zondag 27 november 2016

Angst

Na mijn vorige blog over tandartsangst kreeg ik veel reacties. Lieve mailtjes en berichten op social media van onbekenden, en onbegrip van sommige bekenden. Dat laatste begrijp ik wel, echt waar. Angst is iets irrationeels en ik ben een heel rationeel persoon. Dat gaat niet samen. Maar angst is niet iets waar je voor kiest, angst is iets wat je overkomt.

Als ik over mijn tandartsangst probeer te praten, neemt degene die luistert meteen aan dat ik dan wel bang voor de verdovingsprik zal zijn. Dat ik bang ben omdat het pijn kan doen.
Maar het is niet de prik. Het is niet de pijn. Was het dat maar.

Ik ben bang geworden doordat de meest afschuwelijke teringteef op deze planeet een gaatje in mijn tand vulde. Ze verdoofde me, dat wel, maar ze gaf de verdoving geen kans om in te trekken, waardoor ik alles voelde. Dat was op zich niet zo’n ramp, ware het niet dat ik aangaf dat ik wilde dat ze stopte.

Ze stopte niet.

Integendeel, ze vertelde dat het aan mij lag dat de verdoving niet goed werkte en ze zei dat ze nog een minuutje nodig had.

Het duurde geen minuutje. En toen ik mijn hand opstak omdat ik echt wilde dat ze stopte, negeerde ze die.

Op het moment dat je een boor in je mond hebt, een boor die van alles kan beschadigen, kan je niet opstaan en weglopen. Je kunt die teringteef die boven je hangt niet in haar gezicht slaan. Je kunt jezelf niet verdedigen. Kortom: je bent volslagen machteloos.

zondag 13 november 2016

Verstandskies

Godverdomme. Tering. Kut.
Ik spreek de woorden niet uit, maar ik denk ze wel, meerdere keren na elkaar. Het is zondag, acht uur ’s morgens en ik sta voor de spiegel. Met de flits van mijn telefoon schijn ik in mijn mond en ik heb mijn vinger achter mijn mondhoek gehaakt om een goed zicht op mijn rechteronderkaak te krijgen.
Godverdomme. Tering. Kut.




Het begon eind juni met een blaar, zomaar midden in de bioscoop. De blaar zat op mijn tandvlees bedoel ik, niet in de bioscoop, want ik zat in de bioscoop. Ik heb hem doorgebeten en mijn popcorn gewoon opgegeten, ik vond het zonde van mijn geld om het niet te doen en bovendien is zout best ontsmettend en zo. Maar sinds die blaar zat er een soort krater op het tandvlees naast mijn kies, een krater die ik goed schoonhield met poetsen en die eigenlijk niet voor problemen zorgde.

Tot een paar dagen geleden. Ik had net vier vingers tweedegraads verbrand aan een bord (mijn duim is op dit moment nog steeds één grote blaar waar ik niets mee kan) en volgens van die enge internetsites waar je eigenlijk niet op moet kijken als je iets hebt, kost het je lichaam best veel energie om brandwonden te genezen. Zo veel energie dat je weerstand ervan omlaag kan gaan en dat je een ontsteking kunt krijgen. Of het is gewoon het willekeurige moment waarop alles fout gaat, dat kan ook nog. Dat lijkt me eigenlijk waarschijnlijker. In elk geval: een paar dagen geleden begon de plek bij mijn tandvlees opeens op te zwellen en goed zeer te doen.

Vandaag zie ik dat mijn tandvlees is gespleten, een beetje zoals de zee dat voor Mozart Mozes deed. Ik schraap al mijn moed bij elkaar, graai een extra dunne tandenstoker uit het doosje op de wastafel en ik por ermee in de spleet. Iets hards. Bot. Met de structuur van mijn kies.
Deze keer vloek ik wel hardop.