zondag 26 maart 2017

Verschuilen (column)

Op Festival Cement droeg ik gisteren een column voor in de Verkadefabriek. De column ging over alles wat ik die avond op het festival had meegemaakt en hoe ik die ervaringen verbond met mijn eigen leven. Een verkorte versie werd gepubliceerd in de festivalkrant, hier kan je die versie van de column lezen. Hieronder vind je de langere versie die ik heb voorgedragen.

Verschuilen

Op drukke plaatsen vind ik het fijn om alleen te zijn. Als je nog geen één meter vijfenzestig lang bent en er op je tweeëntwintigste uitziet als een vijftienjarige, is het makkelijk om je te verschuilen achter je vrienden. Zonder vrienden is er geen plaats om je te verstoppen, dus dan ben jij degene die antwoord moet geven wanneer mensen iets vragen.

De eerste vraag kwam toen ik vijf minuten op het festival was en thee bestelde aan de bar. Of ik zin had om tijdens het eten aan te schuiven bij een tafel waar iemand kwam spreken. De rede zou aansluiten op een voorstelling die erna kwam, Vast Glowing Empty Page. Ik ben een kuddedier, dus ik zei meteen ja.

De spreker was een vrouw die Dimph heet, uit Limburg komt en rouwdeskundige is. Ze vertelde over haar eigen leven en over dat van de kinderen die ze begeleidt. Haar verhaal was precies goed: niet te zwaar, niet te belerend en niet te lang. Toen haar rede was afgelopen, spraken we af om samen naar Vast Glowing Empty Page te gaan. Ik kon meeliften op de bagagedrager van haar fiets. De andere mensen schoven hun stoelen naar achteren en vertrokken. Op één persoon na: een vrouw die vastbesloten naar de stoel van Dimph stapte met een folder over het festival in haar linkerhand.

‘Jij,’ begon ze, zo wild met de folder zwaaiend dat de bril van Dimph bijna van haar neus vloog, ‘moet nooit meer zeggen dat je uit Limburg komt. Mensen uit Amsterdam excuseren zich toch ook niet omdat ze uit Amsterdam komen?’
Voordat Dimph kon reageren, ging ze verder: ‘Ik ben geboren tijdens een golf van feminisme en ik vind dat je niet alles moet benoemen, je moet juist dingen dóén. Kijk naar het glazen plafond. Je kunt wel zeggen dat het er is, maar wat bereik je ermee? Vecht, knok, wil iets, werk hard – dat is waar het om gaat.’ Ze deelde highfives uit, herhaalde dat we ons nóóit mochten excuseren omdat we uit het zuiden van het land komen en liet zich uiteindelijk meevoeren door iemand die zei dat de volgende voorstelling elk moment kon beginnen.
Toen Dimph zich naar mij toe draaide, zat haar bril vol met spuug.

vrijdag 10 maart 2017

Wandelen met ouderen

Even vooraf: als het goed is, zijn alle betrokken onherkenbaar en valt het niet te achterhalen welk verzorgingshuis ik hier bedoel. Dit bericht omschrijft puur mijn ervaringen, mijn gevoelens, en is niet bedoeld om iets of iemand zwart te maken.

Zo, nu door naar hetgeen waar het om draait.

Ik ging vandaag als vrijwilliger wandelen met ouderen die in een rolstoel zitten. Het was behoorlijk heftig. Zo was er een mevrouw met Alzheimer die geen idee had wie of waar ze was en die door het personeel van het bejaardenhuis alleen werd gelaten met een mok hete thee. Ze kon haar appeltaart niet zelfstandig eten en het personeel deed niets (niet uit onwil, maar het was heel druk en er was weinig personeel), dus ik heb de thee buiten haar bereik gezet en haar hopelijk voorzichtig gevoerd.

Daarnaast was er een oude dame die niet zelfstandig uit haar rolstoel kon komen. De verzorgers verwachtten dat ik haar na de wandeling naar kamer reed (ze hadden het te druk om me te vertellen waar die kamer was) en haar doodleuk zou achterlaten. Dat laatste weigerde ik. Pas vijfentwintig minuten en wat dringende verzoeken van mij later kwam iemand van het personeel haar uit de rolstoel halen. Nogmaals: het is geen onwil, er is gewoon veel te weinig personeel.