maandag 27 juni 2016

Verslag finaleweekend Write Now! 2016

Ik zit op de tweede rij bij de prijsuitreiking van schrijfwedstrijd Write Now! en na vijf minuten wil ik naar de wc. Na vijftien minuten verlang ik naar de wc. Na dertig minuten moet ik naar de wc.
Het programma duurt in het totaal ruim anderhalf uur.
‘Kan ik het maken om naar de deur rennen?’ fluister ik tegen de finaliste naast me. Vanaf mijn stoel heb ik een perfect zicht op de deur. Erboven licht een groen bordje op met de tekst ‘nooduitgang’.
Het is inderdaad nood.
Hoge nood.

Haar antwoord is ‘doe dan, ik sta wel op’, maar ik weet dat ze eigenlijk ‘nee’ bedoelt. Deze finale is niet mijn moment. Mijn naam zal niet genoemd worden tijdens de prijsuitreiking, niet eens als eervolle vermelding. Dat verdien ik nog niet. Voor de publieksprijs had ik tot een paar dagen eerder nog hoop, maar ik wist voor de finale al dat mijn promotiecampagne was mislukt. Ik mag niet tijdens de interviews met mijn medekandidaten langs het podium rennen, ik mag geen seconde van de finale die misschien wel hun moment is stelen.
Dus ik haal de riem uit mijn broek om de druk op mijn blaas te verlichten. Het helpt nauwelijks. Het bordje ‘nooduitgang’ knippert uitnodigend. In elk geval is dit goed voor mijn zelfbeheersing, troost ik mezelf, en dit is ook een mooie kans om te kijken welke optredens en interviews me zo weten te boeien dat ik zelfs het gevaar van een tweede waternoodramp vergeet.

Tijdens de literaire stadswandeling eerder op zondag. Bron: Facebook Write Now!.

De dag voor de prijsuitreiking zijn alle finalisten al in Rotterdam. We zijn met vijftienen en we volgen een programma dat Write Now! voor ons heeft samengesteld. Eén van de eerste activiteiten is een speeddate met drie personen uit de literaire wereld, gecombineerd met een lunch. Aan de redacteur van uitgeverij Atlas Contact vraag ik, terwijl ik stukjes scone uit mijn mondhoek veeg, hoeveel ongevraagde manuscripten er daar worden uitgegeven. Een ongevraagd manuscript is (een gedeelte van) een voltooid verhaal dat je uit jezelf naar een uitgeverij mailt. Je bent dus niet ‘gescout’ of gevraagd om dat te doen. Het komt op een grote stapel terecht – Atlas Contact ontvangt ongeveer één manuscript per dag – en als het heel goed is, raakt een redacteur geïnteresseerd en wordt het een boek. Een droomscenario waarbij je dat neppe wereldje van contacten, slijmen en koffiedrinken niet nodig hebt. De meest eerlijke manier waarbij het puur om het verhaal draait, waarbij de auteur er niet toe doet.
‘Minder dan één procent,’ is het antwoord van de redacteur.
Misschien moet ik toch eens een cursus slijmen en koffiedrinken gaan volgen.

Later op de dag schrijf en krijg ik een ode, schreeuw ik samen met een groepje andere kandidaten tegen een tafelvoetbalspel en ga ik een vijl kopen met mijn kamergenootje. We logeren in een hotel en er slapen twee personen in één kamer. Mijn kamergenootje komt uit Brussel en kletst in dat gezellige Vlaamse accent.
Ik klets terug in mijn Brabantse slordigheid.

Tomaten-bietensoep met mierikswortel bij Gys in Rotterdam. Echt superlekker.

’s Avonds gaan we eten in een restaurant dat voornamelijk vegetarische, veganistische en biologische gerechten serveert. Het klinkt akelig gezond, dus ik bestel – gelukkig niet als enige, mijn kamergenootje is top – een kapsalon. Eentje met zoete aardappelen in plaats van friet, vleesvervangerblokjes in plaats van nou ja, vlees, en flink wat sla, tomaat en augurk. De portie verschilt niet van die van een echte kapsalon en hij is heerlijk.

Mijn kapsalon.

Helaas ligt mijn jas nog in het hotel en gaan we gelijk door naar theaterfestival De Parade. Verschillende finalisten en organisatoren van de wedstrijd bieden me jassen en vesten aan, maar ik zie dat ze zelf ook rillen en ik wijs alles af. Uiteindelijk duwt mijn kamergenootje een jasje in mijn armen.

Goed vol en even gratis als bier. Fantastisch geregeld.

Tijdens het festival zien we twee voorstellingen, drinken we Martini’s (die waren voor ons even gratis als bier) en gaan we in de zweefmolen. Later op de avond krijg ik mijn kamergenootje (zei ik al dat ze top was?) zo gek om mee naar een kraam te gaan waar je poffertjes kunt bakken. Uiteindelijk eindigen we in het centrum van Rotterdam aan een tafel en bestellen we jenever. Omdat het goor klinkt, ga ik voor een bessensmaakje. Jenever met bessensmaak klinkt keivolwassen, maar eigenlijk is het gewoon de Coebergh die je op je zestiende dronk.

Jenever met appelsmaak, jenever met bessensmaak en jonge jenever.

Wanneer het café in kwestie ons heel subtiel laat weten dat het sluitingstijd is, ga ik met de overgebleven kandidaten terug naar het hotel. Op de kamer, in het donker, raak ik in gesprek met mijn kamergenootje. Over literatuur en films, over jaloezie en concurrentie, over angsten en mooie dingen. We spreken uit dat wij deze finale niet gaan winnen. We gokken wie dat wel zal doen.
We gokken goed.

De volgende dag, de dag van de prijsuitreiking, weet ik de laatste verse muntthee van het ontbijt te scoren. Ik regel mijn eigen overwinningen. We krijgen een literaire rondleiding van anderhalf uur door Rotterdam, waarin ik het voor elkaar krijg om een gedichtje twee keer te mogen voorlezen omdat de halve groep me niet hoorde. Ik probeer elke finalist even te spreken. Ze zijn allemaal zo aardig, zo sociaal, zo gewoon. Niet de mensen die ik verwachtte bij hun ambitieuze, fantastische inzendingen. Niet hard.

Ontbijt met muntthee en dat geweldige jampotje.

Nadat we overheerlijke pancakes hebben gegeten als lunch, krijgen we een tweede workshop (de eerste was de vorige dag en ging over die odes). Hij gaat over voordragen en ademhalingstechnieken. Ik ben slecht in ademhalingstechnieken. Mijn lichaam concentreert zich te goed, waardoor zelfs mijn wenkbrauwen mee-ademen. Ik moet echt een manier zien te vinden om aan mijn voordrachtvaardigheden te werken, want ik ben geen goede performer, maar een kring van mensen die deze vaardigheden wel bezitten is niet de meest geruststellende leeromgeving.

Pancakes opscheppen vergt erg veel concentratie en is een uiterst serieuze zaak. Bron: Facebook Write Now!.

Het is een fantastische workshop waarvan ik veel opsteek, en de tijd gaat veel te snel. Opeens zit ik bij de prijsuitreiking, zijn mijn ouders en een goede vriendin er ook, en concentreer ik me op mijn blaas.
Een mooie kans om te kijken welke optredens en interviews me echt boeien, noemde ik dat eerder. Eigenlijk is dat alles. De presentatie is fantastisch, Ellen Deckwitz draagt voor en zij is gewoon gemaakt om voor een publiek te staan, een zanger maakt zijn gitaar kapot en het optreden alsnog geweldig, het juryrapport is boeiend, de uitreiking van de publieksprijs is leuk en de voordracht van winnares Roos is zo goed dat ik me pas herinner dat ik naar de wc moet als ik na de laatste zin begin met klappen.

Dat truitje voor de theepot MOET ik hebben.

Ik wil Roos en Stefanie (oké, ze gebruikt de naam Anyra als pseudoniem, maar ik ken haar gewoon als Stefanie) feliciteren met hun prijzen. Ze hebben die verdiend.

En ik?
Ik doe volgend jaar gewoon weer mee. Op naar vier finales van Write Now! op rij.

Na de finale ging ik gezellig met mijn ouders en goede vriendin eten bij Bazar. 

Alles over de winnares van Write Now! kan je hier lezen. Als je geïnteresseerd bent in het verhaal dat ik voor de finale schreef, kan je hier klikken. Over de finale van vorig jaar blogde ik overigens ook.

1 opmerking: