woensdag 29 juni 2016

Random uitspraken

Het is een soort traditie van me om elke zomer een reeks blogs te hebben. Voor deze zomer wilde ik de focus eens een keer niet op mezelf leggen. Sinds een tijdje heb ik een heel klein boekje in mijn tas zitten waarin ik random uitspraken van mensen opschrijf. Soms zijn dat onbekende mensen in de trein, soms bekenden op feestjes. Zonder context zijn ze vaak grappig, wijs of confronterend.

Hier is de eerste blog met random uitspraken. Geniet ervan en laat me vooral weten wat je ervan vindt. Als je zelf een uitspraak hebt die je graag wilt delen, kan dat natuurlijk ook. Veel leesplezier!


1. 'Ik ben twee keer geweest. Eén keer ging Mike kotsen en één keer ging Mike niet kotsen.'

2. 'Ze zag eruit als een frikadel. Nee, wacht, ze zag er niet zo uit, ze rook zo.'

3. 'Je kunt geen compliment geven over iets wat van jou is.'

4. 'Ik slaap slechter als ik met iemand slaap. Al dat gedraai en gerol en zo.'

5. Eén van mijn docenten op de universiteit noemde een gesprek 'een kwaliteit bezittend mondeling onderhoud'.

maandag 27 juni 2016

Verslag finaleweekend Write Now! 2016

Ik zit op de tweede rij bij de prijsuitreiking van schrijfwedstrijd Write Now! en na vijf minuten wil ik naar de wc. Na vijftien minuten verlang ik naar de wc. Na dertig minuten moet ik naar de wc.
Het programma duurt in het totaal ruim anderhalf uur.
‘Kan ik het maken om naar de deur rennen?’ fluister ik tegen de finaliste naast me. Vanaf mijn stoel heb ik een perfect zicht op de deur. Erboven licht een groen bordje op met de tekst ‘nooduitgang’.
Het is inderdaad nood.
Hoge nood.

Haar antwoord is ‘doe dan, ik sta wel op’, maar ik weet dat ze eigenlijk ‘nee’ bedoelt. Deze finale is niet mijn moment. Mijn naam zal niet genoemd worden tijdens de prijsuitreiking, niet eens als eervolle vermelding. Dat verdien ik nog niet. Voor de publieksprijs had ik tot een paar dagen eerder nog hoop, maar ik wist voor de finale al dat mijn promotiecampagne was mislukt. Ik mag niet tijdens de interviews met mijn medekandidaten langs het podium rennen, ik mag geen seconde van de finale die misschien wel hun moment is stelen.
Dus ik haal de riem uit mijn broek om de druk op mijn blaas te verlichten. Het helpt nauwelijks. Het bordje ‘nooduitgang’ knippert uitnodigend. In elk geval is dit goed voor mijn zelfbeheersing, troost ik mezelf, en dit is ook een mooie kans om te kijken welke optredens en interviews me zo weten te boeien dat ik zelfs het gevaar van een tweede waternoodramp vergeet.

Tijdens de literaire stadswandeling eerder op zondag. Bron: Facebook Write Now!.

zaterdag 18 juni 2016

Spelletje

‘Waarom verlaag je jezelf zo?’ zegt een van mijn literairdere vrienden vol afschuw als ik hem vraag om op mij te stemmen voor de Write Now! Publieksprijs.
Het hebben van literaire vrienden is vervelend. Mijn gewone vrienden stemmen gewoon, mijn beste vrienden hoef ik niets te vragen en mijn literaire vrienden leveren kritiek.
‘Omdat dat bij het spelletje hoort,’ zeg ik, wat ik heb gehoord van een studiegenoot, ‘en omdat het gratis promotie is’, wat ik heb gehoord van een dichter.
Misschien zijn literaire vrienden toch niet zo vervelend.
‘Je sméékt gewoon om stemmen,’ zegt mijn literaire vriend op een toon alsof ik hem zojuist heb verteld dat ik drie geslachtsziekten tegelijk heb opgelopen.
‘Als een prostituee,’ zeg ik opgewekt, want dat heb ik ook al eerder gehoord (van een schrijver). ‘Ga je het nog doen of niet?’
‘Ik denk van niet.’
Prima. Een dag later moet ik examentraining geven en dan laat ik gewoon al mijn leerlingen stemmen. Ik heb helemaal geen literaire vrienden nodig.
Als ik binnenloop in het gebouw waar ik moet werken, word ik niet naar een lokaal maar naar een kantoor gestuurd.
‘Precies groot genoeg voor jou en je leerlingen,’ prijst de coördinator het aan.
Ik kijk op de lijst.
Er komen twee leerlingen.


Het zijn ook nog eens twee leerlingen die graag in stilte zelfstandig werken, dus ze geven mij de tijd om op mijn blog uit te leggen waarom ik mezelf ‘zo verlaag’.

Heel simpel: omdat ik wil winnen.

Speel eens mens-erger-je-niet tegen mij en je leert veel over mijn karakter. Ik vind het heerlijk om jouw pionnen van het bord te spelen, maar ik vind het ook prima als jij mij eraf speelt na een goede zet. Ik juich voor iedereen die even fanatiek is als ik. Pim-pam-pet is al helemaal fantastisch, daar overschreeuw ik iedereen om uiteindelijk te winnen. Maar wanneer een ander fanatiek familielid me voor is, kan ik daar bewondering voor hebben. Monopoly is nog leuker, zeker wanneer ik Lange Poten heb en iemand anders de rest van Den Haag. Diegene kan mooi fluiten naar zijn straat, huisjes en hotels, want ik ruil Lange Poten alleen als ik er wat beters voor terugkrijg.

Write Now! is ook zo’n spelletje. Ik heb Lange Poten, maar ik wil de hele straat. Plein is de juryprijs, die ik zeer waarschijnlijk niet ga winnen, dus die doet niet mee. Maar Spui is er ook nog, de publieksprijs, en twee kaartjes van een straat zijn altijd beter dan één kaartje van een straat. Bij Monopoly vindt niemand het raar als je Lange Poten hebt en vecht om je straat compleet te maken, bij Write Now! verlaag je jezelf opeens als je dat doet.

Vreemd.

Op de voorpagina van de Tilburgse Koerier. <3


woensdag 15 juni 2016

Help mij om de publieksprijs van Write Now! 2016 te winnen

Write Now! is de grootste schrijfwedstrijd in het Nederlandse taalgebied en begint met elf regionale voorronden in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Bijna 1.000 jonge schrijvers van 15 t/m 24 jaar deden in 2016 mee, vijftien bemachtigden een plek in de finale. Eén van hen ben ik.

Ik won de voorronde in Eindhoven met mijn inzending ‘Wachter’. De jury noemde het verhaal ‘spannend en ambitieus’ en zag er mogelijkheden in voor een roman. Voor de finale schreef ik een nieuwe tekst. Daarmee maak ik kans op de juryprijs, die bestaat uit o.a. een MacBook en een columnreeks op Trouw.nl. Eerdere winnaars van Write Now! zijn Maartje Wortel, Niña Weijers en Lize Spit, die debuteerde met Het smelt, een roman die ruim 60.000 keer werd verkocht.

Ook is er een publieksprijs. Deze bestaat uit een iPad en een publicatie in de Vlaamse krant De Morgen. De publieksprijs wordt bepaald door de lezer. Op de website van Write Now! kan er op mij gestemd worden. Wil je eerst lezen waarop je gaat stemmen? Prima, het verhaal dat ik speciaal voor de finale schreef kan je hier lezen.

De uitreiking van zowel de jury- als publieksprijs vindt plaats op 26 juni in WORM/UBIK in Rotterdam en is gratis toegankelijk voor geïnteresseerden.

Goed, tot zover het officiële gedeelte. Omdat het best gênant is om om stemmen te schooien en ik nu voor het derde opeenvolgende jaar in de finale sta, ben ik je echt ontzettend dankbaar als je stemt.

Stemmen doe je via deze link. Degene op wie je moet stemmen, ik dus, heet Marjolijn van de Gender. Ja, je moet je e-mailadres invullen, maar geloof me: de enige e-mail die je binnen twee jaar van Write Now! ontvangt is je stembevestiging. Je gegevens worden niet eens bewaard, laat staan doorverkocht. Naam, tussenvoegsel en achternaam zijn niet eens verplicht.

Laat het me even weten als je hebt gestemd, want dan ben ik je eeuwig dankbaar! Als ik ooit iets voor jou kan doen, geef het gerust door. <3

Je kunt de afbeelding groter en leesbaarder maken door erop te klikken.

Als je meer wilt lezen over Write Now!: ik schreef al eerder over het finaleweekend van vorig jaar en over de prijsuitreiking van mijn voorronde van dit jaar.

dinsdag 14 juni 2016

Voordragen in de bibliotheek

‘Ben je zenuwachtig?’ vraagt een medewerkster van de bibliotheek.
We staan voor het podium in de zaal, waar steeds meer mensen naar binnen lopen. Ouderen, jongeren, volwassenen, goddank geen kinderen. Aan mijn linkerkant staat een katheder, waar eigenlijk zes vellen in A4-formaat horen te liggen. Vellen die ik daar een paar minuten eerder had neergelegd. In plaats van mijn vellen staat er nu een toetsenbord.
‘Nee,’ zeg ik, terwijl ik in gedachten inzoom richting elke hoek van de ruimte. Waar is mijn tekst gebleven? ‘Ik lees gewoon een verhaal voor. Het is niet zo dat ik iets uit mijn hoofd heb moeten leren wat ik kan vergeten. Zeg, gebruikt iemand dat ding?’
Nadat het toetsenbord is verstopt achter een gordijn, mijn vellen veilig op de katheder liggen en de medewerkster een glas water voor me heeft ingeschonken, kunnen we beginnen.

