maandag 19 december 2016

Schrijfwedstrijd, optreden & Parijs

Ik heb het nogal druk en mijn blog is er een beetje bij ingeschoten. Maar ik probeer het weer op te pakken, dus hier zijn mijn hoogtepunten van de afgelopen week (en een moralistisch lesje: wees voorzichtig wanneer je schrijven een 'hobby' noemt).

Kerstverhalenwedstrijd
Afgelopen donderdag werd bekend dat ik de Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd heb gewonnen. Vorig jaar werd ik tweede, dus het is mooi om ‘vooruitgang’ te zien, voor zover je twee edities van een wedstrijd met elkaar kunt vergelijken. De prijs is 250 euro aan boekenbonnen – de enige andere wedstrijd waar je die kunt winnen is Write Now!, waar jaarlijks meer dan duizend inzendingen voor zijn. Dat alleen al is een goede reden om mee te doen.


Ik ben niet iemand die uitblinkt in woordkunst. Mijn verhalen zijn vooral praktisch: je gaat van punt A naar punt B. Spelen met taal is niet iets wat me ligt, als ik het probeer is het al heel snel geforceerd, dus meestal doe ik het niet. Bij het verhaal dat ik inzond naar de wedstrijd deed ik dat juist wel. Ik koos expres een alledaags, saai onderwerp wat ik door mijn manier van omschrijven interessant moest maken. Met aan het einde een randje thriller of horror, hoe je het noemen wilt, dat kon ik niet weerstaan, haha. Daar staat trouwens wel een joekel van een taalfout in: ‘Mijn tanden klapperen tegen elkaar en de rest van mijn lichaam trilt mee.’

donderdag 15 december 2016

Je hoeft niet bang te zijn

'In een stampvolle, vertraagde treincoupé speculeert de ik-verteller op basis van uiterlijkheden over de aard van haar medereizigers. Een alledaags tafereel, dat echter opgetild wordt door sterke beeldspraak, zoals wenkbrauwen die naar elkaar toegroeien ‘als oudere mensen die verliefd worden’. En een gewone trein is dit niet: het alledaagse krijgt een sinistere lading vanaf het moment dat het horloge van een van de medereizigers blijkt stil te staan. Een drama begint zich kalm te ontvouwen. Dit verhaal verrast de lezer, treft subtiel de tijdgeest van dreiging en is bovendien afgerond zonder volledig te zijn dichtgetimmerd.

Om die redenen honoreert de jury ‘Je hoeft niet bang te zijn’ van Marjolijn van de Gender (22, Nederlands en Taalwetenschap) met de hoofdprijs van de Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd 2016.'
- juryrapport Mare Kooyker Kerstverhalenwedstrijd


Ik weet niet of de twee jongens bij elkaar horen. De linker heeft krullen die hij bijna boos aan de kant veegt wanneer ze in zijn irissen dreigen te prikken. Hij is degene die vijf minuten geleden oogcontact met me maakte, knipoogde en zijn kin nadrukkelijk naar rechts bewoog.
Daar zit de andere jongen. Hij is jonger en heeft een boek in zijn handen. Ik vraag me af hij altijd al één wenkbrauw had of dat het er vroeger twee waren die langzaam naar elkaar toegroeiden, net als oudere mensen die verliefd worden.
Omdat ik vanmorgen dacht dat ik mijn naaldhakken niet in hoefde te lopen voordat ik ze een hele dag zou aantrekken, wrong ik me langs de andere passagiers. Het interesseerde me niet dat ik onbeleefd leek, ik moest zitten, anders zouden mijn tenen in brand vliegen. Bij de jongens, achter het toilethok, bleek een bank te staan en naast het raam was nog een plaats vrij. Om daar te komen moest ik over een dikke vrouw klimmen, hoewel ik nooit hardop zou durven zeggen dat ze dik was. Ze is het type dat een baksteen in haar handtas zou stoppen, speciaal voor mensen zoals ik, kleine en dunne mensen die eigenlijk geen mosterdgele jas moeten kopen die tot hun knieën hangt maar dat toch doen omdat ze graag gezien willen worden.
Nu veins ik dat ik haar snorhaartjes, die ‘ga weg!’ naar me seinen, niet begrijp. De wenkbrauwjongen zit tegenover me en probeert te voorkomen dat zijn broek de mijne kust, tevergeefs. Zijn knieën steken te ver uit en raken die van mij bij elke schok. Het boek beeft in zijn handen. Harry Mulisch. In gedachten noem ik de jongen ook Harry.
Hij lijkt niet oud genoeg om op zichzelf te wonen. Misschien gaat hij van de ene ouder naar de andere. Als hij ook naar Den Bosch moet, komt hij om vijf over half zes aan, net op tijd voor het kerstdiner. Hij is expres laat vertrokken, stel ik me voor, stiekem hoopte hij op vertraging, zodat hij zich minder lang zou hoeven inspannen om netjes te eten en geen druppel jus te morsen. Zijn vader zou niets zeggen, enkel met zijn lepel net iets te hard tegen de soepkom tikken.

zondag 27 november 2016

Angst

Na mijn vorige blog over tandartsangst kreeg ik veel reacties. Lieve mailtjes en berichten op social media van onbekenden, en onbegrip van sommige bekenden. Dat laatste begrijp ik wel, echt waar. Angst is iets irrationeels en ik ben een heel rationeel persoon. Dat gaat niet samen. Maar angst is niet iets waar je voor kiest, angst is iets wat je overkomt.

Als ik over mijn tandartsangst probeer te praten, neemt degene die luistert meteen aan dat ik dan wel bang voor de verdovingsprik zal zijn. Dat ik bang ben omdat het pijn kan doen.
Maar het is niet de prik. Het is niet de pijn. Was het dat maar.

Ik ben bang geworden doordat de meest afschuwelijke teringteef op deze planeet een gaatje in mijn tand vulde. Ze verdoofde me, dat wel, maar ze gaf de verdoving geen kans om in te trekken, waardoor ik alles voelde. Dat was op zich niet zo’n ramp, ware het niet dat ik aangaf dat ik wilde dat ze stopte.

Ze stopte niet.

Integendeel, ze vertelde dat het aan mij lag dat de verdoving niet goed werkte en ze zei dat ze nog een minuutje nodig had.

Het duurde geen minuutje. En toen ik mijn hand opstak omdat ik echt wilde dat ze stopte, negeerde ze die.

Op het moment dat je een boor in je mond hebt, een boor die van alles kan beschadigen, kan je niet opstaan en weglopen. Je kunt die teringteef die boven je hangt niet in haar gezicht slaan. Je kunt jezelf niet verdedigen. Kortom: je bent volslagen machteloos.

zondag 13 november 2016

Verstandskies

Godverdomme. Tering. Kut.
Ik spreek de woorden niet uit, maar ik denk ze wel, meerdere keren na elkaar. Het is zondag, acht uur ’s morgens en ik sta voor de spiegel. Met de flits van mijn telefoon schijn ik in mijn mond en ik heb mijn vinger achter mijn mondhoek gehaakt om een goed zicht op mijn rechteronderkaak te krijgen.
Godverdomme. Tering. Kut.




Het begon eind juni met een blaar, zomaar midden in de bioscoop. De blaar zat op mijn tandvlees bedoel ik, niet in de bioscoop, want ik zat in de bioscoop. Ik heb hem doorgebeten en mijn popcorn gewoon opgegeten, ik vond het zonde van mijn geld om het niet te doen en bovendien is zout best ontsmettend en zo. Maar sinds die blaar zat er een soort krater op het tandvlees naast mijn kies, een krater die ik goed schoonhield met poetsen en die eigenlijk niet voor problemen zorgde.

Tot een paar dagen geleden. Ik had net vier vingers tweedegraads verbrand aan een bord (mijn duim is op dit moment nog steeds één grote blaar waar ik niets mee kan) en volgens van die enge internetsites waar je eigenlijk niet op moet kijken als je iets hebt, kost het je lichaam best veel energie om brandwonden te genezen. Zo veel energie dat je weerstand ervan omlaag kan gaan en dat je een ontsteking kunt krijgen. Of het is gewoon het willekeurige moment waarop alles fout gaat, dat kan ook nog. Dat lijkt me eigenlijk waarschijnlijker. In elk geval: een paar dagen geleden begon de plek bij mijn tandvlees opeens op te zwellen en goed zeer te doen.

Vandaag zie ik dat mijn tandvlees is gespleten, een beetje zoals de zee dat voor Mozart Mozes deed. Ik schraap al mijn moed bij elkaar, graai een extra dunne tandenstoker uit het doosje op de wastafel en ik por ermee in de spleet. Iets hards. Bot. Met de structuur van mijn kies.
Deze keer vloek ik wel hardop.

dinsdag 25 oktober 2016

Hoe word je geen succesvolle schrijver?

Eén miljoen Nederlanders willen schrijver worden. Het goede nieuws is dus dat zo’n zestien miljoen Nederlanders die ambitie niet hebben. Succesvol worden als schrijver is tegenwoordig zo ontzettend makkelijk (je kunt zonder uitgever een boek publiceren dat volgens de titel gaat over verschillende grijstinten en in de werkelijkheid over de twee saaiste personages ooit) dat het niet meer leuk is. Het is veel leuker en uitdagender om NIET succesvol te worden. Maar hoe doe je dat?

Hieronder vind je tien tips, gebaseerd op mijn ervaringen als amateurschrijver én observator. Veel leesplezier!

1. Schrijf een slechte recensie over een boek en tag het twitteraccount van de uitgever in je bericht.
Ik denk serieus niet dat dit ooit nog goed gaat komen.



