woensdag 28 september 2016

'Doe eens gezond'-dag

Het is vandaag blijkbaar een ‘doe eens gezond’-dag. De ellende begon al bij de AH to go, jullie weten wel, die dure variant van de Albert Heijn die bij de stations te vinden is. Ik was vanmorgen te lui om zelf eten mee te nemen, dus ik besloot wat te halen. Een muffin, ja, daar had ik wel zin in. Zo’n lekkere met stukjes half gesmolten chocolade in elke hap. Ik graaide in het bakje met chocolademuffins, pakte de voorste en rekende mijn pas gevonden schat af. Niets aan te hand.

Tot ik die muffin daadwerkelijk wilde opeten. Er zat al iets raars op de bovenkant, maar goed, daar besteedde ik niet veel aandacht aan, want ik had honger. Ik zette gewoon mijn tanden in de bovenkant en genoot alvast van de stukjes chocolade die ik zo zou proeven.

Maar ik proefde ze niet.
Er was helemaal geen chocolade.

Zodra ik begon te kauwen werd ik nog erger: de muffin smaakte als een spons die al maanden niet meer in een emmer met water heeft gelegen. Die ene hap heb ik doorgeslikt, de rest van de muffin heb ik op een stationsplein geprobeerd aan de vogels te voeren. Helaas had zelfs de allerdikste obesitasduif geen interesse meer nadat hij zijn snavel tegen een kruimel had geduwd.


Ondertussen ving ik een gesprek op tussen twee meisjes. Meisje één, veel langer en dunner dan ik, vertelde dat ze op dieet was en elke morgen havermout met ‘gore bessen’ at.
Ik wilde haar vragen of ze gojibessen bedoelde, maar ik heb zelf ook geen flauw idee hoe je ‘gojibessen’ uitspreekt, dus ik hield mijn mond.

Aangezien die vieze vuile Murphy heeft bedacht dat ellende altijd in drie keer komt, moest mijn derde gezonde onderbreking van de dag nog komen.
En die kwam, hoor. Natuurlijk.
Op het moment dat ik op de bus stond te wachten, want ik was op weg naar de universiteit met een tas vol boeken die ongeveer drieduizend kilo woog, zag ik dat de bus helemaal niet zo komen. Sterker nog: dat er nog een week geen bussen door de binnenstad zouden rijden. Helaas was ik al lichtelijk laat bij het busstation, dus op dat moment had ik nog negen minuten om twaalf minuten naar de universiteit te lopen.

Dat werd dus rennen. Met drieduizend kilo boeken.

Ik heb echt minstens een kilo frikadellen nodig om al deze gezondheid goed te maken.

zondag 25 september 2016

Mais oui, Paris!

Ik ben weg bij RUMAG. Het was niet mijn keuze, ik kreeg eergisteren opeens een mail met die mededeling. Zeer apart, aangezien ze een paar dagen eerder nog mijn maat moesten hebben voor een shirt. Ik heb natuurlijk een mail teruggestuurd, maar aangezien ik zowel een antwoord als het shirt niet meer verwacht, heb ik mezelf wat kleren cadeau gedaan. Daar zocht ik toch al een excuus voor. :')

Zoals je in mijn vorige blog kunt lezen, gaat het momenteel op schrijfgebied niet echt fantastisch (ik vertel dat omdat het bij iedereen wel eens iets wat minder gaat en ik het absurd vind dat daar nauwelijks over wordt gepraat; het moet altijd maar goed gaan en leuk zijn, zeker op de sociale media) en dit was nog een extra duwtje. Shoppen helpt best goed tegen negatieve dingen, zeker als je per ongeluk een broek van drie maten te groot meeneemt naar het pashokje, maar het helpt tijdelijk.


Gisteren ‘moest’ ik optreden bij Vlaams-Nederlands Huis deBuren, de organisatie waarmee ik naar Parijs ben geweest. Ik had er zelf voor gekozen om op het podium te staan, want ik heb nog niet zo vaak voorgedragen en het leek me een goede kans om wat ervaring op te doen. Een paar maanden geleden las ik iets voor in de bibliotheek en nog wat eerder gaf ik een ‘persoonlijke speech’, maar dat is het wel zo’n beetje. Elk brokje ervaring is mooi meegenomen. Ik schreef in de eerste zin van deze alinea ‘moest’ omdat ik er niet meer zo heel erg veel zin in had. Door de eerder beschreven zaken heb ik momenteel niet echt het ‘ik klim nu op het podium, ga iets fantastisch voorlezen en jullie gaan luisteren en het geweldig vinden’-zelfvertrouwen.

Eenmaal in Brussel, waar deBuren is gevestigd, voelde ik me al wat beter. Het is een prachtige stad, de mensen bij deBuren zijn erg aardig en het was natuurlijk ook hartstikke leuk om mijn mede-Parijsgangers weer te zien. En wat waren ze goed! Het was een heel afwisselende avond met proza, poëzie, poëzie uit het hoofd, poëzie met muziek, muziek, dialoog, essays, tekeningen, een interview en zelfs een animatiefilm. Het is heel mooi wat je allemaal met taal kunt doen. Er waren gratis drankjes en ik heb mezelf zelfs nog nuttig gemaakt door de witte wijn te vinden die iemand uit het publiek graag wilde hebben. Mais oui, Paris!, zoals het programma heet, wordt op 17 december nogmaals georganiseerd, maar dan in Amsterdam. Kom zeker kijken als je tijd hebt, dat doe ik ook!

Uitzicht vanaf de eerste verdieping van deBuren.

zondag 18 september 2016

Jaloezie

Oh, wat haat ik jaloezie. Het is zo’n slechte eigenschap die in een paar seconden heel veel in een vriendschap kan verpesten. Ik heb mezelf lang wijsgemaakt dat ik niet jaloers was, dat ik mensen al hun succes gunde en dat ik niet zo’n ‘het is heel leuk dat het goed met je gaat, zolang het niet beter met jou gaat dan met mij’-type zou zijn.
Ik ben dat wel. En niet zo’n beetje ook.

Eerder schreef ik dat ik mocht deelnemen aan een talentontwikkelingstraject voor jonge schrijvers. Een fantastische kans. Er zijn nog vijf andere deelnemers. In het kort gezegd worden deze vijf deelnemers elk begeleid door een redacteur van een uitgeverij en is de kans heel erg groot dat er daadwerkelijk boeken van ze gaan verschijnen.

Ik word ook begeleid door een redacteur van een literaire organisatie en literair tijdschrift, en hij geeft heel fijne, eerlijke feedback. Wat dat betreft is er dus niets aan de hand.

Het probleem is dat de vijf anderen interesse hebben van uitgevers, terwijl ik niet eens goed genoeg kan schrijven om gepubliceerd te worden in een literair tijdschrift, laat staan dat ik aan een boek kan beginnen. Zij zijn gewoon meerdere klassen beter dan ik. Dat is niet erg, ik voel me vereerd om ze te kennen en ze zijn stuk voor stuk interessante, aardige en hartelijke mensen, maar ik kan waarschijnlijk alleen dromen van hetgeen wat zij nu meemaken.
En dat doet zeer.

woensdag 7 september 2016

Restaurantrecensie: HeAVENS Kitchen

Hipstertentjes zijn tegenwoordig aanwezig in alle grote steden. Soms vindt Tilburg het leuk om te doen alsof ze ook een grote, hippe stad is, dus daar verschijnt af en toe ook een hipstertent. Eén van die hipstertenten is HeAVENS Kitchen.

Het ligt in het enige stukje Tilburg dat moeite doet om op Leiden, Utrecht, Amsterdam of elke andere fatsoenlijke stad te lijken: er is water (goed, soort haven, geen gracht) en er zijn terrasjes aan het water. Hartstikke leuk.



De foto hierboven is enigszins verouderd. Inmiddels hangt er een rood doek over het terras, versierd met kerstverlichting, en is de graffiti veranderd in een haan en veel felle kleuren.




Naast de inrichting is er nog iets wat HeAVENS Kitchen bijzonder maakt: er wordt gebarbecued op een Josper (dat is een of ander speciaal ding waardoor het eten nog lekkerder wordt, sorry dat ik niet beter heb opgelet). De menukaart is niet extreem uitgebreid, maar hij is wel origineel. En het meest belangrijke: ER STAAN SPARERIBS OP.

Wat sommige mensen met porno hebben, heb ik met spareribs. Niet dat ik er klaar van kom of zo (oké, misschien ook wel), nee, ik bedoel meer dat je weet dat het niet een verstandig iets is om te doen, spareribs bestellen. Je handen worden er smerig van, je mond wordt er smerig van, in mijn geval wordt je jurk er smerig van en je zit als een soort barbaar te eten terwijl de rest van het restaurant heel beschaafd een vork hanteert. Maar die ongemakkelijkheid wordt altijd beloond, want eigenlijk is met je eten spelen fantastisch.