dinsdag 25 oktober 2016

Hoe word je geen succesvolle schrijver?

Eén miljoen Nederlanders willen schrijver worden. Het goede nieuws is dus dat zo’n zestien miljoen Nederlanders die ambitie niet hebben. Succesvol worden als schrijver is tegenwoordig zo ontzettend makkelijk (je kunt zonder uitgever een boek publiceren dat volgens de titel gaat over verschillende grijstinten en in de werkelijkheid over de twee saaiste personages ooit) dat het niet meer leuk is. Het is veel leuker en uitdagender om NIET succesvol te worden. Maar hoe doe je dat?

Hieronder vind je tien tips, gebaseerd op mijn ervaringen als amateurschrijver én observator. Veel leesplezier!

1. Schrijf een slechte recensie over een boek en tag het twitteraccount van de uitgever in je bericht.
Ik denk serieus niet dat dit ooit nog goed gaat komen.



2. Schrijf verhalen van 4466 woorden.
De enigszins toegankelijke literaire tijdschriften eisen vaak een maximum woordaantal van 2500 woorden. Schrijfwedstrijden willen óf minder dan 1500 woorden óf hele manuscripten. Kortom: je hebt een fantastisch verhaal geschreven, maar niemand wil het publiceren.



3. Doe je vooral niet aardiger voor dan je bent.
Er zijn veel mensen die kunnen schrijven. Er zijn wat minder mensen die kunnen schrijven én netwerken. Je wilt toch niet tot een minderheid behoren?


via GIPHY

4. Als je een schrijfwedstrijd niet wint, is dat omdat de jury te dom is om je verhaal te begrijpen.
Als juryleden slimme mensen waren, zouden ze een baantje hebben gekozen dat wél geld oplevert, nietwaar?




zaterdag 22 oktober 2016

Optredens Tilburg & Brussel

Noot vooraf: dit bericht is geschreven op 14 oktober, maar ik was vergeten het op die dag te plaatsen. Oeps.

Degene die heeft bedacht dat schrijven eenzame en asociale activiteit zou zijn, verdient wat mij betreft een nekschot (als hij, het was vast een hij, niet allang dood is). Om te beginnen is schrijven niet eenzaam. Tentamens leren is een stuk eenzamer. Ik kan mijn laptop meesjouwen naar elk willekeurig café en daar met plezier een verhaaltje bedenken, maar ik kan mijn aantekeningen onmogelijk leren als er allemaal mensen om me heen aan het praten zijn. Schrijven is ook niet asociaal. Zo ging ik vorig jaar met twintig jonge schrijvers op kamp, deze zomer met zeventien andere jonge schrijvers/journalisten/radiomakers/kunstenaars tw
ee weken naar Parijs en eergisteren met vijf andere talenten van een talentontwikkelingstraject twee dagen naar Brussel.


We gingen daarheen om op te treden. Een week eerder stonden we in Tilburg.

Optreden Tilburg













Ik sta met vijf andere talenten van het talentontwikkelingstraject Talent Op Tilt (wow, dat vaak ‘talent’ in één zin, goed voor m’n ego) in de NWE Vorst in Tilburg. We treden op tijdens een programma dat Verse Taal heet: in de zomer hebben we allemaal iemand gestalkt op social media en over die persoon hebben we een verhaal of een paar gedichten geschreven. Als je te lui bent om door te lezen, wat ik best begrijp want ik ben ook lui, kan je op deze link klikken om onze teksten te lezen.

Voor het optreden eten we met z’n allen soep en sandwiches. Ik kom net van de universiteit en ik ben doodmoe, dus ik vergeet de helft van het gezelschap te begroeten. Oeps. Alsnog is het erg gezellig, en voor we het weten begint het optreden. De avond wordt geleid door een presentator, die ons alle zes heeft gegoogeld en zijn meest gênante ontdekkingen met het publiek deelt. Bij mij zegt hij: ‘Marjolijn wil graag de Nobelprijs voor de Literatuur winnen.’

Nou, we weten allemaal dat dat dit jaar helaas nog niet is gelukt, want Bob Dylan heeft hem voor mijn neus weggekaapt, maar volgend jaar beter. Nee, even serieuzer: als iemand dat over je zegt, kom je natuurlijk superarrogant over. Dat ben ik misschien ook wel, daar niet van, maar de presentator had de zin gevonden in het ‘Over mij’-gedeelte van mijn blog. Het hele citaat is: ‘Van elk boek dat ik lees probeer ik te leren, omdat ik zelf hoop om ooit een boek te publiceren. Eigenlijk wil ik de Nobelprijs voor Literatuur winnen, maar ik heb geleerd dat het verstandig is om bescheiden te beginnen.’ Als je mijn blog kent, waar ik wel vanuit ga omdat je hem op dit moment leest, kan je heel misschien wel raden dat die zin enigszins humoristisch is bedoeld. Of hij dat ook is, laat ik aan jou over.

donderdag 20 oktober 2016

Wortelkanaalbehandeling

Dit bericht is veilig voor iedereen met tandartsangst.

