zondag 22 mei 2016

De vernedering van deze week

Ik voel me niet vaak nuttig. Eigenlijk voelde ik me nooit nuttig, tot ik vorig jaar begon met het geven van examentrainingen. Dit jaar had ik bijvoorbeeld een groep leerlingen waarvan de helft thuis geen Nederlands sprak. Dat waren heel leuke, intelligente jongeren, maar het eerste uur durfden ze niets te zeggen of te vragen, bang om uitgelachen te worden door mij of door de rest van de groep. Aan het einde van de laatste dag hoefde ik niet eens meer om antwoorden te vragen, meerdere vingers werden al opgestoken voordat ik klaar was met het voorlezen van de opgave.

Vandaag had ik ook gedacht dat ik me nuttig zou voelen. Ik rijd namelijk paard en vandaag was er een concours op de manege. Zelf zou ik niet meedoen. Weken geleden werd er gevraagd of ik wilde helpen, en hoewel dit concours middenin mijn tentamenperiode viel, besloot ik ja te zeggen. Het is leuk om te helpen, om kleine kinderen bloedfanatiek op pony's te zien rondcrossen. De hele dag zou ik het niet redden, maar een middagje zou een mooie afleiding zijn.

Gisteren sprak ik de organisatie nog, die heel blij was dat ik kwam helpen. Ik zou op het rooster worden gezet en tussen één uur 's middags en zes uur 's avonds aanwezig zijn. Over de organisatie kan ik niets slechts zeggen, dat zijn allemaal heel aardige mensen die ervoor zorgen dat de ruiters een leuke dag hebben. Over de manege kan ik ook niets slechts zeggen, want de paarden worden heel goed behandeld en iedereen is er betrokken en aardig. Veel kinderen die er rijden ken ik van het helpen tijdens het eerdere wedstrijden.

Iets te laat kwam ik het gebouw binnen. Parkeren was een grotere uitdaging dan ik had verwacht, maar gelukkig had ik nog een plek kunnen vinden. Bij het secretariaat werd me verteld waar ik was ingedeeld volgens het rooster. Ik zou proefjes - bij dressuur worden de oefeningen voorgelezen terwijl de ruiter door de bak rijdt - voor gaan lezen en ik zou helpen tussen de twee verschillende bakken waar werd gereden. Twee taken waarmee ik ervaring had.

Ik liep naar de rijbakken toe, wachtte tot het voorgelezen proefje klaar was en liep richting de andere vrijwilligers.
Maar er was geen hulp nodig, lieten zij me weten.
Nou ja, goed, ik vond het een beetje vreemd dat ik ergens was ingeroosterd waar blijkbaar geen hulp nodig was - achteraf denk ik dat er misschien ook mensen kwamen helpen die niet ingeroosterd waren - maar ik besloot bij de organisatie te vragen waar wel hulp nodig was.
Ik werd naar een ander deel van de manege gestuurd.
Maar daar was, volgens de vrijwilligers die er stonden, absoluut geen hulp nodig.

Ik weet niet of jij als lezer ooit ergens hebt rondgelopen, klaar om iets te doen, zelfs om iets anders dan je eigen taak te doen omdat de mensen daar je niet wilden, en vervolgens overal werd afgewezen - maar ik gun dat niemand.

De organisatie was - opnieuw - heel aardig. Eén van de mensen zei letterlijk dat zij wel bepaalde wie waar ging helpen en dat zij wel wat zou regelen. Echt heel lief. Maar ik wilde me niet opdringen. Ik wilde niemand voor de voeten lopen. En ik wilde eerlijk gezegd ook niet een hele middag samenwerken met mensen die mijn hulp helemaal niet wilden. Dat zou nog vernederender zijn dan de situatie nu was.

Het leukste kwam nog toen ik naar de auto liep: hij was ingesloten. Ik kon niet eens meteen naar huis.

Nadat er een andere auto was weggezet, moest ik een onmogelijke draai maken om uit de parkeerplaats te komen, een draai waarbij ik minstens zes andere auto's zou kunnen raken. Aangezien ik het niet aandurfde, heeft een toevallig passerende man het gedaan. In één beweging, zonder iets te raken.
Wauw.

Daarna voelde ik me natuurlijk helemaal nutteloos, haha. Nee, even serieus, het was een topactie van die man.
Zonder dat hij het wist, was hij het lichtpuntje van mijn dag.

Het bewijs dat ik kan paardrijden, ergens in 2015. Credits foto: Xantha Jacobs.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten