zondag 6 maart 2016

Schrijfplannen

Mijn laptop en ik zijn getrouwd. Ik denk dat we in maart samen ruim 20.000 kinderen, ik bedoel, woorden gaan produceren. Mijn maand zit vol, zo vol dat ik mijn agenda ben gaan gebruiken. Vreemd genoeg zit hij vol met schrijven.


Essays voor mijn studie, onderzoeken voor mijn studie, misschien een herkansing van een essay van 6000 woorden (of misschien niet, hopelijk dat laatste, ik heb echt een grafhekel aan academisch schrijven, objectief zijn en tienduizend keer je doodsaaie bronnen checken). Maar ook leuke dingen. Zo is vandaag mijn eerste historische verhaal gepubliceerd. Het heet Een dodelijk schot, het speelt zich af in het jaar 1201 in Mongolië en dit is de eerste alinea:

'Ik had geen gif nodig. Mijn vader zei dat ik eerder kon schieten dan rijden, dat ik op vijfjarige leeftijd een betere schutter was dan mijn broers. Als ik alleen was geweest, had ik nooit met ingehouden adem boven de zwarte vloeistof gehangen, wachtend tot er geen druppels meer van de punt van mijn pijlen gleden. Maar de anderen hadden naar me gekeken, geschreeuwd dat vandaag te belangrijk was. Als ik zou falen, zouden we allemaal sterven, beweerden ze. Ik gebruikte nooit gif en had nog nooit gefaald. Aan mijn ogen had ik genoeg: ze konden registreren, een centimeter van zwakte vinden en mijn vingers de weg wijzen. Mijn slachtoffer was al dood voordat hij van zijn paard gleed en vertrapt werd door andere hoeven.'

Als je het hele verhaal wilt lezen, kan dat hier. Het zal niet op mijn blog verschijnen.  Mocht je toevallig een hekel hebben aan de Mongolen, niet getreurd: over een paar dagen is de deadline voor mijn tweede historische verhaal en dat gaat over de Azteken. Als er geen gekke dingen gebeuren, publiceert RUMAG. vanaf mei blogs van mij en ook die zal ik niet plaatsen op Inhoudsloos gezwam. Sinds vandaag kan je alles wat ik doe en wat niet op mijn blog verschijnt vinden onder het kopje Publicaties. Mijn recente column voor Write Now! vind je daar ook.

Over Write Now! gesproken... De deadline is 1 april. Ik wil ongelooflijk graag weer meedoen, maar ik heb een probleem. Ten eerste schreef ik vorig jaar mijn beste verhaal tot nu toe voor die wedstrijd. Op Prinses - zo heette dat verhaal - heb ik belachelijk veel positieve reacties gehad, het heeft me naar het zomerkamp van uitgeverij Das Mag gebracht en me zelfs een aanbod van een andere uitgever opgeleverd (dat ik heb afgeslagen). Het liefst schrijf ik elk jaar een verhaal dat beter is dan het vorige, maar ik heb geen idee hoe ik iets beters kan schrijven. Daarom heb ik besloten om voor iets anders gaan. Goodbye comfortzone, goodbye zelfverzekerdheid. Dit jaar gaat het heel spannend worden (alleen al omdat ik benieuwd ben of ik de deadline ga halen) en ik kan al bijna horen hoe mijn inzending wordt afgemaakt in het juryrapport - maar nieuwe dingen uitproberen is goed. Zelfs als ze uiteindelijk niet werken.


Net had ik het al over RUMAG., waarvoor ik deze maand vier proefblogs ga schrijven. Daarna heb ik een evaluatiegesprek en als er geen gekke dingen gebeuren, rond ik in april vier andere proefblogs af. In mei komen ze dan online, als het blogplatform wordt gelanceerd. Mijn onderwerpen zijn al goedgekeurd, dus dat is een mooi begin.

Wat ik deze maand ook nog ga doen en wat ik godsgruwelijk onderschat, is een speech. Een SPEECH. Dat is een programma-onderdeel van een literair festival. Dat is serieus een droom die uitkomt: ik mag minutenlang een monoloog houden en de mensen in de zaal moeten naar me luisteren. Ik ga de organisatie voor de zekerheid vragen of de deuren op slot mogen, zodat ik het ultieme dictatorgevoel heb. Het enige minpuntje is dat ik sinds eergisteren weet wie er nog meer een speech gaan geven en dat zijn mensen die bijvoorbeeld een boek hebben gepubliceerd. Eigenlijk heb ik niets te vertellen. Maar goed, dat is voor mij nog nooit een probleem geweest, dus nu ook niet.


Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zó veel schrijfwerk in één maand heb gehad. Het is fantastisch en ik heb er heel veel plezier in. Door de drukte heb ik nauwelijks kans om na te denken, waardoor vragen als 'Waarom doe ik dit?', 'Waarom zou iemand dit leuk vinden?', 'Waarom stop ik hier niet gewoon mee?' of 'Waarom schrijf ik als een miljoen andere Nederlanders dat ook doen?' geen kans krijgen om me af te remmen.

Een jaar geleden had ik niet durven dromen dat ik mijn schrijfplezier zou terugvinden. Nu maar hopen dat het nooit meer weggaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten