dinsdag 10 september 2019

Zes tips om sociale situaties voor schrijvers te overleven

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract getekend voor mijn debuutroman en op mijn blog deel ik mijn ervaringen. Vandaag vertel ik over sociale situaties waaraan je als schrijver niet kunt of wilt ontsnappen: prijsuitreikingen, boekpresentaties en borrels. Deze evenementen zijn belangrijk voor het leggen van contacten en als je niet meer nerveus bent, worden ze zelfs leuk. Hier zijn zes tips om sociale situaties voor schrijvers te overleven.

1. Trek niet je nieuwste kleren aan.
Natuurlijk is het de bedoeling dat je wat leuks aantrekt, maar als je een outfit kiest die je al eerder hebt gedragen, weet je precies wat je kunt verwachten en hoef je bijvoorbeeld niet de hele avond bang te zijn dat die nieuwe high waisted broek toch afzakt. Bovendien voelt zo'n outfit vertrouwd en dat is geruststellender dan je zou denken. Hetzelfde geldt voor je haar en eventuele make-up: als ik nerveus ben, probeer ik nooit een nieuwe look uit.

2. 'Ik ken niemand' is géén excuus om niet te gaan.
De afgelopen week had ik twee borrels: één van mijn nieuwe universiteit, meteen op de eerste dag van de colleges, en één van mijn uitgeverij. Bij de eerste borrel kende ik niemand en bij de tweede bijna niemand. Binnenkomen is doodeng, maar guess what: eigenlijk is het heel makkelijk om ergens bij te gaan staan en deel te nemen aan het gesprek. Je moet (letterlijk) die stap zetten en dan komt alles goed. Als je geen idee hebt hoe je een gesprek moet beginnen: mensen praten graag over zichzelf, dus dat is een mooi startpunt.

Bovendien kan je altijd aan iemand vragen waarom hij/zij op de borrel is: 'Wat voor boeken schrijf jij?' Of bij een schrijfwedstrijd: 'Wat voor tekst heb jij ingestuurd?' Maak niet de fout om, zoals ik jaren geleden aan Ted van Lieshout vroeg op een literaire avond, te zeggen: 'Wat doe jij hier?' Hij was een heel aardige man en lachte erom, maar als je per ongeluk een redacteur te pakken hebt die interesse zou kunnen hebben in jouw manuscript, is het misschien een minder handige gespreksopener.

Vergeet niet dat je nooit de enige bent die niemand kent, anderen willen net zo graag met jou praten als jij met hen!

dinsdag 27 augustus 2019

Over mijn manuscript: halverwege en herschrijven

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract getekend voor mijn debuutroman en momenteel ben ik bezig met het verwerken van de feedback die mijn redacteur gaf op de eerste helft van het manuscript. Vandaag vertel ik over de verrassingen en uitdagingen die het herschrijven met zich meebrengt. Enjoy!

1. De eerste helft? Een redacteur leest toch pas mee als het manuscript af is?
Als jij een compleet manuscript naar een uitgeverij hebt gestuurd, leest een redacteur inderdaad een 'af' manuscript (meestal de eerste versie). Ik heb dat niet gedaan, ik had eigenlijk alleen een idee. Pas toen uitgeverijen geïnteresseerd waren, ben ik dat gaan uitwerken. Het is heel fijn om te schrijven terwijl je een redacteur hebt: zo kan je meteen hulp zoeken wanneer je vastloopt en als er een probleem opduikt, hoef je bijvoorbeeld maar 20.000 woorden te veranderen in plaats van 60.000. Dat scheelt heel veel tijd!

Zo ziet een half manuscript eruit: dubbelzijdig geprint en met ezelsoren omdat het gezellig meegaat in de trein, naar het park of naar het dakterras.

2. De volgorde veranderen
Mijn manuscript bestaat uit meerdere delen: de grootste zijn een verhaallijn in het 'nu' en flashbacks. Als je aan het schrijven bent, voelt het logisch om een bepaalde volgorde aan te houden. Zo vond ik het kennelijk een goed idee om negentig procent van de flashbacks in één hoofdstuk te proppen. Dat mag dus wat meer verspreid over het manuscript. Het is nog knap lastig om op een natuurlijke manier toe te werken naar een flashback zonder tegen de lezer te zeggen dat HIER EEN FLASHBACK IS. En wat dacht je van hoofdstukken? Wanneer is het tijd voor een nieuw hoofdstuk, wat is een goede laatste zin om een hoofdstuk af te sluiten, hoeveel scènes passen er in een hoofdstuk?

dinsdag 20 augustus 2019

Uitgeven in eigen beheer: vijf tips

Eén miljoen mensen in Nederland zijn bezig met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Als je wilt dat jouw verhaal wordt uitgegeven, zijn er grofweg twee paden die je kunt bewandelen: uitgeven via een reguliere uitgeverij of uitgeven in eigen beheer. Mijn vorige blog ging over reguliere uitgeverijen. Vandaag vertel ik over de tweede optie: uitgeven in eigen beheer. Wat is dat eigenlijk? Waarom zou je daarvoor kiezen? Hoe pak je dat aan?

1. Oriënteer je op wat uitgeven in eigen beheer inhoudt.
Bij een reguliere uitgeverij werk je samen met een redacteur aan je boek. De uitgeverij bepaalt samen met jou hoe het boek eruit komt te zien, zorgt ervoor dat er een professionele kaft komt, regelt recensie-exemplaren, stuurt persberichten, heeft een netwerk met nuttige contacten en begeleidt jou tijdens het volledige proces (voor dit alles hoef je niet te betalen: als er wel geld wordt gevraagd, heb je te maken met een vanity press). Wanneer je ervoor kiest om in eigen beheer te publiceren, moet je dit (veelal) zelf doen. Tenzij je zelf een fantastisch netwerk hebt, is de kans groot dat jouw boek hierdoor niet in de boekhandel terechtkomt en dat (grote) media jouw boek niet zullen recenseren. Kortom: als je een bestseller wilt schrijven, is eigen beheer misschien niet de manier van uitgeven die bij jou past.

Als je een verhaal voor bijvoorbeeld alleen familieleden, collega's of lotgenoten schrijft, is eigen beheer een heel fijne en betaalbare manier om een boek te maken. Bedenk vooraf goed wat jouw verwachtingen zijn van een boek, welke ambities je hebt: is schrijven een hobby of wil je professioneel auteur worden?


dinsdag 16 juli 2019

Ervaringen met reguliere uitgeverijen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Daarvoor heb je meestal een uitgeverij nodig. Op internet lees ik veel negatieve verhalen over traditionele, reguliere uitgeverijen. De afgelopen jaren heb ik een aantal van deze uitgeverijen beter leren kennen en begin 2019 tekende ik het contract voor mijn debuutroman bij Atlas Contact. Vandaag vertel ik over mijn ervaringen met redacteurs, afwijzingen en het schrijven van een boek. Zijn de negatieve verhalen terecht?

1. Redacteurs zijn aardig.
Online zie ik vaak kritiek op stagiairs en redacteurs. Dit is onterecht. Elke redacteur of stagiair met wie ik ooit heb gesproken was ongelooflijk aardig, zelfs wanneer hij of zij geen interesse in mijn werk had. Het zijn mensen die van lezen houden en goede boeken willen maken. Je kunt een redacteur verwijten dat jouw manuscript is afgewezen, maar dat ligt lang niet altijd aan hem of haar: misschien is het niet goed genoeg geschreven of heb je de pech dat de uitgeverij al een vergelijkbare publicatie op de planning heeft staan.

2. Uitgeverijen geven wél debutanten uit.
Mensen roepen veel te vaak dat uitgeverijen geen debutanten aanmoedigen, of dat er alleen BN’ers worden uitgegeven. Hier heb ik uitgelegd waarom dat niet klopt. Een reguliere uitgeverij vinden is niet makkelijk. Bij mij duurde het jaren. Ik heb meegedaan aan schrijfwedstrijden, een zomerkamp, een talentontwikkelingstraject en een Parijsresidentie. Ik heb talloze verhalen geschreven, hopeloos gefaald, afwijzingen geteld, overwogen om te stoppen, prijzen gewonnen, genoten, vrienden gemaakt en heel veel plezier gehad. Dat zijn stappen die veel debutanten zetten voordat ze bij een uitgeverij terechtkomen. Het is hard werken. Ik begrijp dat het makkelijker is om te zeggen dat uitgeverijen geen debutanten willen of dat alleen BN’ers welkom zijn, maar doe niet alsof dat de waarheid is.

vrijdag 10 mei 2019

Zes tips om je boek écht af te maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Het kan zijn dat je zelfs een boek wilt schrijven, bijvoorbeeld een roman of een thriller. Aan een groot project werken is ongelooflijk leuk, maar het kan ook lastig zijn, omdat je bijvoorbeeld fulltime werkt, studeert of het druk hebt, waardoor het schrijven niet snel gaat. Een paar maanden geleden tekende ik het contract voor mijn debuutroman en vandaag schrijf ik een blog over zes praktische tips die je helpen om je boek écht af te maken.