2. Schrijf verhalen van 4466 woorden.
De enigszins toegankelijke literaire tijdschriften eisen vaak een maximum woordaantal van 2500 woorden. Schrijfwedstrijden willen óf minder dan 1500 woorden óf hele manuscripten. Kortom: je hebt een fantastisch verhaal geschreven, maar niemand wil het publiceren.



3. Doe je vooral niet aardiger voor dan je bent.
Er zijn veel mensen die kunnen schrijven. Er zijn wat minder mensen die kunnen schrijven én netwerken. Je wilt toch niet tot een minderheid behoren?


via GIPHY

4. Als je een schrijfwedstrijd niet wint, is dat omdat de jury te dom is om je verhaal te begrijpen.
Als juryleden slimme mensen waren, zouden ze een baantje hebben gekozen dat wél geld oplevert, nietwaar?




zaterdag 22 oktober 2016

Optredens Tilburg & Brussel

Noot vooraf: dit bericht is geschreven op 14 oktober, maar ik was vergeten het op die dag te plaatsen. Oeps.

Degene die heeft bedacht dat schrijven eenzame en asociale activiteit zou zijn, verdient wat mij betreft een nekschot (als hij, het was vast een hij, niet allang dood is). Om te beginnen is schrijven niet eenzaam. Tentamens leren is een stuk eenzamer. Ik kan mijn laptop meesjouwen naar elk willekeurig café en daar met plezier een verhaaltje bedenken, maar ik kan mijn aantekeningen onmogelijk leren als er allemaal mensen om me heen aan het praten zijn. Schrijven is ook niet asociaal. Zo ging ik vorig jaar met twintig jonge schrijvers op kamp, deze zomer met zeventien andere jonge schrijvers/journalisten/radiomakers/kunstenaars tw
ee weken naar Parijs en eergisteren met vijf andere talenten van een talentontwikkelingstraject twee dagen naar Brussel.


We gingen daarheen om op te treden. Een week eerder stonden we in Tilburg.

Optreden Tilburg













Ik sta met vijf andere talenten van het talentontwikkelingstraject Talent Op Tilt (wow, dat vaak ‘talent’ in één zin, goed voor m’n ego) in de NWE Vorst in Tilburg. We treden op tijdens een programma dat Verse Taal heet: in de zomer hebben we allemaal iemand gestalkt op social media en over die persoon hebben we een verhaal of een paar gedichten geschreven. Als je te lui bent om door te lezen, wat ik best begrijp want ik ben ook lui, kan je op deze link klikken om onze teksten te lezen.

Voor het optreden eten we met z’n allen soep en sandwiches. Ik kom net van de universiteit en ik ben doodmoe, dus ik vergeet de helft van het gezelschap te begroeten. Oeps. Alsnog is het erg gezellig, en voor we het weten begint het optreden. De avond wordt geleid door een presentator, die ons alle zes heeft gegoogeld en zijn meest gênante ontdekkingen met het publiek deelt. Bij mij zegt hij: ‘Marjolijn wil graag de Nobelprijs voor de Literatuur winnen.’

Nou, we weten allemaal dat dat dit jaar helaas nog niet is gelukt, want Bob Dylan heeft hem voor mijn neus weggekaapt, maar volgend jaar beter. Nee, even serieuzer: als iemand dat over je zegt, kom je natuurlijk superarrogant over. Dat ben ik misschien ook wel, daar niet van, maar de presentator had de zin gevonden in het ‘Over mij’-gedeelte van mijn blog. Het hele citaat is: ‘Van elk boek dat ik lees probeer ik te leren, omdat ik zelf hoop om ooit een boek te publiceren. Eigenlijk wil ik de Nobelprijs voor Literatuur winnen, maar ik heb geleerd dat het verstandig is om bescheiden te beginnen.’ Als je mijn blog kent, waar ik wel vanuit ga omdat je hem op dit moment leest, kan je heel misschien wel raden dat die zin enigszins humoristisch is bedoeld. Of hij dat ook is, laat ik aan jou over.

donderdag 20 oktober 2016

Wortelkanaalbehandeling

Dit bericht is veilig voor iedereen met tandartsangst.

Ik ben echt zo blij dat ik dit even moet delen. De afgelopen vierentwintig uur werd ik helemaal gek van een verschrikkelijke pijn in mijn kaak. Vanmorgen besloot ik om voor het eerst in jaren naar de huisarts te gaan, want pijnstillers hielpen niet meer. Echt een geweldige beslissing, ik heb mezelf heerlijk een uur onder laten hoesten door mensen die blijkbaar allemaal geen handen meer hadden om voor hun mond te houden.

Het advies van de huisarts?
'Even wat oplosbare ibuprofen halen bij de apotheek en dan de tandarts bellen.'

De apotheek was een topervaring, vooral het zeer vriendelijke en op fluistertoon gevoerde gesprek dat ik had met een vrouw die haar auto zo had geparkeerd dat ik niet meer kon wegrijden en die volgens mij dacht dat ik 'hoer' heette.
Ik heb haar vriendelijk verteld dat ze kon kiezen: of ze zette haar auto aan de kant, of ik reed er een deuk in.
Ze koos heel wijs voor de eerste optie, dus de mensheid is nog niet verloren.

 Het bellen van de tandarts was ook leuk, maar het langskomen nog veel leuker. Dat vond de tandarts ook, want anderhalf uur later mocht ik terugkomen, yes!
Voor een wortelkanaalbehandeling. Want een van mijn zenuwen was ontstoken, zomaar, gewoon omdat dat stomme ding daar zin in had. #badboysdoenwatzewillen

Ik ben niet zo'n fan van de tandarts. Tot een jaar of drie geleden ging ik zelfs niet omdat het ooit een keer goed is verpest. De anderhalf uur voor de wortelkanaalbehandeling hoopte ik dat er een UFO boven mijn hoofd zou neerstorten, zodat ik er niet heen zou hoeven. Best erg eigenlijk, zeker omdat iedereen in mijn tandartspraktijk superaardig is. Maar...

Ik meen dat ik blij ben. Vanaf de eerste verdovingsprik (het waren er maar twee, geen zeven, 'wortelkanaalbehandeling' googelen is geen aanrader) was mijn pijn weg. Goed, tijdens de behandeling smaakte mijn mond naar zwembad en probeerde de assistente me te laten stikken in mijn eigen kwijl, maar ik heb er nauwelijks wat van gevoeld. Nu is de verdoving uitgewerkt en dankzij mijn eerder opgehaalde pijnstillers bij de apotheek voel ik nog steeds niets.

Morgen mag/moet ik de tandarts bellen hoe het gaat. Of ze zijn daar heel betrokken, of ze zijn erachter gekomen dat ze opeens een boortje missen dat wel eens in mijn tand achtergebleven zou kunnen zijn. Nou ja, oké, moraal van het verhaal is dus dat die zenuwbehandeling me enorm is meegevallen. 'Wortelkanaalbehandeling' stond altijd in mijn top drie van tandartsnachtmerries (op nummer twee, achter 'verstandskies laten trekken' (update 13 november: fuck)) en het kiepert nu mijn top tien uit. Meer dan tien tandartsnachtmerries durfde ik niet te bedenken. Fuck de vrouwen op internetforums die zeggen dat ze liever een kind baren dan dit laten doen bij de tandarts (of is een kind baren zo makkelijk?), het kan ook gewoon zonder ellende.

En het allerbeste nieuws bewaar ik voor het laatst: ik mag terugkomen bij de tandarts, op mijn verjaardag. Joepie!



zondag 9 oktober 2016

Restaurantrecensie: 't Taphuys


In Tilburg hebben we een gebouw dat vervloekt is. Bijna elk jaar zat er een ander café in dat pand, waaronder een Italiaan die het ooit waagde om me pasta met olijfolie en verder niets te serveren. Vorige maand opende een nieuw café er zijn deuren: 't Taphuys.

Bron: eigen website 't Taphuys.

Het is een café met een meer dan twaalf meter lange wand waar je veertig verschillende soorten bier of wijn kunt tappen, maar ik had laatst een recensie gelezen waarin er ook lovend over het eten werd gepraat. Een vriendin van me, Fleur, had juist een horrorverhaal gehoord. Aangezien we allebei nieuwsgierig waren, besloten we gisteren om eens te gaan kijken. En te gaan eten. En te gaan drinken, natuurlijk.

Bron: eigen website 't Taphuys.

Hierboven zie je de inrichting. Het is een redelijk groot gebouw, waar je zowel boven als beneden kunt zitten. Aan de voorkant is een ruim terras aanwezig met warmtelampen. Rechtsonder zie je de wand waar je je eigen bier of wijn kunt tappen. De gele lampen bewegen langzaam, een beetje zoals die bollen bij de ingang van Droomvlucht in de Efteling. Wij waren er in het donker en toen hing er een supergezellige sfeer in het gebouw.

Bij de bediening kan je een pasje vragen. Daar kan je tegoed op zetten, en dat tegoed kan je uitgeven bij de tapwand. Vol verwachting liepen wij erlangs, vastbesloten om alles te bekijken en een weloverwogen keuze te maken. We waren halverwege en -
'Sangria!' brulden we tegelijk, en voor we het wisten hadden we onze glazen volgeschonken.
Oeps. De rest van de taps zouden we de volgende ronde wel bekijken.


De menukaart van 't Taphuys is niet zo uitgebreid. Ze hebben, net als HeAVENS Kitchen, een Josper, zo'n speciale oven waarover ik alles vergeten ben behalve dat je er lekker vlees in kunt maken. Het duurde ongeveer twintig minuten voordat we de bediening naar ons tafeltje hadden gelokt, zodat we konden bestellen. De serveerster was heel vriendelijk en vertelde ons dat het ontzettend druk was in de keuken, waardoor de bereiding van ons gerecht wel even kon duren. Prima, dat was een mooi excuus om de nacho's waar we allebei al op aasden als voorgerecht te nemen.

zondag 2 oktober 2016

Nederlandse Taal en Cultuur

Een paar jaar geleden waren veel mensen verbaasd dat ik niet voor Nederlandse Taal en Cultuur koos toen ik mijn studiekeuze maakte. Ik had geen enkele moeite met het vak, het was geen geheim dat ik van schrijven hield en in het jaarboek van mijn middelbare school belandde ik op de tweede plaats in de categorie ‘wie er later terugkomt als docent’. Nog bedankt voor dat ‘compliment’, jongens.

Ik had een paar redenen om niet voor Nederlands te kiezen. Ten eerste wilde ik niet voorspelbaar zijn, ten tweede vond ik dat een studie voor arrogante mensen die hem als middel zagen om schrijver te worden en ten derde was de meeloopdag (omdat ik een rationele keuze wilde maken en niet alleen op mijn ehm vooroordelen wilde afgaan) in Utrecht verschrikkelijk. Ik had ook een proefcollege Literatuurwetenschappen gevolgd, waarbij ik in slaap was gevallen. Tja, dan is de keuze om iets niet te gaan doen snel gemaakt, toch?

Uiteindelijk koos ik Taalwetenschap, de meest brede studie die ik kon vinden. Het grootste verschil tussen Nederlands en Taalwetenschap is dat Nederlands gaat over geschreven taal en regels, terwijl Taalwetenschap gaat over de taal die mensen gebruiken. In mijn eerste colleges Taalwetenschap leerde ik hoe ik in het Arabisch ‘brandende liefde’ kan zeggen en later hoe hersens met dyslexie omgaan en hoe een taal kan sterven. Hoeveel een taal zegt over een cultuur. Een cultuur die geen liefde kent, zal er geen woord voor hebben. Of denk maar aan Harry Potter, waar niemand de naam van Voldemort uitsprak vanwege angst. Welke taal we gebruiken, zegt zo ongelooflijk veel over ons.

Als je de laatste spreker bent van een taal, ben je ook de laatste uit een cultuur. Dat vind ik één van de meest trieste beelden die ik kan bedenken.

Ik heb veel geleerd van Taalwetenschap, veel zelfvertrouwen gekregen omdat ik dingen voor elkaar kreeg die ik nooit verwachtte te kunnen: een mondeling van het IPA halen, een keer het beste cijfer van de hele groep te halen met een paper over drogredenen op Twitter, bijna wekelijks presentaties houden over onderwerpen waar ik enkele dagen eerder nooit van had gehoord.

Maar ondertussen leerde ik jonge mensen kennen die, net als ik, van schrijven hielden. Die er belachelijk goed in waren. Die met mij wilden praten over Kunst en Literatuur.

Ik wist alleen niets van Kunst en Literatuur, dus dat was altijd een beetje… eh, awkward.

woensdag 28 september 2016

'Doe eens gezond'-dag

Het is vandaag blijkbaar een ‘doe eens gezond’-dag. De ellende begon al bij de AH to go, jullie weten wel, die dure variant van de Albert Heijn die bij de stations te vinden is. Ik was vanmorgen te lui om zelf eten mee te nemen, dus ik besloot wat te halen. Een muffin, ja, daar had ik wel zin in. Zo’n lekkere met stukjes half gesmolten chocolade in elke hap. Ik graaide in het bakje met chocolademuffins, pakte de voorste en rekende mijn pas gevonden schat af. Niets aan te hand.

Tot ik die muffin daadwerkelijk wilde opeten. Er zat al iets raars op de bovenkant, maar goed, daar besteedde ik niet veel aandacht aan, want ik had honger. Ik zette gewoon mijn tanden in de bovenkant en genoot alvast van de stukjes chocolade die ik zo zou proeven.

Maar ik proefde ze niet.
Er was helemaal geen chocolade.

Zodra ik begon te kauwen werd ik nog erger: de muffin smaakte als een spons die al maanden niet meer in een emmer met water heeft gelegen. Die ene hap heb ik doorgeslikt, de rest van de muffin heb ik op een stationsplein geprobeerd aan de vogels te voeren. Helaas had zelfs de allerdikste obesitasduif geen interesse meer nadat hij zijn snavel tegen een kruimel had geduwd.


Ondertussen ving ik een gesprek op tussen twee meisjes. Meisje één, veel langer en dunner dan ik, vertelde dat ze op dieet was en elke morgen havermout met ‘gore bessen’ at.
Ik wilde haar vragen of ze gojibessen bedoelde, maar ik heb zelf ook geen flauw idee hoe je ‘gojibessen’ uitspreekt, dus ik hield mijn mond.

Aangezien die vieze vuile Murphy heeft bedacht dat ellende altijd in drie keer komt, moest mijn derde gezonde onderbreking van de dag nog komen.
En die kwam, hoor. Natuurlijk.
Op het moment dat ik op de bus stond te wachten, want ik was op weg naar de universiteit met een tas vol boeken die ongeveer drieduizend kilo woog, zag ik dat de bus helemaal niet zo komen. Sterker nog: dat er nog een week geen bussen door de binnenstad zouden rijden. Helaas was ik al lichtelijk laat bij het busstation, dus op dat moment had ik nog negen minuten om twaalf minuten naar de universiteit te lopen.

Dat werd dus rennen. Met drieduizend kilo boeken.

Ik heb echt minstens een kilo frikadellen nodig om al deze gezondheid goed te maken.

zondag 25 september 2016

Mais oui, Paris!

Ik ben weg bij RUMAG. Het was niet mijn keuze, ik kreeg eergisteren opeens een mail met die mededeling. Zeer apart, aangezien ze een paar dagen eerder nog mijn maat moesten hebben voor een shirt. Ik heb natuurlijk een mail teruggestuurd, maar aangezien ik zowel een antwoord als het shirt niet meer verwacht, heb ik mezelf wat kleren cadeau gedaan. Daar zocht ik toch al een excuus voor. :')

Zoals je in mijn vorige blog kunt lezen, gaat het momenteel op schrijfgebied niet echt fantastisch (ik vertel dat omdat het bij iedereen wel eens iets wat minder gaat en ik het absurd vind dat daar nauwelijks over wordt gepraat; het moet altijd maar goed gaan en leuk zijn, zeker op de sociale media) en dit was nog een extra duwtje. Shoppen helpt best goed tegen negatieve dingen, zeker als je per ongeluk een broek van drie maten te groot meeneemt naar het pashokje, maar het helpt tijdelijk.


Gisteren ‘moest’ ik optreden bij Vlaams-Nederlands Huis deBuren, de organisatie waarmee ik naar Parijs ben geweest. Ik had er zelf voor gekozen om op het podium te staan, want ik heb nog niet zo vaak voorgedragen en het leek me een goede kans om wat ervaring op te doen. Een paar maanden geleden las ik iets voor in de bibliotheek en nog wat eerder gaf ik een ‘persoonlijke speech’, maar dat is het wel zo’n beetje. Elk brokje ervaring is mooi meegenomen. Ik schreef in de eerste zin van deze alinea ‘moest’ omdat ik er niet meer zo heel erg veel zin in had. Door de eerder beschreven zaken heb ik momenteel niet echt het ‘ik klim nu op het podium, ga iets fantastisch voorlezen en jullie gaan luisteren en het geweldig vinden’-zelfvertrouwen.

Eenmaal in Brussel, waar deBuren is gevestigd, voelde ik me al wat beter. Het is een prachtige stad, de mensen bij deBuren zijn erg aardig en het was natuurlijk ook hartstikke leuk om mijn mede-Parijsgangers weer te zien. En wat waren ze goed! Het was een heel afwisselende avond met proza, poëzie, poëzie uit het hoofd, poëzie met muziek, muziek, dialoog, essays, tekeningen, een interview en zelfs een animatiefilm. Het is heel mooi wat je allemaal met taal kunt doen. Er waren gratis drankjes en ik heb mezelf zelfs nog nuttig gemaakt door de witte wijn te vinden die iemand uit het publiek graag wilde hebben. Mais oui, Paris!, zoals het programma heet, wordt op 17 december nogmaals georganiseerd, maar dan in Amsterdam. Kom zeker kijken als je tijd hebt, dat doe ik ook!

Uitzicht vanaf de eerste verdieping van deBuren.

zondag 18 september 2016

Jaloezie

Oh, wat haat ik jaloezie. Het is zo’n slechte eigenschap die in een paar seconden heel veel in een vriendschap kan verpesten. Ik heb mezelf lang wijsgemaakt dat ik niet jaloers was, dat ik mensen al hun succes gunde en dat ik niet zo’n ‘het is heel leuk dat het goed met je gaat, zolang het niet beter met jou gaat dan met mij’-type zou zijn.
Ik ben dat wel. En niet zo’n beetje ook.

Eerder schreef ik dat ik mocht deelnemen aan een talentontwikkelingstraject voor jonge schrijvers. Een fantastische kans. Er zijn nog vijf andere deelnemers. In het kort gezegd worden deze vijf deelnemers elk begeleid door een redacteur van een uitgeverij en is de kans heel erg groot dat er daadwerkelijk boeken van ze gaan verschijnen.

Ik word ook begeleid door een redacteur van een literaire organisatie en literair tijdschrift, en hij geeft heel fijne, eerlijke feedback. Wat dat betreft is er dus niets aan de hand.

Het probleem is dat de vijf anderen interesse hebben van uitgevers, terwijl ik niet eens goed genoeg kan schrijven om gepubliceerd te worden in een literair tijdschrift, laat staan dat ik aan een boek kan beginnen. Zij zijn gewoon meerdere klassen beter dan ik. Dat is niet erg, ik voel me vereerd om ze te kennen en ze zijn stuk voor stuk interessante, aardige en hartelijke mensen, maar ik kan waarschijnlijk alleen dromen van hetgeen wat zij nu meemaken.
En dat doet zeer.

woensdag 7 september 2016

Restaurantrecensie: HeAVENS Kitchen

Hipstertentjes zijn tegenwoordig aanwezig in alle grote steden. Soms vindt Tilburg het leuk om te doen alsof ze ook een grote, hippe stad is, dus daar verschijnt af en toe ook een hipstertent. Eén van die hipstertenten is HeAVENS Kitchen.

Het ligt in het enige stukje Tilburg dat moeite doet om op Leiden, Utrecht, Amsterdam of elke andere fatsoenlijke stad te lijken: er is water (goed, soort haven, geen gracht) en er zijn terrasjes aan het water. Hartstikke leuk.



De foto hierboven is enigszins verouderd. Inmiddels hangt er een rood doek over het terras, versierd met kerstverlichting, en is de graffiti veranderd in een haan en veel felle kleuren.




Naast de inrichting is er nog iets wat HeAVENS Kitchen bijzonder maakt: er wordt gebarbecued op een Josper (dat is een of ander speciaal ding waardoor het eten nog lekkerder wordt, sorry dat ik niet beter heb opgelet). De menukaart is niet extreem uitgebreid, maar hij is wel origineel. En het meest belangrijke: ER STAAN SPARERIBS OP.

Wat sommige mensen met porno hebben, heb ik met spareribs. Niet dat ik er klaar van kom of zo (oké, misschien ook wel), nee, ik bedoel meer dat je weet dat het niet een verstandig iets is om te doen, spareribs bestellen. Je handen worden er smerig van, je mond wordt er smerig van, in mijn geval wordt je jurk er smerig van en je zit als een soort barbaar te eten terwijl de rest van het restaurant heel beschaafd een vork hanteert. Maar die ongemakkelijkheid wordt altijd beloond, want eigenlijk is met je eten spelen fantastisch.

dinsdag 23 augustus 2016

Griekenland #2: Iets met cocktailbars en andere bezienswaardigheden

Samos is geen feesteiland. Mensen komen er voornamelijk voor het strand, voor de rust en voor de prachtige omgeving. Zelf vind ik dat eigenlijk wel fijn, want uitgaan kan ik thuis ook en ik vind het zonde van de vakantie om een hele dag lang je kater uit slapen. Misschien word ik oud, misschien ben ik saai, maar in elk geval, door deze houding heb ik wel een berg tips voor toekomstige vakantiegangers naar één van mijn favoriete Griekse eilanden. Wat mag je niet missen in Samos?

Alle foto's zijn door ons gemaakt. Als je een grotere versie wilt zien, kan je op de foto klikken.

1. Kerken
Frederique van TUI (zie: dit bericht) zal het je niet vertellen, dus vandaar dat ik dit even doe: Samos heeft heel veel kloosters en kerken, en bijna overal is het de bedoeling dat je je schouders en knieën bedekt hebt als je naar binnen gaat. Je kunt een kaarsje opsteken als je dat fijn vindt. Vaak staat er geen vast bedrag dat je moet betalen en kan je zelf kiezen wat je geeft. Kijk niet gek op als je mensen heel fanatiek alles in zo’n gebouw ziet kussen (ik kon mijn ‘oh my god!’ nog net binnenhouden), dat hoort blijkbaar bij het orthodoxe geloof. In de kerken zijn geen beelden of schilderijen maar iconen. Zoals een Griekse archeologe tegen ons zei: ‘Veel mensen vinden ze lelijk. Baby Jezus lijkt bijvoorbeeld sprekend op een geest.’

Een klooster in de heuvels boven Pythagoreio.

2. Wijn
Hierover verschillen reisgenoot Linda en ik een beetje van mening. Ik vond de wijn in Samos heerlijk. Ze hebben verschillende soorten: witte (die vond Linda ook lekker), rode, rosé en dessertwijn. Vooral die dessertwijn is fantastisch. Op de eerste avond kregen we die nadat we de rekening van het diner hadden betaald: een behoorlijk vol glas met één blokje ijs erin, koud en mierzoet. Oh, en ook nog met een behoorlijk hoog alcoholpercentage. Linda werd er, ehm, iets minder gelukkig van. Gelukkig hadden we al snel een oplossing gevonden: alle drank die zij niet hoefde, goot ik gewoon naar binnen. Ik heb niet voor niets in een monoloog over alcohol in m’n Tinderbeschrijving staan.

Op Samos vind je veel katten.

vrijdag 19 augustus 2016

Recensie: Piep zei de muis - M.J. Arlidge

Ik ging op vakantie en ik had in mijn hoofd een beeld van mezelf (twintig kilo slanker dan ik ben) in bikini (tien tinten bruiner dan ik ben) op het strand met een chicklit. Zelf had ik geen ongelezen exemplaren meer liggen en mijn moeder had ook niets interessants dat ik kon stelen lenen, dus ik besloot om naar de boekhandel te gaan. Daar besefte ik dat ik bijna twee weken weg zou zijn en dat één boek niet genoeg was.

Uiteindelijk nam ik er vijf mee, maar dat is nu niet boeiend. Ik was dus in de boekhandel en ik zag een stapel zwarte kaften met een briefje erop dat niet zou onderdoen voor een monoloog uit Romeo en Julia: een heuse liefdesverklaring voor een boek dat Piep zei de muis heet. De schrijver van het briefje was gevallen voor de inhoud, maar voor mij was het bij het zien van de titel al liefde op het eerste gezicht.


Piep zei de muis is geschreven door M.J. Arlidge en is het tweede deel van een thrillerserie over inspecteur Helen Grace. Het eerste deel was niet meer op voorraad in de winkel.
‘Is het erg als ik deze eerst lees?’ vroeg ik aan de verkoper.
‘Nee hoor,’ zei hij. ‘Je kunt die boeken prima los van elkaar lezen.’

Op zich was het geen leugen. Lezen ging inderdaad 'prima'. Het is alleen een beetje jammer dat het eerste deel volledig wordt samengevat in dit boek, waardoor ik al weet wie de dader is en hoe de zaak uit dat boek in elkaar steekt. Ik hoef dat boek dus niet meer te lezen. Dat is geen wereldramp, maar als je dat wilt voorkomen: lees eerst het vorige deel, het heet Iene miene mutte. Deel drie is overigens ook al verschenen. Ik hoop ze allebei ook nog te recenseren.

Hè shit, nu heb ik al verklapt dat mijn recensie positief zal zijn. Alle spanning is weg, je kunt stoppen met lezen, fijne dag nog.

Of wacht. Ik zal het kort houden.

zaterdag 13 augustus 2016

Griekenland #1: Iets met ratten en kakkerlakken

Ik ben net terug van een kleine twee weken vakantie op het eiland Samos in Griekenland. Vooral bekend uit de media, die er een hobby van hebben gemaakt om het toerisme daar kapot te maken door continu te berichten over vluchtelingen. Daardoor was ik best benieuwd naar die vluchtelingen. Ik hoopte er een paar te interviewen voor mijn blog, misschien zelfs op film, want ik was heel benieuwd naar hun verhaal. Maar helaas: er waren geen vluchtelingen op Samos. Wat was er dan wel?

1. Frederique
Frederique is de reisleidster van TUI (waarbij we hadden geboekt) op Samos. Ze deed iets heel bijzonders: ze gaf me hoop. Ik studeer namelijk Taalwetenschap en ik dacht eigenlijk dat ik daarmee alleen uitkeringstrekker kon worden. Maar nee, Frederique bewees dat ik ook prima reisleidster bij TUI kon worden. Daarvoor hoef je namelijk helemaal niets van – in dit geval – Samos te weten!

Of het nou ging over de prijs van de taxi of die van de bus, Frederique noemde standaard een bedrag dat ongeveer drie keer zo hoog was als de chauffeur voorstelde. Ze vertelde ons dat dat we, als we naar een dorp of strand wilden met de bus, eerst naar Samos-stad moesten reizen en daar moesten overstappen. Het schema in de receptie liet ons echter zien dat de bus gewoon naar alle richtingen reed vanuit Pythagorion, het dorp waar wij zaten.

Het mooiste kwam ongeveer in het midden van onze vakantie. Linda, een goede vriendin en reisgenoot, en ik wisten niet zo goed wat we die dag wilden ondernemen en vroegen haar om advies. Het antwoord?

‘Geen idee.’

Ik vond uiteindelijk een foldertje over kajakken dat compleet in het Grieks was. Omdat Frederique had verteld dat ze vorig jaar ook al op Samos werkte, wist ik zeker dat zij me kon aanwijzen waar de openingstijden stonden in de folder. Vol goede moed vroeg ik haar dat. Het antwoord?

‘Ik spreek geen Grieks.’

Pythagorion, Samos. Alle foto's in dit bericht zijn door ons gemaakt.

2. De schoonmaakster
We verbleven in hotel Kouros Bay, een aanrader voor iedereen die een degelijk hotel wil voor een niet al te hoge prijs. Van de inbegrepen services (wifi, de airco) moet je je niet te veel voorstellen, maar wat zij aan kwaliteit missen, probeert de schoonmaakster uit alle macht goed te maken. Ze vouwt ware kunstwerken van je pyjama, gooit al de flessen water die je eigenlijk mee wilde nemen op pad in de prullenbak en ze let op jouw kilo’s door de baklava die je voor ’s avonds had bewaard zelf op te eten. Dat kost allemaal zo veel tijd dat ze er helaas niet meer aan toekomt om het dode insect naast je bed op te ruimen.

‘De zus van Frederique,’ noemden we haar telkens wanneer we naar de supermarkt slenterden om nieuwe flessen te halen.

De binnenplaats van hotel Kouros Bay.

zondag 24 juli 2016

Interview op de radio

Afgelopen woensdag was het de warmste dag van het jaar tot nu toe en moest ik supervroeg opstaan omdat ik op de radio kwam. Die nacht was er een soort muggenbruiloft geweest waar alle soortgenoten van het bruidspaar op af waren gekomen, dus ik had mijn nachtkastje een halve meter opzij geschoven om die krengen de muggen te pletter te slaan naar een andere wereld te helpen. Mijn telefoon/wekker lag op dat nachtkastje. ’s Morgens klonk dat irritante kutgeluid een lieflijk ochtendgezang en was ik vergeten dat de wekker een halve meter verderop lag, waardoor ik uit bed viel, bovenop Els.

Els is mijn derde rib van onderen aan de rechterkant. Zij ving de hele klap op en redde het leven van mijn organen (niet dat ik weet van welke organen precies, ik heb al jaren geen biologie meer gehad). Wat een heldin! Daar herinnert ze me bij elke ademhaling nog aan, vandaar dat ik haar een naam heb gegeven. Dan kan ik even over haar zijkant wrijven en vloeken geruststellende woordjes fluisteren, en dan is ze even tevreden en stil.

Zodat je weet wat ik heb doorstaan om op de radio te komen. Aangezien het interview op de wereldberoemde zender Omroep Tilburg kwam en niet iedereen de technologische hoogstandjes in huis heeft die noodzakelijk zijn om daarnaar te luisteren, is hieronder het interview. Het gaat vooral over schrijfwedstijd Write Now! en over mijn column die een paar maanden geleden viral ging.

Als het filmpje hieronder enorm is en de layout van deze site verneukt een klein beetje anders maakt, kan je het interview ook hier luisteren.


donderdag 21 juli 2016

Inhoudsloos gezwam is een échte website! (En iets over zakkenrollers)

Als je blij was dat ik abrupt stopte met bloggen over Parijs, mag je een zakkenroller bedanken die het nodig vond om mijn telefoon met alle foto's te stelen. Gelukkig was het een oude iPhone 4S en wilde ik toch al een nieuwe, en eigenlijk voelde de work-out (lees: de achtervolging) om mijn telefoon weer te pakken te krijgen best gezond. Een van de coördinatoren van deBuren, de organisatie waarmee ik naar Parijs ging, had de reflexen om achter me aan te springen om me te helpen, of het nou was met achter de dief aan rennen, in het Frans brullen dat hij tegengehouden moest worden of voedsel uit de automaat op het politiebureau halen. Ze was fantastisch. Even fantastisch als de Parijzenaar die ons (met de metro!) helemaal tot aan het hoofdbureau bracht en me met de drie woorden Duits die hij sprak gerust probeerde te stellen.

Mijn nieuwe telefoon is een iPhone SE. Dat is een telefoon met de buitenkant van de iPhone 5, maar met de processor en de camera van de iPhone 6 (en ruim 200 euro goedkoper dan de laatstgenoemde). Ik heb hem nog geen week, maar ik kan wel zeggen dat hij een aanrader is. Net als de klantenservice van Apple. Ik ben echt heel goed geholpen met het terugzoeken en terugzetten van mijn gegevens. Het enige wat ik definitief kwijt ben, zijn de foto's die ik in Parijs heb gemaakt. Gelukkig heb ik veel op de social media gedeeld, waardoor de schade meevalt. En ik was verzekerd, wat betekent dat ik ook nog eens geld krijg!

Ik op de Eiffeltoren. Met flaporen en zonder make-up, zodat je ziet dat ik geen beautyblogger ben.

Gisterenochtend was ik te gast bij Omroep Tilburg, een (nogal lokale hahaha) radiozender. Eigenlijk zou ik er maar een paar minuten zijn, maar ik zat zo gezellig koffie te drinken met de radiomaker dat ik de hele uitzending ben gebleven en zelfs zeggenschap kreeg over de muziek. Het fragment waarin ik praat over schrijven en vooral over schrijfwedstrijd Write Now! wordt nog naar me toegestuurd, dus ik zal het later plaatsen.

Terwijl de radiomaker probeerde om fatsoenlijke radio te maken en ik hem continu afleidde met mijn gewauwel, vroeg hij aan me waarom mijn blog eigenlijk inhoudsloosgezwam.blogspot.nl heet. Waarom zou ik niet gewoon een domeinnaam kopen en er inhoudsloosgezwam.nl van maken?

vrijdag 8 juli 2016

Parijs #4 - Groeten uit het Louvre!

Ik overweeg mijn ouders aan te klagen voor kindermishandeling omdat ze mij nooit mee naar het Louvre hebben genomen. Vandaag was ik daar vijf minuten voor openingstijd en ik heb alleen die vijf minuten hoeven wachten. Verder was ik ook nog gratis. Ik hoefde niet eens in de rij te gaan staan voor een ticket, mijn ID-kaart was mijn entreebewijs. Overal lagen duidelijke plattegronden, zelfs in het Nederlands. Ik weet dat het Louvre een toeristisch cliché is, maar dit was top geregeld.

Omdat ik niet het zoveelste verslag over een overbekend museum wil schrijven, komen hier wat foto's die ik heb gemaakt met een misschien wat ongewoon onderschrift erbij. Alle afbeeldingen kunnen vergroot worden door erop te klikken. Enjoy!

Heb je meer tips voor leuke bezienswaardigheden in Parijs? Laat het weten!





Een foto van het hondenhok. 
Als je niet geïnteresseerd bent in de Romeinse mozaïek, kan je altijd nog naar de inkijk van de vrouw linksvoor staren.

Van dit soort ruimtes krijg ik altijd zin om te gaan schaatsen.

Yes, ik heb één of andere vrouw die veel te warm is gekleed voor dit weer gevonden!

En ik ben niet de enige (Mona Lisa is die postzegel helemaal links).

Zoals de oude Hawaïanen altijd zeiden: 'Je kunt ook zonder benen met een mond vol tanden staan.'

maandag 4 juli 2016

Parijs #2 - Le café des chats

Dag 3

Het is zondag en iedereen slaapt nog, behalve een reisgenoot en ik. We sluipen ons kasteel uit om bij de Spaanse buren te gaan ontbijten. Op de trappen voor het kasteel komen we degene tegen die de residentie coördineert, ze leest een boek. Dat is ook een manier van slapen, denk ik, en ik neem mezelf voor om na het ontbijt haar voorbeeld te volgen.
De broodjes bij het ontbijt zijn zo hard dat mijn reisgenoot ze niet kan doorbijten. Mij lukt het wel, maar een paar tellen later moet ik een scherp stukje uit mijn tong trekken.
Morgen weer naar de bakker, besluiten we.
Maar die blijkt op maandag en dinsdag dicht te zijn.

Na het ontbijt kletsen we met onze coördinator over het boek en over ons plan om te gaan zwemmen. Twee andere reisgenoten blijken dat ook te willen, en terwijl ik me naar de zesde verdieping haast, blijft mijn reisgenoot beneden om ze tegen te houden.
Zoals ik al vertelde in mijn vorige blog slaap ik op de bovenste verdieping van het gebouw, als enige van de groep. Voor zover ik weet ben ik ook de jongste. Toen ik voorzichtig naar de leeftijd van enkele reisgenoten vroeg en een beetje stalkerig deed op Facebook, kon ik niemand vinden die jonger dan vijfentwintig is. Gelukkig zijn het aardige mensen en voelt het niet als een probleem.

Trappenhuis vanaf de zesde verdieping van ons kasteel.

zondag 3 juli 2016

Parijs #1 - Gay Pride

Na mijn belevenissen in de Starbucks op station Rotterdam Centraal ontmoette ik al snel één van de andere deelnemers aan de schrijfresidentie. We bleken met drieën op te stappen in dit station en we zaten ook nog eens naast elkaar (met achter ons een lichtelijk ontevreden baby, heerlijk). 
Waar er in de coupé van de Amsterdamse reizigers een volgens eigen zeggen 'ongemakkelijke stilte' hing, kletsten wij als Rotterdamse reizigers in onze coupé volop. Mijn reisgenoten hadden het over verschillende soorten seksualiteit, over mensen die ze gingen interviewen in Parijs... en ik had het over paarden. Tja.

Ondanks het feit dat ik een reisverzekering heb en het dus eigenlijk geen probleem is als ik andere mensen verwond, besloot ik mijn koffer pas uit het bagagerek te halen nadat de mensen die eronder zaten naar de uitgang waren gevlucht. Dat bleek een goed idee. Een paar bonk, au en fucks later kon ik uit de trein stappen.

Wat je kunt verwachten in dit verslag.

vrijdag 1 juli 2016

Onderweg naar Parijs

Nou ja, goed, eigenlijk ben ik nog helemaal niet onderweg naar Parijs (voor alle inbrekers: er zijn mensen in mijn huis en er is ook een hond die op commando kan bijten). Vanmorgen vertrok ik per ongeluk een uur te vroeg naar Rotterdam Centraal, waar ik nu ongeveer een halfuur in de Starbucks zit en bijna word weggekeken door het personeel.
De ellende begon al met de tas. De weekendtas. Mijn koffer was te klein, mijn ouders konden geen goede reden vinden om me een grote koffer te lenen, dus ik was aangewezen op mijn weekendtas. Een heel lelijk ding, donkerblauw met een soort rood bloemetjespatroon dat eruit ziet alsof er een olifant is doorgelekt.

Lelijk of niet, mijn spullen pasten erin. De situatie was gered.
Tot ik hem vanmorgen, twee minuten voor vertrek, dichttrok - en de halve rits meenam. Gelukkig heeft mijn broertje ook een weekendtas, dus die heb ik gepakt (sorry Mike, mocht je hem nodig hebben).
Goed, een uur te vroeg weg met een tas die niet van mij is, het had erger gekund. Dacht ik.
Tot ik net in de Starbucks kwam, mijn kleurboek voor volwassenen wilde pakken en erachter kwam dat ik mijn potloden was vergeten. En mijn lunch.


Gelukkig is Rotterdam Centraal heel groot en kan ik allebei die noodzakelijkheden kopen. Niets aan de hand. Om mezelf te troosten koop ik een enorme caramel macchiato en een chocolademuffin. Terwijl ik mijn muffin wegwerk, zie ik stukjes chocolade naar beneden vallen.
Op mijn witte blouse.

Vervolgens kom ik op het idee om te googelen of mijn bagage, die al naast me ligt in de Starbucks, wel mee mag in de Thalys.
Jawel, het mag!
Gelukkig.
Alleen moet alles een label hebben. Mijn eigen weekendtas heeft uiteraard keurig een label, maar die van mijn broertje is even kaal als een boom in de winter.
Shit.

Dan moet ik plassen. Heel vervelend, maar ook een bewijs dat ik nog altijd een mens ben en niet vannacht ben veranderd in een vampier of zo. De Starbucks heeft geen wc, maar het meisje achter de bar biedt aan om op mijn koffer en tas te passen terwijl ik er één zoek.
Misschien kan ze ook wel een label voor me vinden.





woensdag 29 juni 2016

Random uitspraken

Het is een soort traditie van me om elke zomer een reeks blogs te hebben. Voor deze zomer wilde ik de focus eens een keer niet op mezelf leggen. Sinds een tijdje heb ik een heel klein boekje in mijn tas zitten waarin ik random uitspraken van mensen opschrijf. Soms zijn dat onbekende mensen in de trein, soms bekenden op feestjes. Zonder context zijn ze vaak grappig, wijs of confronterend.

Hier is de eerste blog met random uitspraken. Geniet ervan en laat me vooral weten wat je ervan vindt. Als je zelf een uitspraak hebt die je graag wilt delen, kan dat natuurlijk ook. Veel leesplezier!


1. 'Ik ben twee keer geweest. Eén keer ging Mike kotsen en één keer ging Mike niet kotsen.'

2. 'Ze zag eruit als een frikadel. Nee, wacht, ze zag er niet zo uit, ze rook zo.'

3. 'Je kunt geen compliment geven over iets wat van jou is.'

4. 'Ik slaap slechter als ik met iemand slaap. Al dat gedraai en gerol en zo.'

5. Eén van mijn docenten op de universiteit noemde een gesprek 'een kwaliteit bezittend mondeling onderhoud'.

maandag 27 juni 2016

Verslag finaleweekend Write Now! 2016

Ik zit op de tweede rij bij de prijsuitreiking van schrijfwedstrijd Write Now! en na vijf minuten wil ik naar de wc. Na vijftien minuten verlang ik naar de wc. Na dertig minuten moet ik naar de wc.
Het programma duurt in het totaal ruim anderhalf uur.
‘Kan ik het maken om naar de deur rennen?’ fluister ik tegen de finaliste naast me. Vanaf mijn stoel heb ik een perfect zicht op de deur. Erboven licht een groen bordje op met de tekst ‘nooduitgang’.
Het is inderdaad nood.
Hoge nood.

Haar antwoord is ‘doe dan, ik sta wel op’, maar ik weet dat ze eigenlijk ‘nee’ bedoelt. Deze finale is niet mijn moment. Mijn naam zal niet genoemd worden tijdens de prijsuitreiking, niet eens als eervolle vermelding. Dat verdien ik nog niet. Voor de publieksprijs had ik tot een paar dagen eerder nog hoop, maar ik wist voor de finale al dat mijn promotiecampagne was mislukt. Ik mag niet tijdens de interviews met mijn medekandidaten langs het podium rennen, ik mag geen seconde van de finale die misschien wel hun moment is stelen.
Dus ik haal de riem uit mijn broek om de druk op mijn blaas te verlichten. Het helpt nauwelijks. Het bordje ‘nooduitgang’ knippert uitnodigend. In elk geval is dit goed voor mijn zelfbeheersing, troost ik mezelf, en dit is ook een mooie kans om te kijken welke optredens en interviews me zo weten te boeien dat ik zelfs het gevaar van een tweede waternoodramp vergeet.

Tijdens de literaire stadswandeling eerder op zondag. Bron: Facebook Write Now!.

zaterdag 18 juni 2016

Spelletje

‘Waarom verlaag je jezelf zo?’ zegt een van mijn literairdere vrienden vol afschuw als ik hem vraag om op mij te stemmen voor de Write Now! Publieksprijs.
Het hebben van literaire vrienden is vervelend. Mijn gewone vrienden stemmen gewoon, mijn beste vrienden hoef ik niets te vragen en mijn literaire vrienden leveren kritiek.
‘Omdat dat bij het spelletje hoort,’ zeg ik, wat ik heb gehoord van een studiegenoot, ‘en omdat het gratis promotie is’, wat ik heb gehoord van een dichter.
Misschien zijn literaire vrienden toch niet zo vervelend.
‘Je sméékt gewoon om stemmen,’ zegt mijn literaire vriend op een toon alsof ik hem zojuist heb verteld dat ik drie geslachtsziekten tegelijk heb opgelopen.
‘Als een prostituee,’ zeg ik opgewekt, want dat heb ik ook al eerder gehoord (van een schrijver). ‘Ga je het nog doen of niet?’
‘Ik denk van niet.’
Prima. Een dag later moet ik examentraining geven en dan laat ik gewoon al mijn leerlingen stemmen. Ik heb helemaal geen literaire vrienden nodig.
Als ik binnenloop in het gebouw waar ik moet werken, word ik niet naar een lokaal maar naar een kantoor gestuurd.
‘Precies groot genoeg voor jou en je leerlingen,’ prijst de coördinator het aan.
Ik kijk op de lijst.
Er komen twee leerlingen.


Het zijn ook nog eens twee leerlingen die graag in stilte zelfstandig werken, dus ze geven mij de tijd om op mijn blog uit te leggen waarom ik mezelf ‘zo verlaag’.

Heel simpel: omdat ik wil winnen.

Speel eens mens-erger-je-niet tegen mij en je leert veel over mijn karakter. Ik vind het heerlijk om jouw pionnen van het bord te spelen, maar ik vind het ook prima als jij mij eraf speelt na een goede zet. Ik juich voor iedereen die even fanatiek is als ik. Pim-pam-pet is al helemaal fantastisch, daar overschreeuw ik iedereen om uiteindelijk te winnen. Maar wanneer een ander fanatiek familielid me voor is, kan ik daar bewondering voor hebben. Monopoly is nog leuker, zeker wanneer ik Lange Poten heb en iemand anders de rest van Den Haag. Diegene kan mooi fluiten naar zijn straat, huisjes en hotels, want ik ruil Lange Poten alleen als ik er wat beters voor terugkrijg.

Write Now! is ook zo’n spelletje. Ik heb Lange Poten, maar ik wil de hele straat. Plein is de juryprijs, die ik zeer waarschijnlijk niet ga winnen, dus die doet niet mee. Maar Spui is er ook nog, de publieksprijs, en twee kaartjes van een straat zijn altijd beter dan één kaartje van een straat. Bij Monopoly vindt niemand het raar als je Lange Poten hebt en vecht om je straat compleet te maken, bij Write Now! verlaag je jezelf opeens als je dat doet.

Vreemd.

Op de voorpagina van de Tilburgse Koerier. <3


woensdag 15 juni 2016

Help mij om de publieksprijs van Write Now! 2016 te winnen

Write Now! is de grootste schrijfwedstrijd in het Nederlandse taalgebied en begint met elf regionale voorronden in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Bijna 1.000 jonge schrijvers van 15 t/m 24 jaar deden in 2016 mee, vijftien bemachtigden een plek in de finale. Eén van hen ben ik.

Ik won de voorronde in Eindhoven met mijn inzending ‘Wachter’. De jury noemde het verhaal ‘spannend en ambitieus’ en zag er mogelijkheden in voor een roman. Voor de finale schreef ik een nieuwe tekst. Daarmee maak ik kans op de juryprijs, die bestaat uit o.a. een MacBook en een columnreeks op Trouw.nl. Eerdere winnaars van Write Now! zijn Maartje Wortel, Niña Weijers en Lize Spit, die debuteerde met Het smelt, een roman die ruim 60.000 keer werd verkocht.

Ook is er een publieksprijs. Deze bestaat uit een iPad en een publicatie in de Vlaamse krant De Morgen. De publieksprijs wordt bepaald door de lezer. Op de website van Write Now! kan er op mij gestemd worden. Wil je eerst lezen waarop je gaat stemmen? Prima, het verhaal dat ik speciaal voor de finale schreef kan je hier lezen.

De uitreiking van zowel de jury- als publieksprijs vindt plaats op 26 juni in WORM/UBIK in Rotterdam en is gratis toegankelijk voor geïnteresseerden.

Goed, tot zover het officiële gedeelte. Omdat het best gênant is om om stemmen te schooien en ik nu voor het derde opeenvolgende jaar in de finale sta, ben ik je echt ontzettend dankbaar als je stemt.

Stemmen doe je via deze link. Degene op wie je moet stemmen, ik dus, heet Marjolijn van de Gender. Ja, je moet je e-mailadres invullen, maar geloof me: de enige e-mail die je binnen twee jaar van Write Now! ontvangt is je stembevestiging. Je gegevens worden niet eens bewaard, laat staan doorverkocht. Naam, tussenvoegsel en achternaam zijn niet eens verplicht.

Laat het me even weten als je hebt gestemd, want dan ben ik je eeuwig dankbaar! Als ik ooit iets voor jou kan doen, geef het gerust door. <3

Je kunt de afbeelding groter en leesbaarder maken door erop te klikken.

Als je meer wilt lezen over Write Now!: ik schreef al eerder over het finaleweekend van vorig jaar en over de prijsuitreiking van mijn voorronde van dit jaar.

dinsdag 14 juni 2016

Voordragen in de bibliotheek

‘Ben je zenuwachtig?’ vraagt een medewerkster van de bibliotheek.
We staan voor het podium in de zaal, waar steeds meer mensen naar binnen lopen. Ouderen, jongeren, volwassenen, goddank geen kinderen. Aan mijn linkerkant staat een katheder, waar eigenlijk zes vellen in A4-formaat horen te liggen. Vellen die ik daar een paar minuten eerder had neergelegd. In plaats van mijn vellen staat er nu een toetsenbord.
‘Nee,’ zeg ik, terwijl ik in gedachten inzoom richting elke hoek van de ruimte. Waar is mijn tekst gebleven? ‘Ik lees gewoon een verhaal voor. Het is niet zo dat ik iets uit mijn hoofd heb moeten leren wat ik kan vergeten. Zeg, gebruikt iemand dat ding?’
Nadat het toetsenbord is verstopt achter een gordijn, mijn vellen veilig op de katheder liggen en de medewerkster een glas water voor me heeft ingeschonken, kunnen we beginnen.

Het is 4 juni en Bibliotheek Midden-Brabant organiseert de eerste van twee stadswandelingen. In het kader van de Spannende Boeken Weken zullen stadsgidsen met een groep mensen in Tilburg op pad gaan, een tocht langs de criminele plekken in de stad. Zo is de allereerste echte bankoverval van Nederland in Tilburg geweest en speelde het bekende drama rond Marietje Kessels zich af in de stad. Daarnaast zijn er ook wat uitgaansmoorden, een soort Mulanverhaal over een vrouw die zich als man vermomde om in het leger te dienen en een heus hotelschandaal.

Maar geen van die onderwerpen is dat van het verhaal dat ik ga voorlezen. Ik heb gekozen voor een persoon die voorkwam in de selectie van bronnen en artikelen die ik ter inspiratie kreeg doorgestuurd, maar die niet in de wandeling zelf terecht is gekomen, zodat ik de stadsgidsen niet in de weg zou zitten.

Ik heb gekozen voor Coba Pulskens.

Coba Pulskens met achter haar onderduikers.

Coba Pulskens was een vrouw die in 1944 zestig jaar oud was. Ze was ongetrouwd, werkte als schoonmaakster en ving bijvoorbeeld piloten uit Canada, Australië en Groot-Brittannië op tijdens hun doortocht naar België. Aangezien ze geen man en kinderen had, vond ze dat, als iemand zijn leven op het spel moest zetten, zij diegene het beste kon zijn. Hoewel ze wist dat het te gevaarlijk was, koos ze er in 1944 voor om onderdak te bieden aan drie piloten. De gevolgen daarvan gaven haar een status als verzetsheldin.

zondag 12 juni 2016

Racefiets

‘Ik heb een racefiets gekocht,’ vertelde een vriendin een paar weken geleden.
‘Oh, wat leuk!’ zei ik. Daar meende ik bijzonder weinig van. Ik ben geen fan van bijna alle soorten lichaamsbeweging, maar aan fietsen heb ik een rothekel. Het is een uiterste redmiddel als er geen bus rijdt en parkeren loeiduur is, dat wel. Maar om nu een fiets te gaan kopen met het idee dat je er regelmatig tientallen kilometers in een zo hoog mogelijk tempo mee gaat rijden, nee, dat kan ik niet leuk vinden.
‘We gaan de omgeving van Wageningen ermee verkennen,’ ging de vriendin door.
‘Leuk,’ herhaalde ik.
Ze keek me aan alsof ze in plaats van mijn stem mijn gedachten hoorde. ‘Je moet maar eens langskomen.’

Koeien in Wageningen.

Vaak zijn dat soort uitnodigingen ‘leuk’ en overweeg je op het moment dat je ze krijgt ook echt wel om eens langs te komen. Misschien denk je zelfs al een paar weken vooruit, probeer je te bedenken welke dagen nog akelig wit zijn in je agenda, en bedenk je uiteindelijk dat je toch niet zo’n zin hebt. Of je wilt degene die je uitnodigde niet lastigvallen. Of je vergeet het gewoon.

Ik kwam langs. Met een bus (ik kon mijn fiets echt geen nacht onbewaakt bij het station laten staan en oké, ik had ook geen zin om te fietsen) en twee treinen bereikte ik een station dat Ede-Wageningen heet. Bij de bushalte van dat station hing zo’n mooie kaart met ‘u bevindt zich hier’. Benieuwd naar de afstand die ik nog zou moeten afleggen bekeek ik de kaart. Ik bevond me ongeveer in het midden. Aan de linkerkant lag een dorp, aan de rechterkant Ede.
Wageningen bevond zich duidelijk niet hier, en ook niet in de buurt.

Een pad in Wageningen.

De tien minuten die ik op de bus moest wachten leken erg lang, tot ik me op de ingang van het station concentreerde om eventuele zwartrijders te betrappen. Er waren geen zwartrijders, want er waren geen poortjes, want er waren geen in- en uitcheckpalen.
Die stonden alleen op het perron, vertelde een reiziger die ook op de bus wachtte me vriendelijk. Of ik dat niet had gezien?
Nee, dat had ik niet gezien.
Of ik dan wel had uitgecheckt?
Nee, dat had ik niet –
De twee minuten die ik over had om naar het perron te rennen zodat ik alsnog kon uitchecken leken een stuk minder lang.

zondag 29 mei 2016

Nog meer geluk

In april was ik helemaal hysterisch omdat ik te horen had gekregen dat ik uit 207 inzendingen was gekozen om twee weken mee naar Parijs te gaan met deBuren én omdat ik op de shortlist van het talentontwikkelingstraject Talent op Tilt stond. Mei zou april niet kunnen overtreffen, dacht ik.
Maar dat had ik mis.

De highlights van mei op schrijfgebied beschrijf ik in dit bericht. Ik gebruik tussenkopjes, omdat ik waarschijnlijk lang van stof word en je op die manier heel snel kunt zien wat je interessant vindt en wat niet. Ook wil ik je nog even vertellen dat je alle publicaties van korte verhalen, columns en blogs (gepubliceerd op Inhoudsloos gezwam, op een andere website of op allebei) hier kunt zien. Ik werk het overzicht regelmatig bij.


Historische Verhalen

We beginnen met het meest recente: vandaag is mijn tweede historische verhaal gepubliceerd! Het is compleet fictief met verzonnen personages, maar de setting is zo waarheidsgetrouw mogelijk. Voor het beschreven balspel (dat een onuitspreekbare en zeer spellingonvriendelijke naam heeft) heb ik wat details gejat van de Maya's, terwijl het verhaal over de Azteken gaat. Het is bekend dat de Azteken het spel speelden, dat wel. Het probleem was dat elke bron die ik raadpleegde wat anders zei over hun spelregels. Blijkbaar zijn die bij de Maya's beter gedocumenteerd, dus heb ik die aangehouden.

Het tweede nieuwtje is dat ik voor Historische Verhalen mee ga werken aan een verhalenbundel vol met dit soort verhaaltjes. Met twee of drie mensen wordt er een bundel gemaakt met ongeveer twintig verhalen. Zowel historische fictie als de verhalenbundel is nogal een niche, wat zonde is, want ik lees zelf allebei graag.

Hier is de eerste alinea van Het laatste spel, dat zich afspeelt in Mexico, 1519. Als je na het lezen van het volledige verhaal benieuwd bent naar het vervolg, hoef je alleen maar even op 'Spanjaarden Azteken' te googelen.

'De bal ketst tegen mijn heup. Razendsnel maak ik een halve draai, zodat de tegenstanders hem niet naar de ring kunnen brengen. Iemand geeft me een duw. Ik blijf overeind en stomp mijn tegenstander terug. Hij valt op de grond, het hertenleer dat zijn huid moet beschermen schraapt over het zand. Het publiek klapt, maar minstens de helft vloekt binnensmonds. Elke wedstrijd worden er meer weddenschappen afgesloten over de winnaars en elke wedstrijd worden er meer verliezers aan de goden beloofd.'