Het is 4 juni en Bibliotheek Midden-Brabant organiseert de eerste van twee stadswandelingen. In het kader van de Spannende Boeken Weken zullen stadsgidsen met een groep mensen in Tilburg op pad gaan, een tocht langs de criminele plekken in de stad. Zo is de allereerste echte bankoverval van Nederland in Tilburg geweest en speelde het bekende drama rond Marietje Kessels zich af in de stad. Daarnaast zijn er ook wat uitgaansmoorden, een soort Mulanverhaal over een vrouw die zich als man vermomde om in het leger te dienen en een heus hotelschandaal.

Maar geen van die onderwerpen is dat van het verhaal dat ik ga voorlezen. Ik heb gekozen voor een persoon die voorkwam in de selectie van bronnen en artikelen die ik ter inspiratie kreeg doorgestuurd, maar die niet in de wandeling zelf terecht is gekomen, zodat ik de stadsgidsen niet in de weg zou zitten.

Ik heb gekozen voor Coba Pulskens.

Coba Pulskens met achter haar onderduikers.

Coba Pulskens was een vrouw die in 1944 zestig jaar oud was. Ze was ongetrouwd, werkte als schoonmaakster en ving bijvoorbeeld piloten uit Canada, Australië en Groot-Brittannië op tijdens hun doortocht naar België. Aangezien ze geen man en kinderen had, vond ze dat, als iemand zijn leven op het spel moest zetten, zij diegene het beste kon zijn. Hoewel ze wist dat het te gevaarlijk was, koos ze er in 1944 voor om onderdak te bieden aan drie piloten. De gevolgen daarvan gaven haar een status als verzetsheldin.

zondag 12 juni 2016

Racefiets

‘Ik heb een racefiets gekocht,’ vertelde een vriendin een paar weken geleden.
‘Oh, wat leuk!’ zei ik. Daar meende ik bijzonder weinig van. Ik ben geen fan van bijna alle soorten lichaamsbeweging, maar aan fietsen heb ik een rothekel. Het is een uiterste redmiddel als er geen bus rijdt en parkeren loeiduur is, dat wel. Maar om nu een fiets te gaan kopen met het idee dat je er regelmatig tientallen kilometers in een zo hoog mogelijk tempo mee gaat rijden, nee, dat kan ik niet leuk vinden.
‘We gaan de omgeving van Wageningen ermee verkennen,’ ging de vriendin door.
‘Leuk,’ herhaalde ik.
Ze keek me aan alsof ze in plaats van mijn stem mijn gedachten hoorde. ‘Je moet maar eens langskomen.’

Koeien in Wageningen.

Vaak zijn dat soort uitnodigingen ‘leuk’ en overweeg je op het moment dat je ze krijgt ook echt wel om eens langs te komen. Misschien denk je zelfs al een paar weken vooruit, probeer je te bedenken welke dagen nog akelig wit zijn in je agenda, en bedenk je uiteindelijk dat je toch niet zo’n zin hebt. Of je wilt degene die je uitnodigde niet lastigvallen. Of je vergeet het gewoon.

Ik kwam langs. Met een bus (ik kon mijn fiets echt geen nacht onbewaakt bij het station laten staan en oké, ik had ook geen zin om te fietsen) en twee treinen bereikte ik een station dat Ede-Wageningen heet. Bij de bushalte van dat station hing zo’n mooie kaart met ‘u bevindt zich hier’. Benieuwd naar de afstand die ik nog zou moeten afleggen bekeek ik de kaart. Ik bevond me ongeveer in het midden. Aan de linkerkant lag een dorp, aan de rechterkant Ede.
Wageningen bevond zich duidelijk niet hier, en ook niet in de buurt.

Een pad in Wageningen.

De tien minuten die ik op de bus moest wachten leken erg lang, tot ik me op de ingang van het station concentreerde om eventuele zwartrijders te betrappen. Er waren geen zwartrijders, want er waren geen poortjes, want er waren geen in- en uitcheckpalen.
Die stonden alleen op het perron, vertelde een reiziger die ook op de bus wachtte me vriendelijk. Of ik dat niet had gezien?
Nee, dat had ik niet gezien.
Of ik dan wel had uitgecheckt?
Nee, dat had ik niet –
De twee minuten die ik over had om naar het perron te rennen zodat ik alsnog kon uitchecken leken een stuk minder lang.