1. Maak een samenvatting van je verhaal (de synopsis).
Het maakt niet uit of je het voor of tijdens het schrijven doet, maar het op papier zetten van de belangrijkste ontwikkelingen van je verhaal is heel handig. Niet alleen krijg je een beeld van de omvang van het verhaal en de rol die de personages spelen in jouw plot, ook kan je tijdens het schrijven al toewerken naar de hoogtepunten van het verhaal, zoals bijvoorbeeld een moord of een plottwist. Daarnaast zorgt dit ervoor dat je je tijdens het maken van de planning (zie punt 3 en 4) al kunt verheugen op wat je nog gaat schrijven.

2. Deel je verhaal op in kleinere stukken.
‘Ik ga een boek schrijven van 60.000 woorden’ is een vrij schokkende gedachte. Daarom heb ik mijn eigen boek een twee akten-structuur gegeven, net als veel toneelstukken en musicals hebben. Voor mijn gevoel hoef ik nu maar twee keer 30.000 woorden te schrijven. Toen ik 15.000 woorden had geschreven, had ik al de helft van de eerste akte op papier staan – dat is een stuk motiverender dan bedenken dat er nog 45.000 moesten volgen om bij de 60.000 te komen. Een veel gebruikte structuur voor boeken is de drie akten-structuur. Voel je echter vrij om – net als ik heb gedaan – een eigen vorm te kiezen, elk verhaal is anders en elke schrijver ook.

vrijdag 12 april 2019

Vier gedachten die een schrijver onzeker maken

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Eerder dit jaar tekende ik het contract voor mijn debuutroman en een week geleden had ik mijn eerste borrel bij de uitgeverij. Onderweg ernaartoe had ik een lichte vorm van doodsangst: ik zou mensen ontmoeten die een boek hadden geschreven, daar nog mee bezig waren of boeken maakten – kortom, mensen die veel interessanter waren dan ik. Waar was ik mee bezig? Kon ik wel een boek schrijven? Zouden die mensen wel met mij willen praten? In dit blogbericht bespreek ik vier gedachten die een schrijver onzeker maken én hoe je daarmee om kunt gaan. Enjoy!

1. ‘Ik kan dit niet.’
Het is niet erg om te denken dat je iets niet kunt. Het is alleen jammer dat deze gedachte zichzelf vaak herhaalt, waardoor je het zo druk hebt met denken dat je bijvoorbeeld geen boek kunt schrijven dat je geen tijd meer over hebt om dat boek te schrijven. Wat mij helpt, is letterlijk een kookwekker zetten: tien minuten lang mag ik genieten van mijn eigen zelfmedelijden en verdrinken in negatieve gedachten, maar zodra de wekker een rotherrie maakt, is het klaar. Hoewel dit de eerste keren misschien een beetje raar voelt, weten je hersenen na een tijdje dat ze tijdens het schrijven niet mogen denken dat je het niet kunt.

2. ‘Die persoon reageerde niet enthousiast toen ik vertelde waar mijn boek over gaat.’
Dit overkwam mij en ik ontdekte dat je twee dingen kunt doen: de persoon in kwestie de nek omdraaien of dansen van blijdschap. Optie één is wellicht interessant als je inspiratie zoekt voor een nieuw boek, maar optie twee zorgt ervoor dat je dat nieuwe boek niet in de gevangenis hoeft te schrijven. Daarnaast is het logisch dat mensen niet enthousiast zijn: een boek bevat zo’n 50.000 woorden en jouw uitleg ongeveer drie zinnen. Als het verhaal in drie zinnen verteld kon worden, had je geen boek hoeven schrijven. Het gebrek aan enthousiasme betekent dus eigenlijk dat het goed is dat je een boek schrijft!


vrijdag 29 maart 2019

Vijf dingen die je niet tegen je proeflezers moet zeggen

In mijn vorige blogs vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Ik ben er één van, jij misschien ook. Naast dat ik schrijf, lees ik veel. Ik plaats regelmatig recensies op Hebban en Goodreads en daarnaast doe ik redactiewerk voor de bundels van Historische Verhalen. Vrienden, kennissen en onbekenden vragen vaak of ik hun inzending voor bijvoorbeeld een schrijfwedstrijd wil proeflezen. Mijn blog van vandaag gaat over vijf dingen die je beter niet tegen je proeflezers kunt zeggen. Enjoy!

