dinsdag 16 juli 2019

Ervaringen met reguliere uitgeverijen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Daarvoor heb je meestal een uitgeverij nodig. Op internet lees ik veel negatieve verhalen over traditionele, reguliere uitgeverijen. De afgelopen jaren heb ik een aantal van deze uitgeverijen beter leren kennen en begin 2019 tekende ik het contract voor mijn debuutroman bij Atlas Contact. Vandaag vertel ik over mijn ervaringen met redacteurs, afwijzingen en het schrijven van een boek. Zijn de negatieve verhalen terecht?

1. Redacteurs zijn aardig.
Online zie ik vaak kritiek op stagiairs en redacteurs. Dit is onterecht. Elke redacteur of stagiair met wie ik ooit heb gesproken was ongelooflijk aardig, zelfs wanneer hij of zij geen interesse in mijn werk had. Het zijn mensen die van lezen houden en goede boeken willen maken. Je kunt een redacteur verwijten dat jouw manuscript is afgewezen, maar dat ligt lang niet altijd aan hem of haar: misschien is het niet goed genoeg geschreven of heb je de pech dat de uitgeverij al een vergelijkbare publicatie op de planning heeft staan.

2. Uitgeverijen geven wél debutanten uit.
Mensen roepen veel te vaak dat uitgeverijen geen debutanten aanmoedigen, of dat er alleen BN’ers worden uitgegeven. Hier heb ik uitgelegd waarom dat niet klopt. Een reguliere uitgeverij vinden is niet makkelijk. Bij mij duurde het jaren. Ik heb meegedaan aan schrijfwedstrijden, een zomerkamp, een talentontwikkelingstraject en een Parijsresidentie. Ik heb talloze verhalen geschreven, hopeloos gefaald, afwijzingen geteld, overwogen om te stoppen, prijzen gewonnen, genoten, vrienden gemaakt en heel veel plezier gehad. Dat zijn stappen die veel debutanten zetten voordat ze bij een uitgeverij terechtkomen. Het is hard werken. Ik begrijp dat het makkelijker is om te zeggen dat uitgeverijen geen debutanten willen of dat alleen BN’ers welkom zijn, maar doe niet alsof dat de waarheid is.

vrijdag 10 mei 2019

Zes tips om je boek écht af te maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Aan een groot project werken is ongelooflijk leuk, maar het kan ook lastig zijn, omdat je bijvoorbeeld fulltime werkt, studeert of het druk hebt, waardoor het schrijven niet snel gaat. Een paar maanden geleden tekende ik het contract voor mijn debuutroman en vandaag schrijf ik een blog over zes praktische tips die je helpen om je boek écht af te maken.

1. Maak een samenvatting van je verhaal (de synopsis).
Het maakt niet uit of je het voor of tijdens het schrijven doet, maar het op papier zetten van de belangrijkste ontwikkelingen van je verhaal is heel handig. Niet alleen krijg je een beeld van de omvang van het verhaal en de rol die de personages spelen in jouw plot, ook kan je tijdens het schrijven al toewerken naar de hoogtepunten van het verhaal, zoals bijvoorbeeld een moord of een plottwist. Daarnaast zorgt dit ervoor dat je je tijdens het maken van de planning (zie punt 3 en 4) al kunt verheugen op wat je nog gaat schrijven.

2. Deel je verhaal op in kleinere stukken.
‘Ik ga een boek schrijven van 60.000 woorden’ is een vrij schokkende gedachte. Daarom heb ik mijn eigen boek een twee akten-structuur gegeven, net als veel toneelstukken en musicals hebben. Voor mijn gevoel hoef ik nu maar twee keer 30.000 woorden te schrijven. Toen ik 15.000 woorden had geschreven, had ik al de helft van de eerste akte op papier staan – dat is een stuk motiverender dan bedenken dat er nog 45.000 moesten volgen om bij de 60.000 te komen. Een veel gebruikte structuur voor boeken is de drie akten-structuur. Voel je echter vrij om – net als ik heb gedaan – een eigen vorm te kiezen, elk verhaal is anders en elke schrijver ook.

vrijdag 12 april 2019

Vier gedachten die een schrijver onzeker maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Eerder dit jaar tekende ik het contract voor mijn debuutroman en een week geleden had ik mijn eerste borrel bij de uitgeverij. Onderweg ernaartoe had ik een lichte vorm van doodsangst: ik zou mensen ontmoeten die een boek hadden geschreven, daar nog mee bezig waren of boeken maakten – kortom, mensen die veel interessanter waren dan ik. Waar was ik mee bezig? Kon ik wel een boek schrijven? Zouden die mensen wel met mij willen praten? In dit blogbericht bespreek ik vier gedachten die een schrijver onzeker maken én hoe je daarmee om kunt gaan. Enjoy!

1. ‘Ik kan dit niet.’
Het is niet erg om te denken dat je iets niet kunt. Het is alleen jammer dat deze gedachte zichzelf vaak herhaalt, waardoor je het zo druk hebt met denken dat je bijvoorbeeld geen boek kunt schrijven dat je geen tijd meer over hebt om dat boek te schrijven. Wat mij helpt, is letterlijk een kookwekker zetten: tien minuten lang mag ik genieten van mijn eigen zelfmedelijden en verdrinken in negatieve gedachten, maar zodra de wekker een rotherrie maakt, is het klaar. Hoewel dit de eerste keren misschien een beetje raar voelt, weten je hersenen na een tijdje dat ze tijdens het schrijven niet mogen denken dat je het niet kunt.

2. ‘Die persoon reageerde niet enthousiast toen ik vertelde waar mijn boek over gaat.’
Dit overkwam mij en ik ontdekte dat je twee dingen kunt doen: de persoon in kwestie de nek omdraaien of dansen van blijdschap. Optie één is wellicht interessant als je inspiratie zoekt voor een nieuw boek, maar optie twee zorgt ervoor dat je dat nieuwe boek niet in de gevangenis hoeft te schrijven. Daarnaast is het logisch dat mensen niet enthousiast zijn: een boek bevat zo’n 50.000 woorden en jouw uitleg ongeveer drie zinnen. Als het verhaal in drie zinnen verteld kon worden, had je geen boek hoeven schrijven. Het gebrek aan enthousiasme betekent dus eigenlijk dat het goed is dat je een boek schrijft!


vrijdag 29 maart 2019

Vijf dingen die je niet tegen je proeflezers moet zeggen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Naast dat ik schrijf, lees ik veel. Ik plaats regelmatig recensies op Hebban en Goodreads en daarnaast doe ik redactiewerk voor de bundels van Historische Verhalen. Vrienden, kennissen en onbekenden vragen vaak of ik hun inzending voor bijvoorbeeld een schrijfwedstrijd wil proeflezen. Mijn blog van vandaag gaat over vijf dingen die je beter niet tegen je proeflezers kunt zeggen. Enjoy!

1. ‘Je moet blij zijn dat ik jou vraag om mijn tekst te lezen.’
Veel beginnende schrijvers zijn trots op hun tekst. Dat is logisch, het is een prestatie dat je een compleet verhaal op papier hebt gekregen. Een tekst is echter vergelijkbaar met een huisdier: voor jou het leukste ter wereld, maar voor de rest van de mensheid niet altijd even boeiend. Een proeflezer leest jouw tekst om jou te helpen, dus jij bent degene die ‘blij moet zijn’.

2. ‘Als je mijn boek van 50.000 woorden proefleest, krijg je 50 euro. Goeie deal, toch?’
Dit is typisch zo’n vraag waarop iedereen nee zou moeten zeggen. Sommige mensen voelen zich door het woord ‘boek’ of ‘manuscript’ vereerd dat zij als eerste zo’n tekst mogen lezen en zien die vijftig euro als cadeautje, maar zo'n sprookje is het niet. Het is afzetterij. Mijn ervaring is dat ik, als ik een verhaal van een beginnende schrijver grondig proeflees, maximaal 1500 woorden per uur kan beoordelen. Uit een snelle berekening blijkt dat ik minstens 33 uur bezig ben met een manuscript van 50.000 woorden. Dat komt neer op een loon van €1,50 per uur. Dan kan je jezelf na het verbeteren van een hoofdstuk trakteren op een ijshoorn met één bolletje. Jammer wanneer je toevallig zin hebt in aardbei én chocola.

vrijdag 15 maart 2019

Wat mensen verwachten als je een boek schrijft

In mijn vorige blog vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Sommigen werken aan een boek. Ik bijvoorbeeld, jij misschien ook. Het maakt niet uit in welk genre je schrijft, of je al een uitgeverij hebt gevonden (of van plan bent het boek in eigen beheer uit te brengen) en hoe ver je al bent. Zodra je de wereld hebt verteld dat je een boek schrijft, zal je merken dat mensen een bepaald beeld hebben van een schrijver – en dat dat beeld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid. Mijn blog van deze week gaat over vijf dingen die mensen verwachten als je een boek schrijft en wat je daadwerkelijk doet als je een boek schrijft. Enjoy!

1. Je hebt geen tijd meer voor familie en vrienden.
Ja, een boek schrijven kost tijd. Wat veel mensen echter vergeten, is dat iemand die serieus aan een boek werkt waarschijnlijk al jaren tijd inroostert voor schrijven: korte verhalen, blogs, poëzie, manuscripten die nooit een boek zijn geworden… Veel beginnende schrijvers hebben, bewust of onbewust, een schrijfritme. Het boek zal een plaats krijgen binnen dat ritme en je sociale leven heeft daar weinig mee te maken. Het is waarschijnlijker dat je minder blogs zult schrijven dan dat je afspraken met vrienden moet afzeggen. Natuurlijk is ‘sorry, ik móét aan mijn boek werken’ wel het beste excuus ooit als je geen zin hebt om naar een saaie familieverjaardag te gaan.

2. Je moet inspiratie voor je boek opdoen in het buitenland.
Helemaal onlogisch is deze verwachting niet, want er zijn mensen die aan hun eerste boek werken en die inderdaad naar het buitenland gaan. Het klinkt heel romantisch en fantastisch, maar tenzij je een paar duizend euro van je uitgever of een slachtoffer van afpersing hebt gekregen is het niet altijd haalbaar. Zeker bij een eerste boek is het schrijven een leerproces of hobby. Zaken als studie, werk of een gezin zorgen ervoor dat het heel lastig is om een paar maanden van huis te gaan. Eén troost: gelukkig is Google Maps ook heel leuk – en bovendien heb je op Google Maps nooit last van luchtvervuiling, malaria of vogelspinnen.

vrijdag 8 maart 2019

3 redenen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent

In Nederland doen één miljoen mensen aan creatief schrijven (bron). Ik ben er één van en jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract voor mijn eerste boek getekend, maar veel van deze miljoen mensen zijn nog niet zover. Logisch: iedereen heeft een ander tempo en een ander doel. Toch zijn er mensen die graag hun boek willen publiceren en bij wie het niet lukt. Hoe komt dat? Een gebrek aan talent? Aan zelfreflectie? Of is het toch allemaal de schuld van de Nederlandse uitgeverijen? De blogpost van vandaag gaat over drie slechte excuses die je kunt gebruiken als je wilt uitleggen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent. Ik zou willen dat ik ze had verzonnen, maar helaas heb ik ze echt gelezen. Enjoy!

1. Je moet BN’er zijn om bij een uitgeverij binnen te komen.
Dit excuus is speciaal voor iedereen die de hoop op debuteren heeft opgegeven. De kans dat je BN’er wordt, is namelijk nog kleiner dan de kans dat een uitgeverij je boek wil hebben. Hierdoor hoef je je niet meer af te vragen waarom je manuscript wordt afgewezen. Je hoeft je manuscript niet meer kritisch door te lezen om te kijken of het misschien toch niet zo goed is als je dacht. Je hoeft geen cursus ‘zelfreflectie voor beginners’ meer te volgen. Echt een topreden - alleen jammer dat dit statement niet waar is. Hieronder staat de longlist van de ANV Debutantenprijs 2018 (gejat van de website). Dit is een prijs voor debutanten, dus voor schrijvers die hun eerste roman hebben gepubliceerd.

