zondag 25 september 2016

Mais oui, Paris!

Ik ben weg bij RUMAG. Het was niet mijn keuze, ik kreeg eergisteren opeens een mail met die mededeling. Zeer apart, aangezien ze een paar dagen eerder nog mijn maat moesten hebben voor een shirt. Ik heb natuurlijk een mail teruggestuurd, maar aangezien ik zowel een antwoord als het shirt niet meer verwacht, heb ik mezelf wat kleren cadeau gedaan. Daar zocht ik toch al een excuus voor. :')

Zoals je in mijn vorige blog kunt lezen, gaat het momenteel op schrijfgebied niet echt fantastisch (ik vertel dat omdat het bij iedereen wel eens iets wat minder gaat en ik het absurd vind dat daar nauwelijks over wordt gepraat; het moet altijd maar goed gaan en leuk zijn, zeker op de sociale media) en dit was nog een extra duwtje. Shoppen helpt best goed tegen negatieve dingen, zeker als je per ongeluk een broek van drie maten te groot meeneemt naar het pashokje, maar het helpt tijdelijk.


Gisteren ‘moest’ ik optreden bij Vlaams-Nederlands Huis deBuren, de organisatie waarmee ik naar Parijs ben geweest. Ik had er zelf voor gekozen om op het podium te staan, want ik heb nog niet zo vaak voorgedragen en het leek me een goede kans om wat ervaring op te doen. Een paar maanden geleden las ik iets voor in de bibliotheek en nog wat eerder gaf ik een ‘persoonlijke speech’, maar dat is het wel zo’n beetje. Elk brokje ervaring is mooi meegenomen. Ik schreef in de eerste zin van deze alinea ‘moest’ omdat ik er niet meer zo heel erg veel zin in had. Door de eerder beschreven zaken heb ik momenteel niet echt het ‘ik klim nu op het podium, ga iets fantastisch voorlezen en jullie gaan luisteren en het geweldig vinden’-zelfvertrouwen.

Eenmaal in Brussel, waar deBuren is gevestigd, voelde ik me al wat beter. Het is een prachtige stad, de mensen bij deBuren zijn erg aardig en het was natuurlijk ook hartstikke leuk om mijn mede-Parijsgangers weer te zien. En wat waren ze goed! Het was een heel afwisselende avond met proza, poëzie, poëzie uit het hoofd, poëzie met muziek, muziek, dialoog, essays, tekeningen, een interview en zelfs een animatiefilm. Het is heel mooi wat je allemaal met taal kunt doen. Er waren gratis drankjes en ik heb mezelf zelfs nog nuttig gemaakt door de witte wijn te vinden die iemand uit het publiek graag wilde hebben. Mais oui, Paris!, zoals het programma heet, wordt op 17 december nogmaals georganiseerd, maar dan in Amsterdam. Kom zeker kijken als je tijd hebt, dat doe ik ook!

Uitzicht vanaf de eerste verdieping van deBuren.
Mijn eigen optreden begon als een nucleaire ramp. Iedereen kroop met zijn handen over zijn oren onder zijn stoel en wachtte bevend tot het was afgelopen. Nee, zo erg was het ook weer niet. Maar het begon wel een beetje erg. Ten eerste kwam dat door de tekst die ik voorlas (en absolúút niet door mezelf natuurlijk): een fragment met heel veel dialoog. Zoals dit, dus:

‘Parijs is op zich geen slecht idee,’ had hij gezegd, ‘maar er zijn dingen waar ze meer van houdt.’
‘Zoals?’
‘Ik weet niet of ik het kan zeggen, het is nogal onbeleefd.’
‘Seks?’
‘Nee – ik bedoel, ja, dat ook, maar het is nog erger. Veel erger.’
‘Nu ben ik heel benieuwd,’ zei ik.

Dit moet je echt góéd voorlezen, anders heeft het publiek geen idee wie wat zegt. Daar kwam ik tijdens het voorlezen zelf achter haha.

In Brussel kwam ik ook nog een straat tegen waar ik zeker zou willen werken.

Wat ook niet meehielp, was het feit dat ik als eerste werd aangekondigd. Achteraf gezien is dat natuurlijk de beste plek waar je ingedeeld kunt zijn, in het begin is iedereen superalert en bovendien ben je lekker snel van je eigen optreden/zenuwen af en kan je met 100% plezier naar de anderen kijken. Maar op het moment zelf was ik niet zo blij, hahaha. Ik had ruzie met de microfoon (die dankzij wat hulp snel was opgelost) en -

Ik moet ophouden met alles de schuld te geven, hè? Op het moment dat ik op het podium stond, spookte de toestand met RUMAG. door mijn hoofd, de toestand met schrijven, en was ik er opeens van overtuigd dat ik dit óók zou gaan verpesten. Het duurde een paar regels tekst voordat ik besefte dat het publiek niet zou weglopen als ik even een adempauze nam. (Bedankt, publiek.)

Daarna ging het veel beter. Het kon me opeens niet meer schelen wat het publiek vond of deed, mijn gedachten waren weg, ik zag alleen de tekst en ik las voor wat er stond. En ik vond het leuk (en achteraf vind ik het ook helemaal niet erg dat het niet vlekkeloos ging, dat kan gebeuren).

Mais oui, Paris! was niet alleen goed voor de ervaring – het was ook nog een goede ervaring.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten