vrijdag 26 februari 2016

5 studentenkamers waar je niet wilt wonen

Ik zit nu in de trein - met al een halfuur vertraging - na een mislukte hospiteerpoging. Hospiteren betekent dat je graag op kamers wilt wonen, bent uitgenodigd (vaak met duizend anderen) om een kamer te bekijken en dat je indruk probeert te maken op je toekomstige huisgenoten. Zelf doe ik het niet vaak. Ik wil dolgraag in Leiden wonen (ben of ken je iemand die mij kan helpen? Neem contact met me op!) maar ik probeer alleen te reageren op kamers waar ik een kans denk te maken.

Anyway, geïnspireerd op mijn hospiteerervaringen van twee jaar geleden (toen had ik na een maand een kamer, hoe luxe was dat achteraf) en van 2015/2016 komen hier vijf studentenkamers waar je niet wilt wonen. Als ze je toch aantrekkelijk lijken: je kunt ze allemaal in Leiden vinden.

1. De kamer met 20 Polen als buren.
Als een kamer relatief groot en goedkoop is, weet je dat er haast wel íéts moet zijn. In dit geval blijken er in het huis naast dat studentenhuis twintig Polen te wonen. 'Af en toe bellen we de politie,' vertelt één van de bewoners aan ons. Als ze de ongeruste blikken ziet, voegt ze toe; 'Dat doet de buurt ook vaak, hoor.'
Iemand schuift ongemakkelijk op de bank, twee anderen kijken naar elkaar en dan naar de vloer.
Ik gebruik de stilte om een vraag te stellen over de fietsenstalling, die er niet is.
'We zetten de fietsen gewoon hiervoor neer,' zegt een meisje dat al in het huis woont.
'De banden van mijn fiets zijn laatst kapot gesneden,' zegt het andere meisje opgewekt.
'Oh, door de Polen?' grap ik.
Inderdaad, door de Polen.

donderdag 18 februari 2016

Een gevonden tas

Een week geleden blogde ik over een oudere dame die haar tas in de trein had laten liggen. Wat ik op dat moment niet wist, was dat onze ontmoeting nog een staartje zou krijgen. De dag nadat ze haar tas had teruggekregen belde ik haar op, omdat ik haar nog niet persoonlijk had kunnen vertellen hoe blij ik was dat ze haar spullen weer had.

Ze stond erop om mij mee uit eten te nemen in Leiden. Hoe ongelooflijk lief was dat!
Natuurlijk was dat totaal niet nodig. Ze had al drie voicemailberichten achtergelaten om me te bedanken, dus ik voelde me al bedankt genoeg. Maar sommige voorstellen zijn te lief om te weigeren en bovendien leek de mevrouw me een fascinerend persoon.

Ik stelde maandag of woensdag voor. Op maandag kon de mevrouw niet, dan moest ze roeien (in het water, niet in de sportschool), dus het werd woensdag. Ik mocht kiezen waar we zouden gaan eten, zolang het niet te ver bij het station vandaan was. Eén van mijn favoriete cafés in Leiden is De Bruine Boon (die appeltaart is nog beter dan die van mijn moeder - niet tegen mijn moeder zeggen!) en toevallig ligt dat ook nog eens bijna naast Leiden Centraal.

zondag 14 februari 2016

Beter een luis in de pot dan helemaal geen vlees

Mijn vader is bezig met het opruimen van zijn boekenkast. Naast reclame voor de eerste computer, het programma van de musical The Phantom of the Opera die in de jaren '90 in Scheveningen stond en zijn afstudeerscriptie vond hij - verrassend genoeg - boeken. Niet alleen een Koran waarvan niemand de afkomst en het doel weet, of hoogbejaarde edities van In de ban van de Ring waarin het werkwoord 'gelasten' nogal populair is, nee, hij vond ook Het literair pseudoniemen boek (1987) en Nederlands Spreekwoordenboek (1995), die nu van mij zijn. Vooral het laatste is geweldig (en beledigend). Daarom ga ik je hier verblijden met een lijstje van mijn favoriete onbekende spreekwoorden tot nu toe. Bereid je voor op Griekenhaat, een geslachtsziekte en luizen. Veel luizen. Enjoy!

Elke afbeelding is klikbaar voor een vergroting.

Geslachtsziekte
Op een van de eerste pagina's van het boek staan spreekwoorden over 'aanbranden'. Over zowel een man als een vrouw kan je zeggen dat hij of zij is aangebrand. Er is alleen een klein, misschien niet zo toevallig betekenisverschil.

