zondag 30 september 2018

Een vorm van geluk

Het is avond. Met een veel te zware tas in mijn handen loop ik van de bushalte naar huis. Voordat ik de straat oversteek, hoor ik geblaf. Bekend geblaf. Ik versnel mijn pas. Als ik dichterbij kom, zie ik Bonny voor het raam, twee poten op de vensterbank, haar neus tegen het glas gedrukt. Nog voordat ik de voordeur achter me heb dichtgedaan gooit ze haar lichaam tegen me aan als een kat die kopjes geeft. Ik smijt de tas aan de kant, laat me op mijn knieën zakken. Ze legt haar kop op mijn schouder en ik aai haar, tot mijn hand over de tumor glijdt.

Twaalf en een half jaar oud is ze nu. Sinds een paar maanden heeft ze kwaadaardige tumoren, allemaal op gunstige plekken, ze groeien minder snel dan verwacht. In februari dacht ik niet dat ze in september nog zou leven. Ik dacht niet dat ze de e-reader van mijn schoot zou duwen omdat ze vond dat ik meer aandacht had voor het boek dan voor haar, dat ze mijn vliegticket te pakken zou krijgen en het zou verscheuren, dat ze krassen op de vensterbank zou maken omdat ze mij door de straat zag sjokken. Haar begroeting zou een cadeautje moeten zijn, dat ze me de hele avond volgt en uiteindelijk op mijn voeten gaat liggen om te voorkomen dat ik naar bed ga een vorm van geluk.

zaterdag 22 september 2018

Iemand afwijzen

Op Twitter krijg ik een privébericht van iemand. Eerder op de dag heb ik advies gevraagd over e-readers: ik wil er eentje kopen en ik vraag me wat welke anderen mij aanraden. Deze persoon reageert hierop. Ik bedank hem voor zijn advies. De volgende ochtend stuurt hij opnieuw een berichtje, deze keer met een opmerking over mijn uiterlijk. Ik reageer niet.
’s Avonds vraagt hij waarom ik stil ben. Ik leg hem uit dat mijn inbox op Twitter een chaos is en dat ik helaas geen tijd heb voor uitgebreide gesprekken. Hij vraagt mijn telefoonnummer. Ik vertel dat ik mijn telefoonnummer niet aan vreemden geef, herhaal dat ik geen tijd heb voor gesprekken en wens hem een fijne dag. Een uur later beginnen zijn scheldberichten.


Gemiddeld twee keer per week wijs ik iemand af via social media. Je zou denken dat ik er steeds beter in zou worden, maar dat valt tegen. Ik heb afgeleerd mijn excuses aan te bieden (‘sorry, dat lijkt me geen goed idee’), omdat het dan lijkt alsof ik iets fout heb gedaan en mensen daar ook op reageren alsof ik iets fout heb gedaan. Alleen het woord ‘nee’ vind ik te grof, de toevoeging dat een date alleen maar kan tegenvallen vanwege het ideaalbeeld dat social media creëren en ik in het echt nooit zo leuk kan zijn als op Twitter lokt discussies uit. Beginnen met een verzachtend ‘je lijkt me heel aardig’ geeft valse hoop, zeggen dat je nu al weet dat het niets zal worden is een toegangskaartje voor verwijten.

zaterdag 15 september 2018

De jongen met het skateboard

Ik sta balend op een perron. Die ochtend heb ik een paar uur college gevolgd en ik ben onderweg naar mijn werk. De treinen rijden weer eens via een creatief schema, ik maak me zorgen of ik op tijd kom en ik probeer me te herinneren of ik niet per ongeluk een deadline ben vergeten. De trein komt eraan en automatisch zet ik een stap achteruit.

De trein toetert. Dat is één van de verschrikkelijkste geluiden die ik ken. Jaren geleden zat ik in de voorste coupé toen we, zoals de Nederlandse Spoorwegen het noemen, een aanrijding hadden met een persoon. De botten knarsten onder de trein zoals zand tussen je tanden. Een bleke conducteur kwam de coupé in om ons te vertellen wat er aan de hand was. Toen ik uit het raam keek, zag ik een personeelslid langs de trein zitten, de handen voor het gezicht geslagen. Telkens als ik een trein hoor toeteren, denk ik aan die dag, aan een machinist die ziet wat er enkele seconden later zal gebeuren, die weet dat remmen geen zin meer heeft en toch op de rem trapt.