Benieuwd naar het hele verhaal? Hier kan je het lezen.


Talent op Tilt

Vorige maand vertelde ik dat ik op de shortlist stond van het talentontwikkelingstraject Talent op Tilt. Op 10 mei had ik speeddates met de organisatie van Tilt, uitgeverij Atlas Contact, uitgeverij De Geus, Vlaams-Nederlands Huis deBuren/literair tijdschrift DW B, en literair tijdschrift De Titaan.

zondag 22 mei 2016

Wachter

'Het verhaal dat op de eerste plek is gekomen was een duidelijke winnaar. Het verhaal is mysterieus en helder. De schrijver lijkt een hele goede intuïtie te hebben voor hoe je een lezer een verhaal binnenzuigt, want de eerste alinea is genadeloos goed geschreven. Het is spannend en er is een echte verteller aan het woord. De dialogen zijn heel goed en het is ambitieus. Het is precies en groot en de schrijver zou dit verhaal kunnen uitwerken tot een roman. Het winnende verhaal in Eindhoven is ‘Wachter’ van Marjolijn van de Gender.'
- Rebekka de Wit, juryrapport Write Now! Eindhoven 2016

Vandaag heb ik de eekhoorn niet gezien. Gisteren en eergisteren hing hij ondersteboven in de boom naast ons slaapkamerraam, graaiend naar de vetbollen die Agnes voor de vogels had opgehangen. Het kostte haar bijna zes minuten om een knoop te leggen in het touwtje, maar ze wilde niet dat ik het deed. Tot haar middel hing ze naar buiten, terwijl ik me afvroeg of ik wenste dat ze het raam sloot of dat ze haar evenwicht verloor.
Veel vogels komen er niet op de bollen af. Ze blijven liever in het bos, waar de bomen zo hoog zijn dat we ze door het raam kunnen zien. Gelukkig hebben we de eekhoorn, die ervoor zorgt dat Agnes om de twee weken nieuwe touwtjes om de takken kan knopen. Ze zit op een stoel voor het raam, staart naar de dichte gordijnen.
‘Kom je naar bed, liefste?’ vraag ik.
Ze maakt een brommend geluid. Ik weet dat het ‘nee’ betekent.

*

‘Wat doe je?’ zegt Agnes. Ze ligt naast me, half onder de dekens. Aan het voeteneinde van het bed heb ik de kleren klaargelegd die ze de komende weken wil dragen, dat vroeg ze.
‘Denken,’ zeg ik.
‘Je beweegt erg veel voor iemand die denkt.’
Ik ga verzitten. Terwijl het matras kraakt, knarst de kop van mijn heup tegen de kom. Mijn enkels knakken bij het verplaatsen van mijn voeten. Soms vraag ik me af of mijn lichaam denkt dat ik blind ben geworden, dat ik alleen kan functioneren als het geluiden maakt. ‘Ik keek naar het raam.’
‘Zijn de gordijnen niet dicht?’
‘Jawel.’
‘Waarom keek je dan naar het raam?’ Ze draait zich om, dat voel ik, en waarschijnlijk kijkt ze nu naar mij. ‘Je wilt het toch niet openzetten zodat je kunt roken, hè?’
Het is een uren geleden dat ik een sigaret heb opgestoken. De aansteker ligt in de lade onder het fornuis. ’s Nachts verandert de trap in een bospad vol kuilen en boomwortels.
‘Je weet best dat ik niet ga roken,’ zeg ik.
De dekens ritselen en het matras golft. Ze ligt weer met haar rug naar me toe

De vernedering van deze week

Ik voel me niet vaak nuttig. Eigenlijk voelde ik me nooit nuttig, tot ik vorig jaar begon met het geven van examentrainingen. Dit jaar had ik bijvoorbeeld een groep leerlingen waarvan de helft thuis geen Nederlands sprak. Dat waren heel leuke, intelligente jongeren, maar het eerste uur durfden ze niets te zeggen of te vragen, bang om uitgelachen te worden door mij of door de rest van de groep. Aan het einde van de laatste dag hoefde ik niet eens meer om antwoorden te vragen, meerdere vingers werden al opgestoken voordat ik klaar was met het voorlezen van de opgave.

Vandaag had ik ook gedacht dat ik me nuttig zou voelen. Ik rijd namelijk paard en vandaag was er een concours op de manege. Zelf zou ik niet meedoen. Weken geleden werd er gevraagd of ik wilde helpen, en hoewel dit concours middenin mijn tentamenperiode viel, besloot ik ja te zeggen. Het is leuk om te helpen, om kleine kinderen bloedfanatiek op pony's te zien rondcrossen. De hele dag zou ik het niet redden, maar een middagje zou een mooie afleiding zijn.

donderdag 12 mei 2016

Een eerste prijs

Gisteren heb ik een voorronde van Write Now! gewonnen. De Brabantse uiteraard, die dit jaar voor het eerst sinds 2012 weer in Eindhoven was. In dat jaar deed ik voor het eerst mee. Er zijn overeenkomsten met dit jaar, zoals het gevecht om een zitplaats in de zaal te bemachtigen, maar er zijn ook verschillen. Zo ging ik dit jaar alleen naar de prijsuitreiking. Dat klinkt een stuk triester dan het is, want ik had daar afgesproken met twee ongelooflijk getalenteerde andere deelnemers.

Over talent gesproken: de muzikale bijdrage van gisterenavond kwam van Iris Penning, die ik al eerder had zien optreden. Zij kreeg een doodzenuwachtige zaal aan het huilen tijdens het spelen van haar liedjes. Heel indrukwekkend. Terwijl zij aan het zingen was, vergat ik even dat ik bij een prijsuitreiking was.

Ik heb nu vijf keer meegedaan aan Write Now! en vijf keer een prijs gewonnen in een voorronde. Er is dus nog nooit een jaar geweest waarin ik niets heb gewonnen. Vaak krijg ik de vraag hoe je dat kan, hoe je dat doet. Daar heb ik geen antwoord op, sorry. Ik heb geen aandelen in de wedstrijd, ik ben niet slim genoeg om de boel te saboteren en de beoordeling is volledig anoniem. Elke tekst krijgt een nummer, zodat de jury niet weet wie hem heeft geschreven.

zondag 8 mei 2016

Afwijzing

Ik ben afgewezen bij een literair tijdschrift en niet eens voor het eerst. Of ik het verwacht had weet ik niet - en dat is een slecht teken. Een verhaal is goed als het iets met de lezer doet. Dit verhaal deed niet eens wat met mij als schrijver, dus ik kon niet verwachten dat het iets met de lezer zou doen. Het document gaat in mijn map Leuk geprobeerd en het leven gaat door.

Zelf vind ik dat ik daar best goed mee kan omgaan, met afwijzingen. Ik mag wel naar Parijs en ik sta op de shortlist van Tilt, dat vind ik allebei leuker dan een publicatie in zo'n tijdschrift (de spanning en het plezier duren langer). Natuurlijk had ik het liefst alleen maar triomfen gehad, maar als ik twee dingen uit mijn lijstje met risico's zou moeten kiezen, zouden dat toch Tilt en Parijs zijn.

Waar ik minder goed mee kan omgaan, zijn reacties van mensen. Of het gebrek daaraan. Ik heb geen idee of het komt doordat ik misschien een aandachtsgeil persoon ben, of dat het een erfenis is van iemand die mij niets bleek te gunnen, of dat het een ander stuk van mijn karakter is. Zelf vind ik het altijd leuk als het goed gaat met iemand die ik ken. Oké, ik heb het liefst dat het met mij óók goed gaat, maar als dat niet zo is, vind ik het nog steeds fijn dat ik iemand ken die geluk heeft.

zondag 1 mei 2016

Te veel geluk

In mijn blog Risico's schreef ik over verschillende schrijfdingen waarvan ik niet wist of ze zouden doorgaan, of ik geselecteerd zou worden. Ik verwachtte afwijzingen in april, maar er kwamen er geen. Bestaat er zoiets als te veel geluk?

RUMAG. heeft me niet ontslagen, de lancering is alleen uitgesteld. Dat is al heel fijn nieuws, want dat hele bloggebeuren is leerzaam. Hoewel je daar als lezer van mijn blog niets van merkt, heb ik al een aantal keren blogs ingeleverd en daar feedback op gekregen. Je spreekt RUMAG. uit als 'rwwwoe-mek', op z'n Engels dus. Het is de bedoeling dat mijn blogs nog iets meer 'rwwwoe-mek' worden voor de lancering, maar dat komt wel goed.

De organisatie die ik had gemaild voor mijn eigen afwijzing bleek me niet te hebben afgewezen. Ik sta op de shortlist van Talent Op Tilt, een ontwikkelingstraject voor jonge Brabantse schrijvers. 10 mei ga ik gesprekken voeren met de organisatie zelf (Tilt), uitgeverij Atlas Contact, uitgeverij De Geus, literair tijdschrift De Titaan, literair tijdschrift DWB, Vlaams-Nederlands productiehuis deBuren (daarover in de volgende alinea meer) en het Zuidelijk Toneel. Daarna krijg ik te horen of ik definitief mag deelnemen aan het traject. Aangezien er volgens de oproep maximaal zes deelnemers zouden komen en er ook zes deelnemers op de shortlist staan, hoop ik dat ik een kansje maak.

De oproep om te 'solliciteren' naar een plekje in het traject Talent Op Tilt.