vrijdag 29 maart 2019

Vijf dingen die je niet tegen je proeflezers moet zeggen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Naast dat ik schrijf, lees ik veel. Ik plaats regelmatig recensies op Hebban en Goodreads en daarnaast doe ik redactiewerk voor de bundels van Historische Verhalen. Vrienden, kennissen en onbekenden vragen vaak of ik hun inzending voor bijvoorbeeld een schrijfwedstrijd wil proeflezen. Mijn blog van vandaag gaat over vijf dingen die je beter niet tegen je proeflezers kunt zeggen. Enjoy!

1. ‘Je moet blij zijn dat ik jou vraag om mijn tekst te lezen.’
Veel beginnende schrijvers zijn trots op hun tekst. Dat is logisch, het is een prestatie dat je een compleet verhaal op papier hebt gekregen. Een tekst is echter vergelijkbaar met een huisdier: voor jou het leukste ter wereld, maar voor de rest van de mensheid niet altijd even boeiend. Een proeflezer leest jouw tekst om jou te helpen, dus jij bent degene die ‘blij moet zijn’.

2. ‘Als je mijn boek van 50.000 woorden proefleest, krijg je 50 euro. Goeie deal, toch?’
Dit is typisch zo’n vraag waarop iedereen nee zou moeten zeggen. Sommige mensen voelen zich door het woord ‘boek’ of ‘manuscript’ vereerd dat zij als eerste zo’n tekst mogen lezen en zien die vijftig euro als cadeautje, maar zo'n sprookje is het niet. Het is afzetterij. Mijn ervaring is dat ik, als ik een verhaal van een beginnende schrijver grondig proeflees, maximaal 1500 woorden per uur kan beoordelen. Uit een snelle berekening blijkt dat ik minstens 33 uur bezig ben met een manuscript van 50.000 woorden. Dat komt neer op een loon van €1,50 per uur. Dan kan je jezelf na het verbeteren van een hoofdstuk trakteren op een ijshoorn met één bolletje. Jammer wanneer je toevallig zin hebt in aardbei én chocola.

vrijdag 15 maart 2019

Wat mensen verwachten als je een boek schrijft

In mijn vorige blog vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Sommigen werken aan een boek. Ik bijvoorbeeld, jij misschien ook. Het maakt niet uit in welk genre je schrijft, of je al een uitgeverij hebt gevonden (of van plan bent het boek in eigen beheer uit te brengen) en hoe ver je al bent. Zodra je de wereld hebt verteld dat je een boek schrijft, zal je merken dat mensen een bepaald beeld hebben van een schrijver – en dat dat beeld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid. Mijn blog van deze week gaat over vijf dingen die mensen verwachten als je een boek schrijft en wat je daadwerkelijk doet als je een boek schrijft. Enjoy!

1. Je hebt geen tijd meer voor familie en vrienden.
Ja, een boek schrijven kost tijd. Wat veel mensen echter vergeten, is dat iemand die serieus aan een boek werkt waarschijnlijk al jaren tijd inroostert voor schrijven: korte verhalen, blogs, poëzie, manuscripten die nooit een boek zijn geworden… Veel beginnende schrijvers hebben, bewust of onbewust, een schrijfritme. Het boek zal een plaats krijgen binnen dat ritme en je sociale leven heeft daar weinig mee te maken. Het is waarschijnlijker dat je minder blogs zult schrijven dan dat je afspraken met vrienden moet afzeggen. Natuurlijk is ‘sorry, ik móét aan mijn boek werken’ wel het beste excuus ooit als je geen zin hebt om naar een saaie familieverjaardag te gaan.

2. Je moet inspiratie voor je boek opdoen in het buitenland.
Helemaal onlogisch is deze verwachting niet, want er zijn mensen die aan hun eerste boek werken en die inderdaad naar het buitenland gaan. Het klinkt heel romantisch en fantastisch, maar tenzij je een paar duizend euro van je uitgever of een slachtoffer van afpersing hebt gekregen is het niet altijd haalbaar. Zeker bij een eerste boek is het schrijven een leerproces of hobby. Zaken als studie, werk of een gezin zorgen ervoor dat het heel lastig is om een paar maanden van huis te gaan. Eén troost: gelukkig is Google Maps ook heel leuk – en bovendien heb je op Google Maps nooit last van luchtvervuiling, malaria of vogelspinnen.

vrijdag 8 maart 2019

3 redenen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent

In Nederland doen één miljoen mensen aan creatief schrijven (bron). Ik ben er één van en jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract voor mijn eerste boek getekend, maar veel van deze miljoen mensen zijn nog niet zover. Logisch: iedereen heeft een ander tempo en een ander doel. Toch zijn er mensen die graag hun boek willen publiceren en bij wie het niet lukt. Hoe komt dat? Een gebrek aan talent? Aan zelfreflectie? Of is het toch allemaal de schuld van de Nederlandse uitgeverijen? De blogpost van vandaag gaat over drie slechte excuses die je kunt gebruiken als je wilt uitleggen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent. Ik zou willen dat ik ze had verzonnen, maar helaas heb ik ze echt gelezen. Enjoy!

1. Je moet BN’er zijn om bij een uitgeverij binnen te komen.
Dit excuus is speciaal voor iedereen die de hoop op debuteren heeft opgegeven. De kans dat je BN’er wordt, is namelijk nog kleiner dan de kans dat een uitgeverij je boek wil hebben. Hierdoor hoef je je niet meer af te vragen waarom je manuscript wordt afgewezen. Je hoeft je manuscript niet meer kritisch door te lezen om te kijken of het misschien toch niet zo goed is als je dacht. Je hoeft geen cursus ‘zelfreflectie voor beginners’ meer te volgen. Echt een topreden - alleen jammer dat dit statement niet waar is. Hieronder staat de longlist van de ANV Debutantenprijs 2018 (gejat van de website). Dit is een prijs voor debutanten, dus voor schrijvers die hun eerste roman hebben gepubliceerd.

Je kunt op de afbeelding klikken voor een versie die beter leesbaar is.

Natuurlijk zijn dit namen van influencers of bekende televisiepresentatoren. Je kent ze allemaal, toch? Gelukkig kijken er steeds minder mensen tv, dus wie weet heb je in de toekomst alsnog succes met dit excuus. En anders kan je altijd nog verhuizen naar een streng-christelijke gemeente waar niemand een televisie heeft of doet alsof.