vrijdag 10 mei 2019

Zes tips om je boek écht af te maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Aan een groot project werken is ongelooflijk leuk, maar het kan ook lastig zijn, omdat je bijvoorbeeld fulltime werkt, studeert of het druk hebt, waardoor het schrijven niet snel gaat. Een paar maanden geleden tekende ik het contract voor mijn debuutroman en vandaag schrijf ik een blog over zes praktische tips die je helpen om je boek écht af te maken.

1. Maak een samenvatting van je verhaal (de synopsis).
Het maakt niet uit of je het voor of tijdens het schrijven doet, maar het op papier zetten van de belangrijkste ontwikkelingen van je verhaal is heel handig. Niet alleen krijg je een beeld van de omvang van het verhaal en de rol die de personages spelen in jouw plot, ook kan je tijdens het schrijven al toewerken naar de hoogtepunten van het verhaal, zoals bijvoorbeeld een moord of een plottwist. Daarnaast zorgt dit ervoor dat je je tijdens het maken van de planning (zie punt 3 en 4) al kunt verheugen op wat je nog gaat schrijven.

2. Deel je verhaal op in kleinere stukken.
‘Ik ga een boek schrijven van 60.000 woorden’ is een vrij schokkende gedachte. Daarom heb ik mijn eigen boek een twee akten-structuur gegeven, net als veel toneelstukken en musicals hebben. Voor mijn gevoel hoef ik nu maar twee keer 30.000 woorden te schrijven. Toen ik 15.000 woorden had geschreven, had ik al de helft van de eerste akte op papier staan – dat is een stuk motiverender dan bedenken dat er nog 45.000 moesten volgen om bij de 60.000 te komen. Een veel gebruikte structuur voor boeken is de drie akten-structuur. Voel je echter vrij om – net als ik heb gedaan – een eigen vorm te kiezen, elk verhaal is anders en elke schrijver ook.

3. Bepaal hoeveel woorden je per week gaat schrijven.
Als je naast schrijven nog andere werkzaamheden hebt, is het lastig om een vast aantal woorden per dag te schrijven. Daarnaast loop je al gauw achter op je schema als je een paar dagen niet kunt schrijven. Een vast woordaantal per maand wordt een erg hoog getal, dat demotiverend kan werken: 10.000 woorden per maand klinkt heel anders dan 2500 woorden per week. Ook loop je het gevaar dat je de eerste twee weken denkt dat je ruim voldoende tijd hebt, waardoor je in de tweede helft van de maand vastloopt. Per week plannen is daarom perfect: je hebt ruimte om een paar dagen niet te schrijven, terwijl de ‘deadline’ toch dichtbij genoeg is om je te motiveren.

4. Maak een schema waarin je bijhoudt hoeveel woorden je per week hebt geschreven.
Stel: je boek zal ongeveer 60.000 woorden tellen. Je hebt ingeschat dat het realistisch is om 2000 woorden per week te schrijven. Dat betekent dat je, als je op schema blijft, over uiterlijk dertig weken een eerste versie op papier hebt staan. Je kunt eigenlijk al gaan aftellen én je weet wanneer je boek ongeveer klaar zal zijn, dat is heel motiverend. Een schema kan je makkelijk maken in Excel, je vult elke week in hoeveel woorden je verhaal al telt en aan het einde van de week hoeveel woorden je dan hebt, zo kan je meteen zien hoeveel je hebt geschreven. Let erop dat je kiest wanneer een week begint (bijvoorbeeld op maandag om 0.01u) en eindigt (bijvoorbeeld op zondag om 23.59u). Op het plaatje hieronder zie je een fictief voorbeeld van zo’n schema (je kunt erop klikken voor een beter leesbare versie).

Een voorbeeld van een tabel. Je had al 6000 woorden en je probeerde er elke week 2000 bij te schrijven. Dat is gelukt!

Zelf werk ik met 3000 woorden per week. Daarvoor moet ik zes dagen een halfuur per dag schrijven (500 woorden per sessie). Dat betekent dat ik automatisch een vrije dag heb en vaak zelfs meer, omdat ik meestal meer dan 500 woorden in één sessie schrijf. Je zult je heel trots voelen als je jouw weekdeadline hebt gehaald (de kans dat je vóór gaat liggen op je eigen schema is groot) en het is erg leuk om je woordaantal zo te zien groeien!

5. Maak je bijpersonages interessanter.
Waarschijnlijk heb je al precies in je hoofd wat je hoofdpersonen meemaken tijdens het verhaal. Vergeet alleen de bijpersonages niet. Zeker wanneer je even vastzit met je hoofdpersonages, kan je aandacht besteden aan de verhaallijnen van de bijpersonages. Wie zijn zij? Wat willen zij? Waar waren zij aan het begin van het verhaal en waar zullen zij aan het einde zijn?

6. Slecht schrijven is beter dan niet schrijven.
De eerste versie van je boek zal niet perfect zijn. Als je even vastzit of bijvoorbeeld niet weet wat er precies moet gebeuren tussen twee plotontwikkelingen, zorg er dan voor dat je van punt A (waar je nu bent) naar punt B (het volgende interessante punt in je verhaal) schrijft, het maakt niet uit hoe. Mooie zinnen, goede dialogen en geloofwaardige beschrijvingen zijn even niet belangrijk. Later kan je alles schrappen of herschrijven - nu gaat het erom dat je een begin, een midden en een einde op papier zet. Je moet eerst een huis bouwen voordat je het kunt schilderen en inrichten. ‘Dit wordt een boek, dus het moet goed zijn’ is een gevaarlijke gedachte. Het is veel fijner om te denken: ‘Dit wordt een boek, dus het gaat goed worden!’


Bedankt voor het lezen van mijn blog. Al je vragen, reacties en doodsbedreigingen kan je kwijt onder dit bericht. Je mag ook mailen naar inhoudsloosgezwam@gmail.com of contact met mij opnemen via TwitterInstagram of Facebook. Op vrijdag 24 mei verschijnt een nieuw blogbericht met het thema ‘schrijven’. Ideeën zijn welkom!

2 opmerkingen: