woensdag 28 januari 2015

Recensie: Sherlock (BBC)

Als je deze serie niet kent, let op. De filmpjes bevatten spoilers, de recensie zelf bevat er geen.

Een paar jaar geleden zag ik een aflevering van een Britse detective, uitgezonden door BBC. Ik vond hem goed, maar ik had niet de behoefte om te googelen of er meer episodes bestonden.
Een paar maanden geleden las ik in een artikel dat het boek Koekoeksjong, door Robert Galbraith, vergeleken werd met een tv-serie die Sherlock heette. Nou ja, goed, dat boek vond ik geweldig en ik had toch niets te kijken, dus besloot ik de serie een kans te geven.

Heel bondig samengevat gaat Sherlock over Sherlock Holmes, consulting detective en high-functioning sociopath, en John Watson, voormalig legerarts, die samen misdrijven en mysteries oplossen en ondertussen beste vrienden worden.

De originele verhalen, geschreven door Conan Doyle, zijn briljant. Ze zijn slim, de personages worden heerlijk geschetst en het mysterie druipt van de pagina's. Als je dit leest en toevallig nog op de middelbare school zit, zet The Hound of the Baskervilles op je leeslijst voor Engels. Daar krijg je absoluut geen spijt van.
Als ik een boek goed vind, vind ik de verfilming ervan meestal enorm tegenvallen. Ik ben zo'n idioot die juist de details onthoudt die filmmakers niet belangrijk vinden. Het leuke van Sherlock is dat de boeken compleet gemoderniseerd zijn. De titels worden anders geïnterpreteerd, personages worden  anders ingezet. Sms'jes vliegen over het beeldscherm, iedereen hackt erop los en de camerabeelden zijn razendsnel. Eén van de hoofdpersonen, John Watson, houdt een blog bij over zijn avonturen als assistent van Sherlock. Het Londen van tegenwoordig bruist.

De trailer van het eerste seizoen:

dinsdag 13 januari 2015

Autopech

De auto waarin ik rijd, is een hartstikke leuke Ford, die ook wel bekendstaat als ‘De Wegluis’. De Wegluis past in elk parkeervak en geeft je op de snelweg een heus achtbaangevoel. Je kunt zelfs doen alsof het een Hummer is: op achterafweggetjes kan hij prima door kuilen en shake je zelf lekker mee, alsof je aan het dansen bent. Je rijdt niet ín deze auto, je rijdt mét deze auto.
Maar het belangrijkste: hij heeft nooit wat. Het is de betrouwbaarste auto die mijn ouders ooit hebben gehad, zei mijn moeder gisteren nog. 


Een luis.

De Wegluis en ik reden onze straat in. Midden op de weg stond een busje zonder bestuurder en het was te smal om te keren, dus met een zucht zette ik mijn vriend aan de kant. Het duurde niet lang voordat de eigenaar van het busje ons spotte. Een bouwvakker. Hij stapte in, reed naar me toe en draaide zijn raampje open.
‘Zat je op mij te wachten?’ Een buitenlands accent. ‘Je kon er gewoon langs, hoor.’
Ik legde vriendelijk uit dat zelfs de Wegluis daar niet langs kon en dat ik net mijn rijbewijs had, dus dat ik dat zeker niet ging proberen. Ondertussen had ik de motor maar uitgezet, want het duurde nogal lang.
Hij begon een verhaal over een andere vrouwelijke beginnende bestuurder die hem eens had aangereden (‘Haar hele neus – zó langs de zijkant van diet boesje!’) en nadat ik had geknikt en beleefd had gelachen, vroeg hij waar ik woonde.
‘Oh, ergens in deze straat.’ Het is een grote straat en het was een oudere man.
‘Dan zie ik je misschien nog,’ zei hij, waarna hij zijn raampje dichtdraaide en vertrok.
Ik beschouwde het als het zoveelste avontuur en ik besloot dat ik naar huis wilde. Ik startte de Wegluis, die begon te schokken en te gillen. Het lampje met het prachtige oliekannetje erop gloeide.
Ik had autopech, ongeveer twintig meter voor mijn eigen voordeur.