Ik ben echt zo blij dat ik dit even moet delen. De afgelopen vierentwintig uur werd ik helemaal gek van een verschrikkelijke pijn in mijn kaak. Vanmorgen besloot ik om voor het eerst in jaren naar de huisarts te gaan, want pijnstillers hielpen niet meer. Echt een geweldige beslissing, ik heb mezelf heerlijk een uur onder laten hoesten door mensen die blijkbaar allemaal geen handen meer hadden om voor hun mond te houden.

Het advies van de huisarts?
'Even wat oplosbare ibuprofen halen bij de apotheek en dan de tandarts bellen.'

De apotheek was een topervaring, vooral het zeer vriendelijke en op fluistertoon gevoerde gesprek dat ik had met een vrouw die haar auto zo had geparkeerd dat ik niet meer kon wegrijden en die volgens mij dacht dat ik 'hoer' heette.
Ik heb haar vriendelijk verteld dat ze kon kiezen: of ze zette haar auto aan de kant, of ik reed er een deuk in.
Ze koos heel wijs voor de eerste optie, dus de mensheid is nog niet verloren.

 Het bellen van de tandarts was ook leuk, maar het langskomen nog veel leuker. Dat vond de tandarts ook, want anderhalf uur later mocht ik terugkomen, yes!
Voor een wortelkanaalbehandeling. Want een van mijn zenuwen was ontstoken, zomaar, gewoon omdat dat stomme ding daar zin in had. #badboysdoenwatzewillen

Ik ben niet zo'n fan van de tandarts. Tot een jaar of drie geleden ging ik zelfs niet omdat het ooit een keer goed is verpest. De anderhalf uur voor de wortelkanaalbehandeling hoopte ik dat er een UFO boven mijn hoofd zou neerstorten, zodat ik er niet heen zou hoeven. Best erg eigenlijk, zeker omdat iedereen in mijn tandartspraktijk superaardig is. Maar...

Ik meen dat ik blij ben. Vanaf de eerste verdovingsprik (het waren er maar twee, geen zeven, 'wortelkanaalbehandeling' googelen is geen aanrader) was mijn pijn weg. Goed, tijdens de behandeling smaakte mijn mond naar zwembad en probeerde de assistente me te laten stikken in mijn eigen kwijl, maar ik heb er nauwelijks wat van gevoeld. Nu is de verdoving uitgewerkt en dankzij mijn eerder opgehaalde pijnstillers bij de apotheek voel ik nog steeds niets.

Morgen mag/moet ik de tandarts bellen hoe het gaat. Of ze zijn daar heel betrokken, of ze zijn erachter gekomen dat ze opeens een boortje missen dat wel eens in mijn tand achtergebleven zou kunnen zijn. Nou ja, oké, moraal van het verhaal is dus dat die zenuwbehandeling me enorm is meegevallen. 'Wortelkanaalbehandeling' stond altijd in mijn top drie van tandartsnachtmerries (op nummer twee, achter 'verstandskies laten trekken' (update 13 november: fuck)) en het kiepert nu mijn top tien uit. Meer dan tien tandartsnachtmerries durfde ik niet te bedenken. Fuck de vrouwen op internetforums die zeggen dat ze liever een kind baren dan dit laten doen bij de tandarts (of is een kind baren zo makkelijk?), het kan ook gewoon zonder ellende.

En het allerbeste nieuws bewaar ik voor het laatst: ik mag terugkomen bij de tandarts, op mijn verjaardag. Joepie!



zondag 9 oktober 2016

Restaurantrecensie: 't Taphuys


In Tilburg hebben we een gebouw dat vervloekt is. Bijna elk jaar zat er een ander café in dat pand, waaronder een Italiaan die het ooit waagde om me pasta met olijfolie en verder niets te serveren. Vorige maand opende een nieuw café er zijn deuren: 't Taphuys.

Bron: eigen website 't Taphuys.

Het is een café met een meer dan twaalf meter lange wand waar je veertig verschillende soorten bier of wijn kunt tappen, maar ik had laatst een recensie gelezen waarin er ook lovend over het eten werd gepraat. Een vriendin van me, Fleur, had juist een horrorverhaal gehoord. Aangezien we allebei nieuwsgierig waren, besloten we gisteren om eens te gaan kijken. En te gaan eten. En te gaan drinken, natuurlijk.

