woensdag 30 april 2014

Liefde en andere onzin

Mijn meisje.
Drie keer staat die woordgroep op mijn Facebook en drie keer walg ik ervan. Alles aan die twee woorden is fout: het bezittelijke voornaamwoord, het verkleinwoord (zeker als er iemand van rond de twintig mee wordt bedoeld) en de alliteratie. Het straalt een vreemde soort dominantie uit, het gevoel dat ‘mijn meisje’ afhankelijk is van degene die die woorden typte.

Maar ik ben de enige die er zo over denkt, en ook de enige die Tinder een afschuwelijke vleeskeuring vindt en daar niet aan mee wil doen. Ik ben liever de rest van mijn leven alleen dan dat ik op de bank moet zitten met iemand die mij op basis van een zwaar bewerkte foto heeft gekozen (en me na drie dates weer laat zitten omdat hij iemand met betere photoshopvaardigheden heeft gezien) of met iemand die me ‘mijn meisje’ noemt. Of ‘die chick’, zo werd ik laatst aangesproken. Toen ik dat gesprek aan vriendinnen liet lezen, vonden ze dat tot mijn verbazing niet eens storend. Ik zal wel een afwijkend ras zijn, of zo.

Wat is er mis met je geliefde spontaan leren kennen? Waarom geven mensen elkaar van die rare namen als ‘die chick’ of ‘mijn meisje’ of ‘mijn boy’ (ook vreselijk)?
Omdat ze verliefd zijn, is het antwoord dat ik kreeg toen ik het eens aan iemand vroeg.
Lekker romantisch hoor, een date tussen Die Chick en Mijn Boy.

maandag 28 april 2014

Roald Dahl


Roald Dahl is één van mijn favoriete schrijvers. Het citaat hierboven komt uit het kinderboek The Witches (in het Nederlands: De Heksen). Dat boek staat op nummer 27 in de lijst van boeken die tussen 1990 en 2000 het meest gecensureerd zijn, waarschijnlijk omdat de beschrijvingen van de heksen, die geen tenen aan hun voeten hebben, kriebelende pruiken dragen en kinderen op gruwelijke wijze willen vermoorden, te eng werden bevonden voor de jeugd.


Naast kinderboeken heeft Roald Dahl de autobiografieën Boy (over zijn jeugd) en Solo (over zijn tijd in Afrika en in het leger, waar hij gewond raakte) geschreven. Er zijn ook verhalenbundels van hem gepubliceerd, bedoeld voor volwassenen, en geloof me, die zijn geniaal. De korte verhalen beginnen allemaal heel gewoon, persoon en plaats worden geïntroduceerd, maar je voelt dat er iets niet klopt. Het plot wordt niet voor je uitgespeld, nee, pas als je de laatste zin hebt gelezen, schieten je hersens een versnelling omhoog en besef je dat dát is gebeurd. Je, of nou ja, ik, wil zo snel mogelijk het verhaal opnieuw lezen om de eerdere aanwijzingen voor de ontknoping te ontdekken.

vrijdag 25 april 2014

Vonkjes

Mijn vingers vliegen over het toetsenbord, te hard in de coupé.
En toen neukte hij haar helemaal kapot.
De vrouw naast me hapt geschrokken naar adem. Net goed, dan moet ze maar het fatsoen hebben om niet zo ongeveer voor het scherm van mijn laptop te gaan hangen. Af en toe kies ik voor de feministische versie van die zin (‘En toen neukte zij hem helemaal kapot’), soms voor de lesbische (‘En toen neukte zij haar helemaal kapot’), soms voor de homoseksuele (‘En toen neukte hij hem helemaal kapot’), en binnenkort komen daar ongetwijfeld nog creatieve varianten bij.
Ik delete de zin, glimlach vriendelijk naar de vrouw en typ verder zonder een extra paar ogen.

dinsdag 22 april 2014

In de trein

De trein toetert. Vier keer twee keer achter elkaar. We rijden heel langzaam. Uiteraard zit ik in de voorste coupé en uiteraard schrik ik. Maar er is niets aan de hand. We rijden over een spoorwegovergang, een bewaakte, waar een rij auto’s achter staat. Het is niet zoals afgelopen donderdag.

Hiervoor had ik nog nooit een toeter van de trein gehoord, of er misschien nooit op gelet. Het is best een apart geluid, hoger dan je zou verwachten. Het klinkt te vriendelijk voor hetgeen wat het kan aankondigen. We zijn bijna bij het punt waar het op Witte Donderdag gebeurde. Ik kijk naar buiten, maar ik weet niet of ik de plek wil herkennen.

zaterdag 19 april 2014

Zaterdag - slot over zelfdoding

Gisteren was ik vooral moe en boos op de mensheid, op de reacties die ik kreeg terwijl ik nog in de trein zat, op de mensen die ik het vertelde en die het schijnbaar grappig vonden en op de mensen die meenden dat de NS hen flesjes water hadden moeten geven. Ik had ontzettend slecht geslapen en het moment waarop er botten onder me werden vermalen kwam een keer of honderd voorbij voordat de zon gisteren opkwam.

Vandaag is het anders. Ik stond op met energie. Ik had goed geslapen. Ik had honger. Pas rond halftwee ’s middags, op de fiets, dacht ik er weer aan. Omdat het weer zo’n mooie dag was, net als eergisteren. Dezelfde hitte die ik voelde toen ik van de ramptrein in de evacuatietrein stapte streelde mijn haar. Een betere herinnering dan een fiets die geen fiets bleek te zijn.

vrijdag 18 april 2014

Goede Vrijdag - tweede deel over zelfdoding

Het is een dag later. Over een halfuur is het vierentwintig uur geleden dat ik bleek van vermoeidheid uit een bus stapte en naar het huis van mijn ouders liep. Ik heb ze mijn verhaal verteld, tegen mijn vader zelfs twee keer benadrukt hoe goed de communicatie van de NS was, ik heb iets voor de klantenservice ingevuld, en officieel was het na het avondeten klaar. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Een vriendin zei eigenlijk meteen tegen me dat ik gisterenavond mee uit kon gaan. Afleiding is goed. Ik was zo moe dat ik weigerde. Een andere vriendin zei dat ik haar altijd kon bellen, vroeg of ze iets voor me kon doen. Heel lief, aangezien ze zo’n tachtig kilometer bij de plek des onheils vandaan woont. Er waren ook mensen die niets zeiden, of die grappen maakten. Gisteren interesseerde me dat nauwelijks, maar vandaag ben ik er boos om. Vandaag is het anders.

Ik zit op de bank, doodmoe, alsof ik gisteren gesport heb in plaats van gezeten. Mijn hond heeft zich bij me op schoot gepropt, waar ze allang veel te groot voor is, en we zijn een wirwar van haar en poten. Eigenlijk mag ze dat niet, maar ik laat haar. Zij begrijpt dat ik vannacht vier keer wakker ben geworden en de vierde keer in slaap viel met duizend gezichten 
voor me die allemaal van de man konden zijn . Zij begrijpt dat ik wilde dat er vanochtend iemand was die aan me vroeg hoe ik had geslapen. Zij begrijpt dat ik zou willen dat er iemand is die tegen me zegt dat ik inderdaad iets ergs heb meegemaakt. En hoewel ze niet kan praten, vertelt ze me dat allemaal tegelijk.

donderdag 17 april 2014

Witte Donderdag - eerste deel over zelfdoding

Ik zit in de stiltecoupé. Een trein te laat. Eigenlijk had ik een croissantje willen kopen, maar ik kon niet kiezen of ik er eentje met kaas of met vanille wilde. Daarom heb ik nu een liga. Ook voedzaam en waarschijnlijk een stuk gezonder. En dat interesseert me niet.

Voor mijn raam langs lopen drie mensen. Twee conductrices, één draagt een haarband met zilveren stiksels. Voorop loopt een man met een oranje koffer in zijn hand. Ik vraag me af waarom hij nog een koffer draagt. Een paar minuten geleden riep een conductrice met onvaste stem om dat we even stilstonden, want we hadden een aanrijding met een persoon.

Een fietser, denken we. De fiets knarste onder de trein door. Het gevoel dat je op zand kauwt, flitste door me heen. Ervoor hadden drie toeters geklonken, luid, dwars door de muziek van Rihanna. Pas toen de trein remde en de fiets werd vermalen, gaf ik een ruk aan mijn oortjes.

‘Dames en heren, we staan alweer even stil, we hebben een aanrijding met een persoon…’ Het wordt weer omgeroepen. De stiltecoupé is geen stiltecoupé meer. Direct na de klap werd die regel opgeheven. We hoopten dat het om alleen een fiets ging, dat de persoon er nog snel was afgesprongen. Maar het was niet alleen de fiets.