Geslachtsziekten en ongeboren kinderen zijn natuurlijk goed vergelijkbaar.

Mieren
Mieren zijn het meest militaire volk dat ik ken. Oudere mieren geven zich letterlijk op als verkenner, omdat verkenners de meeste kans hebben om gedood te worden en zij de jongere mieren willen sparen. Als je een mier onder een microscoop legt, verandert hij in een horrorfiguur. Heel interessante beestjes. Als je mieren met Hollandse directheid combineert, krijg je deze spreekwoordelijke pareltjes.

'Mama, waar is opa?'
'Hij ligt bij de mieren, schat.'
'Wanneer gaan we naar hem toe?'
'Dat vroeg oma laatst ook al. Ze mist hem zo erg, ze heeft echt een mier in haar broek.'

woensdag 10 februari 2016

Een verloren tas

Vandaag heb ik iets prachtigs meegemaakt.

Mijn trein reed niet verder dan Rotterdam Centraal vanwege geweld tegen een conducteur (schandalig!) in Delft. Ik moest overstappen op een andere trein. Met mij stapte een bejaarde mevrouw over. Ze kwam naast me zitten en begon vriendelijk tegen me te babbelen in een heel mooi, chique accent. Ze was ook in Brabant geboren, dat zorgde meteen voor een band. Zij moest naar Den Haag Centraal, ik naar Leiden. Omdat onze trein alleen op Hollands Spoor zou stoppen, moest ze overstappen.

Op het moment dat de trein wegreed greep ze naar haar tas. Die ze niet bij zich bleek te hebben. De tas bleek nog in de trein die in Rotterdam stond te liggen. Die trein zou teruggaan naar Venlo, was omgeroepen.

De mevrouw raakte in paniek. Alles zat in die tas: haar identiteitskaart, haar huissleutels, haar mobiele telefoon. Heel erg, want ze kon haar eigen huis niet eens in en ze kon ook geen contact met de NS opnemen.

Onze hele coupé leefde mee, maar omdat ik naast haar zat, heb ik de NS aangesproken via Twitter en Facebook en het nummer van haar huistelefoon doorgegeven. Met mijn telefoon heeft de mevrouw vrienden van haar gebeld, waar ze reservesleutels had liggen. Deze vrienden waren niet thuis en ze heeft een voicemail ingesproken.





Ik heb haar aangeraden om naar de buren te gaan en te wachten tot haar vrienden thuis zouden komen. Ook heb ik haar mijn nummer gegeven, zodat ze mij kon laten weten hoe het zou aflopen.

Toen ik bijna bij de universiteit was, werd ik gebeld: haar vrienden waren thuis! De man aan de telefoon klonk erg aardig en begaan en ik kon hem vertellen waar de mevrouw ongeveer was, waardoor ik me ook wat geruster voelde.



Tijdens mijn college kreeg ik een voicemail van de vrouw: ze was veilig thuisgekomen en zou wachten op een bericht van de NS. Niet veel later had ik een berichtje van de NS op Facebook: ze zouden kijken naar de tas en vonden het fijn dat ik de mevrouw had geholpen. Na een paar minuten wachten kreeg ik een bericht op Twitter van de NS én een nieuwe voicemail van de mevrouw.
Mijn docent was zo aardig om me toestemming te geven om de voicemail af te luisteren.
Een heel blije, opgeluchte mevrouw vertelde me in haar prachtige, waardige accent dat haar tas veilig op Rotterdam Centraal was. Als het goed was, zat alles er nog in. Ze kon hem binnen vijf dagen halen en anders zou hij thuisgestuurd worden, maar ze ging natuurlijk meteen. Ik zou nog van haar horen.
I
Na mijn college zal ik haar weer bellen om haar te vertellen hoe blij zij mij heeft gemaakt. Ik ben veel te vaak chagrijnig in de trein, ik zeur veel te vaak over de kleine cappuccino's van de Kiosk of over de vijf minuten vertraging die ik wel eens heb. Vandaag heb ik geleerd dat er nuttigere dingen zijn om te doen, dingen die mij een goed gevoel geven, dingen waarmee ik andere mensen kan helpen.

Ik ben zo gelukkig dat ik iets kleins voor deze mevrouw heb kunnen doen en nog gelukkiger dat alles ook echt goed is gekomen. Het wordt lente. Wat een topdag.

Update 18 februari: Deze mevrouw was mij zo dankbaar dat ze mij mee uit eten nam. In dit bericht lees je daar alles over.