Bron: eigen website 't Taphuys.

Hierboven zie je de inrichting. Het is een redelijk groot gebouw, waar je zowel boven als beneden kunt zitten. Aan de voorkant is een ruim terras aanwezig met warmtelampen. Rechtsonder zie je de wand waar je je eigen bier of wijn kunt tappen. De gele lampen bewegen langzaam, een beetje zoals die bollen bij de ingang van Droomvlucht in de Efteling. Wij waren er in het donker en toen hing er een supergezellige sfeer in het gebouw.

Bij de bediening kan je een pasje vragen. Daar kan je tegoed op zetten, en dat tegoed kan je uitgeven bij de tapwand. Vol verwachting liepen wij erlangs, vastbesloten om alles te bekijken en een weloverwogen keuze te maken. We waren halverwege en -
'Sangria!' brulden we tegelijk, en voor we het wisten hadden we onze glazen volgeschonken.
Oeps. De rest van de taps zouden we de volgende ronde wel bekijken.


De menukaart van 't Taphuys is niet zo uitgebreid. Ze hebben, net als HeAVENS Kitchen, een Josper, zo'n speciale oven waarover ik alles vergeten ben behalve dat je er lekker vlees in kunt maken. Het duurde ongeveer twintig minuten voordat we de bediening naar ons tafeltje hadden gelokt, zodat we konden bestellen. De serveerster was heel vriendelijk en vertelde ons dat het ontzettend druk was in de keuken, waardoor de bereiding van ons gerecht wel even kon duren. Prima, dat was een mooi excuus om de nacho's waar we allebei al op aasden als voorgerecht te nemen.

zondag 2 oktober 2016

Nederlandse Taal en Cultuur

Een paar jaar geleden waren veel mensen verbaasd dat ik niet voor Nederlandse Taal en Cultuur koos toen ik mijn studiekeuze maakte. Ik had geen enkele moeite met het vak, het was geen geheim dat ik van schrijven hield en in het jaarboek van mijn middelbare school belandde ik op de tweede plaats in de categorie ‘wie er later terugkomt als docent’. Nog bedankt voor dat ‘compliment’, jongens.

Ik had een paar redenen om niet voor Nederlands te kiezen. Ten eerste wilde ik niet voorspelbaar zijn, ten tweede vond ik dat een studie voor arrogante mensen die hem als middel zagen om schrijver te worden en ten derde was de meeloopdag (omdat ik een rationele keuze wilde maken en niet alleen op mijn ehm vooroordelen wilde afgaan) in Utrecht verschrikkelijk. Ik had ook een proefcollege Literatuurwetenschappen gevolgd, waarbij ik in slaap was gevallen. Tja, dan is de keuze om iets niet te gaan doen snel gemaakt, toch?

Uiteindelijk koos ik Taalwetenschap, de meest brede studie die ik kon vinden. Het grootste verschil tussen Nederlands en Taalwetenschap is dat Nederlands gaat over geschreven taal en regels, terwijl Taalwetenschap gaat over de taal die mensen gebruiken. In mijn eerste colleges Taalwetenschap leerde ik hoe ik in het Arabisch ‘brandende liefde’ kan zeggen en later hoe hersens met dyslexie omgaan en hoe een taal kan sterven. Hoeveel een taal zegt over een cultuur. Een cultuur die geen liefde kent, zal er geen woord voor hebben. Of denk maar aan Harry Potter, waar niemand de naam van Voldemort uitsprak vanwege angst. Welke taal we gebruiken, zegt zo ongelooflijk veel over ons.

Als je de laatste spreker bent van een taal, ben je ook de laatste uit een cultuur. Dat vind ik één van de meest trieste beelden die ik kan bedenken.

Ik heb veel geleerd van Taalwetenschap, veel zelfvertrouwen gekregen omdat ik dingen voor elkaar kreeg die ik nooit verwachtte te kunnen: een mondeling van het IPA halen, een keer het beste cijfer van de hele groep te halen met een paper over drogredenen op Twitter, bijna wekelijks presentaties houden over onderwerpen waar ik enkele dagen eerder nooit van had gehoord.

Maar ondertussen leerde ik jonge mensen kennen die, net als ik, van schrijven hielden. Die er belachelijk goed in waren. Die met mij wilden praten over Kunst en Literatuur.

Ik wist alleen niets van Kunst en Literatuur, dus dat was altijd een beetje… eh, awkward.