1. ‘Je moet blij zijn dat ik jou vraag om mijn tekst te lezen.’
Veel beginnende schrijvers zijn trots op hun tekst. Dat is logisch, het is een prestatie dat je een compleet verhaal op papier hebt gekregen. Een tekst is echter vergelijkbaar met een huisdier: voor jou het leukste ter wereld, maar voor de rest van de mensheid niet altijd even boeiend. Een proeflezer leest jouw tekst om jou te helpen, dus jij bent degene die ‘blij moet zijn’.

2. ‘Als je mijn boek van 50.000 woorden proefleest, krijg je 50 euro. Goeie deal, toch?’
Dit is typisch zo’n vraag waarop iedereen nee zou moeten zeggen. Sommige mensen voelen zich door het woord ‘boek’ of ‘manuscript’ vereerd dat zij als eerste zo’n tekst mogen lezen en zien die vijftig euro als cadeautje, maar zo'n sprookje is het niet. Het is afzetterij. Mijn ervaring is dat ik, als ik een verhaal van een beginnende schrijver grondig proeflees, maximaal 1500 woorden per uur kan beoordelen. Uit een snelle berekening blijkt dat ik minstens 33 uur bezig ben met een manuscript van 50.000 woorden. Dat komt neer op een loon van €1,50 per uur. Dan kan je jezelf na het verbeteren van een hoofdstuk trakteren op een ijshoorn met één bolletje. Jammer wanneer je toevallig zin hebt in aardbei én chocola.

vrijdag 15 maart 2019

Wat mensen verwachten als je een boek schrijft

In mijn vorige blog vertelde ik dat er één miljoen mensen in Nederland bezig zijn met creatief schrijven. Sommigen werken aan een boek. Ik bijvoorbeeld, jij misschien ook. Het maakt niet uit in welk genre je schrijft, of je al een uitgeverij hebt gevonden (of van plan bent het boek in eigen beheer uit te brengen) en hoe ver je al bent. Zodra je de wereld hebt verteld dat je een boek schrijft, zal je merken dat mensen een bepaald beeld hebben van een schrijver – en dat dat beeld niet helemaal overeenkomt met de werkelijkheid. Mijn blog van deze week gaat over vijf dingen die mensen verwachten als je een boek schrijft en wat je daadwerkelijk doet als je een boek schrijft. Enjoy!

1. Je hebt geen tijd meer voor familie en vrienden.
Ja, een boek schrijven kost tijd. Wat veel mensen echter vergeten, is dat iemand die serieus aan een boek werkt waarschijnlijk al jaren tijd inroostert voor schrijven: korte verhalen, blogs, poëzie, manuscripten die nooit een boek zijn geworden… Veel beginnende schrijvers hebben, bewust of onbewust, een schrijfritme. Het boek zal een plaats krijgen binnen dat ritme en je sociale leven heeft daar weinig mee te maken. Het is waarschijnlijker dat je minder blogs zult schrijven dan dat je afspraken met vrienden moet afzeggen. Natuurlijk is ‘sorry, ik móét aan mijn boek werken’ wel het beste excuus ooit als je geen zin hebt om naar een saaie familieverjaardag te gaan.

2. Je moet inspiratie voor je boek opdoen in het buitenland.
Helemaal onlogisch is deze verwachting niet, want er zijn mensen die aan hun eerste boek werken en die inderdaad naar het buitenland gaan. Het klinkt heel romantisch en fantastisch, maar tenzij je een paar duizend euro van je uitgever of een slachtoffer van afpersing hebt gekregen is het niet altijd haalbaar. Zeker bij een eerste boek is het schrijven een leerproces of hobby. Zaken als studie, werk of een gezin zorgen ervoor dat het heel lastig is om een paar maanden van huis te gaan. Eén troost: gelukkig is Google Maps ook heel leuk – en bovendien heb je op Google Maps nooit last van luchtvervuiling, malaria of vogelspinnen.

vrijdag 8 maart 2019

3 redenen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent

In Nederland doen één miljoen mensen aan creatief schrijven (bron). Ik ben er één van en jij misschien ook. Inmiddels heb ik het contract voor mijn eerste boek getekend, maar veel van deze miljoen mensen zijn nog niet zover. Logisch: iedereen heeft een ander tempo en een ander doel. Toch zijn er mensen die graag hun boek willen publiceren en bij wie het niet lukt. Hoe komt dat? Een gebrek aan talent? Aan zelfreflectie? Of is het toch allemaal de schuld van de Nederlandse uitgeverijen? De blogpost van vandaag gaat over drie slechte excuses die je kunt gebruiken als je wilt uitleggen waarom je nog geen ‘echte’ schrijver bent. Ik zou willen dat ik ze had verzonnen, maar helaas heb ik ze echt gelezen. Enjoy!

1. Je moet BN’er zijn om bij een uitgeverij binnen te komen.
Dit excuus is speciaal voor iedereen die de hoop op debuteren heeft opgegeven. De kans dat je BN’er wordt, is namelijk nog kleiner dan de kans dat een uitgeverij je boek wil hebben. Hierdoor hoef je je niet meer af te vragen waarom je manuscript wordt afgewezen. Je hoeft je manuscript niet meer kritisch door te lezen om te kijken of het misschien toch niet zo goed is als je dacht. Je hoeft geen cursus ‘zelfreflectie voor beginners’ meer te volgen. Echt een topreden - alleen jammer dat dit statement niet waar is. Hieronder staat de longlist van de ANV Debutantenprijs 2018 (gejat van de website). Dit is een prijs voor debutanten, dus voor schrijvers die hun eerste roman hebben gepubliceerd.

Je kunt op de afbeelding klikken voor een versie die beter leesbaar is.

Natuurlijk zijn dit namen van influencers of bekende televisiepresentatoren. Je kent ze allemaal, toch? Gelukkig kijken er steeds minder mensen tv, dus wie weet heb je in de toekomst alsnog succes met dit excuus. En anders kan je altijd nog verhuizen naar een streng-christelijke gemeente waar niemand een televisie heeft of doet alsof.

vrijdag 22 februari 2019

Ik word schrijver, maar niet rijk

Inmiddels is het alweer een paar weken geleden dat ik het contract tekende voor mijn debuutroman bij uitgeverij Atlas Contact. Ik heb zoveel reacties gekregen dat mijn ego nog steeds rond de top van de Mount Everest zweeft. Het valt me alleen wel op dat veel mensen een verkeerd beeld hebben van het schrijven van een (eerste) boek. Daarom lijkt het me leuk om de meest voorkomende misverstanden op een rijtje te zetten. Enjoy!

1. Wow, je wordt BN’er!
Van schrijven word je niet beroemd. Als je per ongeluk een bestseller hebt geschreven misschien wel, maar de meeste auteurs (en zeker de meeste debutanten) hebben dat geluk niet. Ik mag al een feestje geven als er duizend exemplaren van mijn boek worden verkocht. Om het in perspectief te plaatsen: meer mensen zullen mij kennen van Twitter dan van dat boek.

2. Gefeliciteerd! Nu weet ik bij wie ik moet zijn als ik geld moet lenen.
Het is een heel groot misverstand dat schrijven je rijk maakt. In de vorige alinea schreef ik dat ik heel blij mag zijn als er duizend exemplaren van mijn boek worden verkocht, dat is veel voor een debuut. Ik verdien 10% van de verkoopprijs van het boek. Stel dat mijn boek twintig euro zou kosten, dan zou ik met duizend verkochte exemplaren (€2,- x 1000) tweeduizend euro verdienen.* Ongeveer een maandsalaris, best leuk, tot je bedenkt dat ik waarschijnlijk zo’n twee tot drie jaar aan dat boek heb gewerkt. Als je rijk wilt worden, kan je beter een andere carrière kiezen dan schrijver.

* = dit is eigenlijk ingewikkelder, maar het gaat iets te ver dat nu uit te leggen.