maandag 19 december 2016

Schrijfwedstrijd, optreden & Parijs

Ik heb het nogal druk en mijn blog is er een beetje bij ingeschoten. Maar ik probeer het weer op te pakken, dus hier zijn mijn hoogtepunten van de afgelopen week (en een moralistisch lesje: wees voorzichtig wanneer je schrijven een 'hobby' noemt).

Kerstverhalenwedstrijd
Afgelopen donderdag werd bekend dat ik de Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd heb gewonnen. Vorig jaar werd ik tweede, dus het is mooi om ‘vooruitgang’ te zien, voor zover je twee edities van een wedstrijd met elkaar kunt vergelijken. De prijs is 250 euro aan boekenbonnen – de enige andere wedstrijd waar je die kunt winnen is Write Now!, waar jaarlijks meer dan duizend inzendingen voor zijn. Dat alleen al is een goede reden om mee te doen.


Ik ben niet iemand die uitblinkt in woordkunst. Mijn verhalen zijn vooral praktisch: je gaat van punt A naar punt B. Spelen met taal is niet iets wat me ligt, als ik het probeer is het al heel snel geforceerd, dus meestal doe ik het niet. Bij het verhaal dat ik inzond naar de wedstrijd deed ik dat juist wel. Ik koos expres een alledaags, saai onderwerp wat ik door mijn manier van omschrijven interessant moest maken. Met aan het einde een randje thriller of horror, hoe je het noemen wilt, dat kon ik niet weerstaan, haha. Daar staat trouwens wel een joekel van een taalfout in: ‘Mijn tanden klapperen tegen elkaar en de rest van mijn lichaam trilt mee.’

donderdag 15 december 2016

Je hoeft niet bang te zijn

'In een stampvolle, vertraagde treincoupé speculeert de ik-verteller op basis van uiterlijkheden over de aard van haar medereizigers. Een alledaags tafereel, dat echter opgetild wordt door sterke beeldspraak, zoals wenkbrauwen die naar elkaar toegroeien ‘als oudere mensen die verliefd worden’. En een gewone trein is dit niet: het alledaagse krijgt een sinistere lading vanaf het moment dat het horloge van een van de medereizigers blijkt stil te staan. Een drama begint zich kalm te ontvouwen. Dit verhaal verrast de lezer, treft subtiel de tijdgeest van dreiging en is bovendien afgerond zonder volledig te zijn dichtgetimmerd.

Om die redenen honoreert de jury ‘Je hoeft niet bang te zijn’ van Marjolijn van de Gender (22, Nederlands en Taalwetenschap) met de hoofdprijs van de Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd 2016.'
- juryrapport Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd


Ik weet niet of de twee jongens bij elkaar horen. De linker heeft krullen die hij bijna boos aan de kant veegt wanneer ze in zijn irissen dreigen te prikken. Hij is degene die vijf minuten geleden oogcontact met me maakte, knipoogde en zijn kin nadrukkelijk naar rechts bewoog.
Daar zit de andere jongen. Hij is jonger en heeft een boek in zijn handen. Ik vraag me af hij altijd al één wenkbrauw had of dat het er vroeger twee waren die langzaam naar elkaar toegroeiden, net als oudere mensen die verliefd worden.
Omdat ik vanmorgen dacht dat ik mijn naaldhakken niet in hoefde te lopen voordat ik ze een hele dag zou aantrekken, wrong ik me langs de andere passagiers. Het interesseerde me niet dat ik onbeleefd leek, ik moest zitten, anders zouden mijn tenen in brand vliegen. Bij de jongens, achter het toilethok, bleek een bank te staan en naast het raam was nog een plaats vrij. Om daar te komen moest ik over een dikke vrouw klimmen, hoewel ik nooit hardop zou durven zeggen dat ze dik was. Ze is het type dat een baksteen in haar handtas zou stoppen, speciaal voor mensen zoals ik, kleine en dunne mensen die eigenlijk geen mosterdgele jas moeten kopen die tot hun knieën hangt maar dat toch doen omdat ze graag gezien willen worden.
Nu veins ik dat ik haar snorhaartjes, die ‘ga weg!’ naar me seinen, niet begrijp. De wenkbrauwjongen zit tegenover me en probeert te voorkomen dat zijn broek de mijne kust, tevergeefs. Zijn knieën steken te ver uit en raken die van mij bij elke schok. Het boek beeft in zijn handen. Harry Mulisch. In gedachten noem ik de jongen ook Harry.
Hij lijkt niet oud genoeg om op zichzelf te wonen. Misschien gaat hij van de ene ouder naar de andere. Als hij ook naar Den Bosch moet, komt hij om vijf over half zes aan, net op tijd voor het kerstdiner. Hij is expres laat vertrokken, stel ik me voor, stiekem hoopte hij op vertraging, zodat hij zich minder lang zou hoeven inspannen om netjes te eten en geen druppel jus te morsen. Zijn vader zou niets zeggen, enkel met zijn lepel net iets te hard tegen de soepkom tikken.