Je kunt op de afbeelding klikken voor een versie die beter leesbaar is.

Natuurlijk zijn dit namen van influencers of bekende televisiepresentatoren. Je kent ze allemaal, toch? Gelukkig kijken er steeds minder mensen tv, dus wie weet heb je in de toekomst alsnog succes met dit excuus. En anders kan je altijd nog verhuizen naar een streng-christelijke gemeente waar niemand een televisie heeft of doet alsof.

vrijdag 22 februari 2019

Ik word schrijver, maar niet rijk

Inmiddels is het alweer een paar weken geleden dat ik het contract tekende voor mijn debuutroman bij uitgeverij Atlas Contact. Ik heb zoveel reacties gekregen dat mijn ego nog steeds rond de top van de Mount Everest zweeft. Het valt me alleen wel op dat veel mensen een verkeerd beeld hebben van het schrijven van een (eerste) boek. Daarom lijkt het me leuk om de meest voorkomende misverstanden op een rijtje te zetten. Enjoy!

1. Wow, je wordt BN’er!
Van schrijven word je niet beroemd. Als je per ongeluk een bestseller hebt geschreven misschien wel, maar de meeste auteurs (en zeker de meeste debutanten) hebben dat geluk niet. Ik mag al een feestje geven als er duizend exemplaren van mijn boek worden verkocht. Om het in perspectief te plaatsen: meer mensen zullen mij kennen van Twitter dan van dat boek.

2. Gefeliciteerd! Nu weet ik bij wie ik moet zijn als ik geld moet lenen.
Het is een heel groot misverstand dat schrijven je rijk maakt. In de vorige alinea schreef ik dat ik heel blij mag zijn als er duizend exemplaren van mijn boek worden verkocht, dat is veel voor een debuut. Ik verdien 10% van de verkoopprijs van het boek. Stel dat mijn boek twintig euro zou kosten, dan zou ik met duizend verkochte exemplaren (€2,- x 1000) tweeduizend euro verdienen.* Ongeveer een maandsalaris, best leuk, tot je bedenkt dat ik waarschijnlijk zo’n twee tot drie jaar aan dat boek heb gewerkt. Als je rijk wilt worden, kan je beter een andere carrière kiezen dan schrijver.

* = dit is eigenlijk ingewikkelder, maar het gaat iets te ver dat nu uit te leggen.

zondag 30 december 2018

2018 op Twitter: een terugblik

Vorig jaar maakte ik voor het eerst een overzicht van mijn jaar op Twitter en tot mijn verassing kreeg ik de vraag of ik dat ook voor 2018 ging doen. Natuurlijk, ik ben niet vies van wat egocentrisch gedrag. 2018 was een nog beter jaar dan 2017. Zo was ik te gast bij Radio 1 voor De Taalstaat, waar ik door Frits Spits werd geïnterviewd (hier kan je het fragment terugluisteren), kreeg ik een special met mijn tweets bij Dit Is Waarom Mensen Op Twitter Zitten en stond ik in de Twitter Top 500 (op plaats 269). Met dank aan Twitter Analytics is hier het overzicht van mijn 2018 op Twitter.

Twitter Analytics kijkt niet naar het aantal likes of retweets, maar naar hoeveel mensen je met je tweet hebt bereikt. Bij de hoeveelheid volgers worden de mensen die je ontvolgen niet meegerekend. Op 29 december 2017 had ik 3042 volgers. Vandaag zijn dat er 6211, dus dat betekent dat ik nu nog beter moet opletten wat ik tweet omdat er nog meer mensen meelezen, yay!

Januari
In januari kreeg ik 636 nieuwe volgers. Dat kwam vooral doordat twee tweets op één dag viral gingen. Er was een storm - letterlijk.



De jacuzzi bleef helaas staan, maar mensen op Twitter zijn heel sociaal, dus ik kreeg andere mooie dingen aangeboden.



