken willen maken. Je kunt een redacteur verwijten dat jouw manuscript is afgewezen, maar dat ligt lang niet altijd aan hem of haar: misschien is het niet goed genoeg geschreven of heb je de pech dat de uitgeverij al een vergelijkbare publicatie op de planning heeft staan.

2. Uitgeverijen geven wél debutanten uit.
Mensen roepen veel te vaak dat uitgeverijen geen debutanten aanmoedigen, of dat er alleen BN’ers worden uitgegeven. Hier heb ik uitgelegd waarom dat niet klopt. Een reguliere uitgeverij vinden is niet makkelijk. Bij mij duurde het jaren. Ik heb meegedaan aan schrijfwedstrijden, een zomerkamp, een talentontwikkelingstraject en een Parijsresidentie. Ik heb talloze verhalen geschreven, hopeloos gefaald, afwijzingen geteld, overwogen om te stoppen, prijzen gewonnen, genoten, vrienden gemaakt en heel veel plezier gehad. Dat zijn stappen die veel debutanten zetten voordat ze bij een uitgeverij terechtkomen. Het is hard werken. Ik begrijp dat het makkelijker is om te zeggen dat uitgeverijen geen debutanten willen of dat alleen BN’ers welkom zijn, maar doe niet alsof dat de waarheid is.

vrijdag 10 mei 2019

Zes tips om je boek écht af te maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Aan een groot project werken is ongelooflijk leuk, maar het kan ook lastig zijn, omdat je bijvoorbeeld fulltime werkt, studeert of het druk hebt, waardoor het schrijven niet snel gaat. Een paar maanden geleden tekende ik het contract voor mijn debuutroman en vandaag schrijf ik een blog over zes praktische tips die je helpen om je boek écht af te maken.

1. Maak een samenvatting van je verhaal (de synopsis).
Het maakt niet uit of je het voor of tijdens het schrijven doet, maar het op papier zetten van de belangrijkste ontwikkelingen van je verhaal is heel handig. Niet alleen krijg je een beeld van de omvang van het verhaal en de rol die de personages spelen in jouw plot, ook kan je tijdens het schrijven al toewerken naar de hoogtepunten van het verhaal, zoals bijvoorbeeld een moord of een plottwist. Daarnaast zorgt dit ervoor dat je je tijdens het maken van de planning (zie punt 3 en 4) al kunt verheugen op wat je nog gaat schrijven.

2. Deel je verhaal op in kleinere stukken.
‘Ik ga een boek schrijven van 60.000 woorden’ is een vrij schokkende gedachte. Daarom heb ik mijn eigen boek een twee akten-structuur gegeven, net als veel toneelstukken en musicals hebben. Voor mijn gevoel hoef ik nu maar twee keer 30.000 woorden te schrijven. Toen ik 15.000 woorden had geschreven, had ik al de helft van de eerste akte op papier staan – dat is een stuk motiverender dan bedenken dat er nog 45.000 moesten volgen om bij de 60.000 te komen. Een veel gebruikte structuur voor boeken is de drie akten-structuur. Voel je echter vrij om – net als ik heb gedaan – een eigen vorm te kiezen, elk verhaal is anders en elke schrijver ook.

vrijdag 12 april 2019

Vier gedachten die een schrijver onzeker maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Eerder dit jaar tekende ik het contract voor mijn debuutroman en een week geleden had ik mijn eerste borrel bij de uitgeverij. Onderweg ernaartoe had ik een lichte vorm van doodsangst: ik zou mensen ontmoeten die een boek hadden geschreven, daar nog mee bezig waren of boeken maakten – kortom, mensen die veel interessanter waren dan ik. Waar was ik mee bezig? Kon ik wel een boek schrijven? Zouden die mensen wel met mij willen praten? In dit blogbericht bespreek ik vier gedachten die een schrijver onzeker maken én hoe je daarmee om kunt gaan. Enjoy!

1. ‘Ik kan dit niet.’
Het is niet erg om te denken dat je iets niet kunt. Het is alleen jammer dat deze gedachte zichzelf vaak herhaalt, waardoor je het zo druk hebt met denken dat je bijvoorbeeld geen boek kunt schrijven dat je geen tijd meer over hebt om dat boek te schrijven. Wat mij helpt, is letterlijk een kookwekker zetten: tien minuten lang mag ik genieten van mijn eigen zelfmedelijden en verdrinken in negatieve gedachten, maar zodra de wekker een rotherrie maakt, is het klaar. Hoewel dit de eerste keren misschien een beetje raar voelt, weten je hersenen na een tijdje dat ze tijdens het schrijven niet mogen denken dat je het niet kunt.

2. ‘Die persoon reageerde niet enthousiast toen ik vertelde waar mijn boek over gaat.’
Dit overkwam mij en ik ontdekte dat je twee dingen kunt doen: de persoon in kwestie de nek omdraaien of dansen van blijdschap. Optie één is wellicht interessant als je inspiratie zoekt voor een nieuw boek, maar optie twee zorgt ervoor dat je dat nieuwe boek niet in de gevangenis hoeft te schrijven. Daarnaast is het logisch dat mensen niet enthousiast zijn: een boek bevat zo’n 50.000 woorden en jouw uitleg ongeveer drie zinnen. Als het verhaal in drie zinnen verteld kon worden, had je geen boek hoeven schrijven. Het gebrek aan enthousiasme betekent dus eigenlijk dat het goed is dat je een boek schrijft!


vrijdag 29 maart 2019

Vijf dingen die je niet tegen je proeflezers moet zeggen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Naast dat ik schrijf, lees ik veel. Ik plaats regelmatig recensies op Hebban en Goodreads en daarnaast doe ik redactiewerk voor de bundels van Historische Verhalen. Vrienden, kennissen en onbekenden vragen vaak of ik hun inzending voor bijvoorbeeld een schrijfwedstrijd wil proeflezen. Mijn blog van vandaag gaat over vijf dingen die je beter niet tegen je proeflezers kunt zeggen. Enjoy!

1. ‘Je moet blij zijn dat ik jou vraag om mijn tekst te lezen.’
Veel beginnende schrijvers zijn trots op hun tekst. Dat is logisch, het is een prestatie dat je een compleet verhaal op papier hebt gekregen. Een tekst is echter vergelijkbaar met een huisdier: voor jou het leukste ter wereld, maar voor de rest van de mensheid niet altijd even boeiend. Een proeflezer leest jouw tekst om jou te helpen, dus jij bent degene die ‘blij moet zijn’.

2. ‘Als je mijn boek van 50.000 woorden proefleest, krijg je 50 euro. Goeie deal, toch?’
Dit is typisch zo’n vraag waarop iedereen nee zou moeten zeggen. Sommige mensen voelen zich door het woord ‘boek’ of ‘manuscript’ vereerd dat zij als eerste zo’n tekst mogen lezen en zien die vijftig euro als cadeautje, maar zo'n sprookje is het niet. Het is afzetterij. Mijn ervaring is dat ik, als ik een verhaal van een beginnende schrijver grondig proeflees, maximaal 1500 woorden per uur kan beoordelen. Uit een snelle berekening blijkt dat ik minstens 33 uur bezig ben met een manuscript van 50.000 woorden. Dat komt neer op een loon van €1,50 per uur. Dan kan je jezelf na het verbeteren van een hoofdstuk trakteren op een ijshoorn met één bolletje. Jammer wanneer je toevallig zin hebt in aardbei én chocola.