Iedereen die Twitter kent, weet natuurlijk dat elke discussie vroeg of laat ontspoort. In dit geval was het vroeg.



Verder was ik deze maand te horen op Radio 1 en natuurlijk was januari ook de maand waarin Wie is de mol? weer begon. En wat een begin was het, we werden getrakteerd op de beste opening ooit!



Februari
In februari kreeg ik 170 nieuwe volgers, een flinke dip na januari. Op televisie hadden we de Olympische Winterspelen, Wie is de mol? en natuurlijk De Luizenmoeder. In mijn beste tweet van de maand verwelkomde ik de koning als erelid van de Mobiele Brigade.



Ik bedenk graag dat hij zijn kinderen aan het appen was dat ze NU de televisie moeten aanzetten, of zijn moeder om te klagen dat de stoeltjes wel erg hard waren. De koning was overigens ook de meest enthousiaste supporter van de Nederlandse schaatsers.



De Luizenmoeder was natuurlijk fantastisch en daar tweette ik veel over. Zo bespraken juf Ank, juf Helma en directeur Anton hoe ze geslachtsdelen zouden benoemen tijdens de seksuele voorlichting. Heerlijk actueel, aangezien de vagina sinds een paar weken opeens een poenie zou moeten heten (poeniet dus).



Maart
Ik kreeg precies 500 nieuwe volgers. Maart is altijd een verdrietige maand voor de televisie, want Wie is de mol? en alle andere leuke programma's die in januari zijn begonnen zijn aan het begin van deze maand afgelopen. Dit jaar viel Pasen in maart en dat betekent dat The Passion op televisie was. Mijn tweets over dat programma waren niet zo boeiend, maar gelukkig gebeurden er ook andere dingen. Zo was er natuurlijk de ophef van het Reformatorisch Dagblad over een reclamecampagne met twee zoenende mannen:



Overigens heb ik die petitie echt gemaakt, maar de website waarop ik dat deed keurde hem niet goed. Gelukkig hadden andere mensen op Twitter acties die wél werkten.

Verder had ik in maart een briljante ingeving over wie de nieuwe presentator van Wie is de mol? had moeten worden.



Ten slotte is maart natuurlijk ook de maand voor april en we weten allemaal met welke mooie dag april begint. Vooral de NS bezorgden (ja, meervoud, NS staat voor Nederlandse Spoorwegen) ons voorpret.



April
In april kreeg ik 693 nieuwe volgers, het hoogste aantal in 2018. Mijn televisietweets gingen vooral over de Formule 1 en Bed & Breakfast. Maar natuurlijk was er ook de social media-ophef over Dotan, die een trollerleger had gecreëerd om zichzelf de hemel in te prijzen en andere zangers de grond in te boren.



Verrassend genoeg ging mijn tweet over de Formule 1 die de meeste mensen heeft bereikt niet over een race. Bizar genoeg wel over mensen die het nodig vonden seksistische opmerkingen te maken omdat ik geniet van de races.



De eerste races van het jaar waren overigens niet zo'n positieve ervaring voor de fans van Max Verstappen.



Eigenlijk was april helemaal niet zo'n leuke maand. Ik kreeg veel nare tweets en privéberichten (DM's). Nadat iemand me een 'domme zeug' noemde en in slecht Nederlands voorspelde dat al mijn volgers meteen weg zouden zijn zodra ik een foto zonder make-up zou plaatsen, zette ik een foto van mezelf zonder make-up online.



Wat er gebeurde is een hoogtepunt van mijn Twitterjaar: mensen besloten massaal mij juist te gaan volgen en zo werd april de maand waarin ik de meeste volgers kreeg (en waarin ik een arrogante trut werd dankzij alle lieve reacties).

Mei
Toen was het alweer mei. Ik kreeg 200 nieuwe volgers en het was tijd voor het songfestival, het absolute hoogtepunt van televisiekijkend Twitter! Helaas kon ik niet aanwezig zijn bij de live kijken-en-twitteren-avond die The Best Social Media had georganiseerd, maar ik kon wel live kijken. Wat was Waylon fantastisch en wat had hij een hogere plek verdiend.







Natuurlijk tweette ik ook over de andere landen.



Juni
In juni kreeg ik 70 nieuwe volgers, een dieptepunt van het jaar, hoewel ik het zelf nog steeds heel veel vind. Dat zijn meer dan twee nieuwe volgers per dag. De televisie was in juni niet zo heel spannend, dus mijn beste tweets volgens Twitter Analytics gingen over mij. Allereerst was er natuurlijk mijn nieuwe profielfoto, geschoten tijdens het finaleweekend van de schrijfwedstrijd Write Now!.



Misschien werd ik daarom opeens minder gevolgd dan in de voorgaande maanden. Nee, dat meen ik niet, de foto is heel mooi geschoten. Tijdens dat weekend werd ik ook nog eens derde. Waarschijnlijk omdat de organisatie medelijden met me had, ik stond al voor de vierde keer in die finale en ik had de top drie (of de eervolle vermeldingen) nog nooit gehaald.



Verder deelde ik ook wat 'studie struggles' op Twitter.



Maar ik zal juni vooral onthouden als de maand waarin ik bijna werd vermoord.



Juli
In juli kreeg ik 74 nieuwe volgers, dus het ging weer de goede kant op! Op televisie was veel sport, zoals voetbal en Formule 1. Daarnaast begon ik op Twitter bij te houden welke boeken ik uitgebreid recenseer. Het hoogtepunt van deze maand was natuurlijk de ongelooflijk goed zichtbare bloedmaan.



Verder vermaakte ik me nog even met Tinder.



En het werd ook duidelijk waarom de bovenstaande Tindermatch en ik niet voor elkaar waren bestemd.




Augustus
In augustus kreeg ik 121 nieuwe volgers. Wat vooral opviel op televisie, was de fantastische uitzending van Zomergasten met Louis van Gaal.



Verder tweette ik in augustus vooral over kleren.





September
In september kreeg ik 218 nieuwe volgers. Het was een prachtige maand, afgezien van het verdriet omdat de vakantie voorbij was, want alle fans van leedvermaak werden op hun wenken bediend met Ik vertrek en Boer Zoekt Vrouw. Ook mijn opa is fan.



Gelukkig was ook dit seizoen weer een bron van vermaak voor velen.



Helaas niet voor iedereen.



Gelukkig had Ik vertrek meer inhoud.



Oktober
Ik kreeg 178 nieuwe volgers. Boer Zoekt Vrouw en Ik vertrek waren nog steeds op televisie en ook was het tijd voor het Televiziergala. Beau van Erven-Dorens won terecht met zijn prachtige documentairereeks Five Days Inside. Voor sommige mensen was het een minder prettige maand.



Komende februari begint De Luizenmoeder weer, dat tijdens het gala ook in de prijzen viel.



November
In november kreeg ik 89 nieuwe volgers. Boer Zoekt Vrouw was nog steeds op televisie en alle sceptici, inclusief ik, werden ervan overtuigd dat de liefde nog niet is uitgestorven.



Verder werd ik twee keer voorbijgereden door de bus in een dorp waar je driehonderd jaar op de volgende moet wachten, terwijl ik gewoon zwaaide. Ik wacht nog steeds op een reactie van de busmaatschappij op mijn klachten. Maar goed, het is bijna het einde van het jaar, dus laten we positief blijven.



December
In december heb ik tot nu toe 94 nieuwe volgers gekregen en passeerde ik de magische grens van 6200 volgers. Het seizoen van Boer Zoekt Vrouw eindigde helaas, maar gelukkig kregen we daarvoor Heel Holland Bakt in de plaats.



En daarnaast is december natuurlijk de maand van de feestdagen - en de maand waarin ik mijn innerlijke kerstboom ontdekte.



Nawoord
Vorig jaar waren mijn beste tweets (lees: met de meeste interactie) vooral tweets over televisie, maar dit jaar doen tweets over mijn eigen leven het erg goed. Opvallend is dat het aantal nieuwe volgers per maand erg uiteenloopt: in juni had ik er 70, in april 693. Als je hier een grafiekje van zou maken, wat ik niet doe omdat ik al veel te veel tijd aan deze onzin heb besteed, krijg je een nogal schokkerig geheel. De conclusie is dat ik het nog steeds erg leuk vind op Twitter en dat het me eigenlijk niet boeit hoeveel volgers ik krijg. Vorig jaar vond ik 3000 veel en 6211 is ook veel, het is geen ander gevoel of iets dergelijks. Bovendien zijn er veel belangrijkere dingen in het leven, zoals Tony Chocolonely karamel zeezout of heksenkaas met chili.


zaterdag 6 oktober 2018

Over amateurschrijvers en onzekerheden

Vandaag wil ik stoppen met schrijven.

Van mezelf moet ik wekelijks een column publiceren, omdat het goed is om als amateurauteur kilometers te maken. Dat niet elke column fantastisch kan zijn, heb ik begrepen. Dat ik niet over elke column tevreden kan zijn, heb ik geaccepteerd. Het gaat om de oefening.

Waar ik meer moeite mee heb, is proza. Fictie is mijn eerste en grootste liefde. Ik kan verdwijnen in boeken, gelukkig worden van boeken en me een week beroerd voelen van boeken. Het is niet gek dat ik zelf verhalen schrijf, ik las laatst dat we de gewoonte hebben om de mensen van wie we houden na te doen. Waarom zou dat niet ook voor voorwerpen gelden?

Schrijven op zich is niet het probleem. Ik heb ideeën genoeg, ik heb een laptop, ik maak tijd. De problemen komen pas als alleen schrijven niet meer genoeg is. Op mijn zeventiende won ik voor het eerst een prijs bij een schrijfwedstrijd. Voor mij was dat de bevestiging dat ik iets kon. Fantastisch en verschrikkelijk tegelijk, want na dat moment zou het steeds moeilijker worden om tevreden te zijn met alleen schrijven.

Eén van de meest gelukkige momenten is wanneer je ontdekt dat je een talent hebt, dat je ergens beter in bent dan je directe omgeving, dat je iets kunt wat je gelukkig maakt. Beter dan dat wordt het niet meer. Na het winnen van mijn eerste prijs ontmoette ik andere jonge schrijvende mensen met hetzelfde ‘talent’ dat ik dacht te hebben. Niet vijf, niet tien, niet twintig, ik denk dat ik minstens vijftig namen ken van mensen met dezelfde ambities als ik. Concurrentie.

zondag 30 september 2018

Een vorm van geluk

Het is avond. Met een veel te zware tas in mijn handen loop ik van de bushalte naar huis. Voordat ik de straat oversteek, hoor ik geblaf. Bekend geblaf. Ik versnel mijn pas. Als ik dichterbij kom, zie ik Bonny voor het raam, twee poten op de vensterbank, haar neus tegen het glas gedrukt. Nog voordat ik de voordeur achter me heb dichtgedaan gooit ze haar lichaam tegen me aan als een kat die kopjes geeft. Ik smijt de tas aan de kant, laat me op mijn knieën zakken. Ze legt haar kop op mijn schouder en ik aai haar, tot mijn hand over de tumor glijdt.

Twaalf en een half jaar oud is ze nu. Sinds een paar maanden heeft ze kwaadaardige tumoren, allemaal op gunstige plekken, ze groeien minder snel dan verwacht. In februari dacht ik niet dat ze in september nog zou leven. Ik dacht niet dat ze de e-reader van mijn schoot zou duwen omdat ze vond dat ik meer aandacht had voor het boek dan voor haar, dat ze mijn vliegticket te pakken zou krijgen en het zou verscheuren, dat ze krassen op de vensterbank zou maken omdat ze mij door de straat zag sjokken. Haar begroeting zou een cadeautje moeten zijn, dat ze me de hele avond volgt en uiteindelijk op mijn voeten gaat liggen om te voorkomen dat ik naar bed ga een vorm van geluk.