dinsdag 24 november 2015

Samen uit, ...

‘Als de Eurostar rijdt, gaan we gewoon met de trein naar huis,’ zeg ik. ‘Afgesproken?’
‘Afgesproken,’ zegt Elisa*.

Het is zaterdagavond 21 november, mijn 21e verjaardag, en we zitten in een bar in Londen. Voor mij staat een halve liter ale, Elisa heeft een cider die Thatcher’s Gold heet. Het was mijn idee. Ik vind mijn eigen verjaardag een beetje ongemakkelijk. Mijn familie is groot, twee dagen na mij is een neef jarig, negen dagen na mij een andere neef, een dag later weer een neef en mijn overleden oma, en mijn verjaardag is ook nog eens de trouwdag van diezelfde oma en mijn nog levende opa. Op zowel de basis- als de middelbare school was ik niet de enige in mijn klas die jarig was op 21 november. Soms wisten docenten alleen dat ik jarig was en werd Pietje niet gefeliciteerd, soms wisten ze alleen dat Pietje jarig was en werd er niet voor mij gezongen.

Ik hecht zelf dus niet veel waarde aan die dag. Voor familieleden vier ik mijn verjaardag niet – dat bespaart ze weer een middag bij elkaar zitten zonder gespreksonderwerpen omdat ze die weken al zo vaak bij elkaar op bezoek moeten – omdat ik ze niets wil verplichten. Dat houdt ook in dat ik niets krijg. Als je geen feestje geeft, krijg je geen vijf, tien of twintig euro. Nee, het verjaardagscadeau is blijkbaar de entree die betaald wordt voor het feestje en niet de waardering voor de jarige.

Ik heb sowieso een hekel aan het krijgen en geven van geld. Dat is net alsof je een prijsje plakt op iemands persoonlijkheid. Liever geef ik iets wat iemand leuk vindt, of iets waarbij ik aan de jarige moest denken. Daarom vind ik het ook niet erg dat het niet vieren van mijn verjaardag me niets oplevert. Geld had ik toch niet gewild, dat verdien ik zelf wel, daar doe ik graag wat voor. Geld krijgen is het symbool voor de verplichting die mijn verjaardag is.

Daarom heb ik Elisa gevraagd of ze mee naar Londen wilde gaan. Met de trein, want dat is comfortabel en snel reizen voor een goede prijs, vonden we allebei. Op vrijdagmorgen om half vijf stapten mijn moeder en ik in de auto, klaar om haar op te halen en door te rijden naar station Essen (België). We zouden op zondagavond weer richting huis vertrekken.

Een foto die is geplaatst door Marjolijn van de Gender (@marjolijn1994) op

Op zaterdagavond bespreken we onze terugreis. We zouden met de Eurostar teruggaan en Elisa had net met me afgesproken dat we ons aan dat plan zouden houden als er geen verder nieuws zou komen over de situatie in Brussel. Onze trein is al geboekt, het geld al betaald. Maandag moet ik terug zijn, want ten eerste zou een vriendin van mij die avond optreden in Carré (ja, ze was fantastisch) en ten tweede, nog belangrijker, heb ik maandag colleges van mijn minor die ik absoluut niet kan missen.
‘Stel dat er toch iets gebeurt of dat de hel daar losbreekt,’ zeg ik, ‘dan gaan we overleggen. Vliegen doe ik liever niet, ik heb hoogtevrees en dat kost klauwen met geld, maar als er een aanslag wordt gepleegd of als de trein te onveilig is, gaan we overleggen wat we gaan doen.’
‘Ja,’ zegt Elisa.
‘En wat er ook gebeurt,’ ga ik verder, ‘we blijven bij elkaar. Samen uit, samen thuis.’
Zo ben ik opgevoed.

De volgende ochtend, op zondag dus, check ik het nieuws. Geen verandering, de Eurostar rijdt gewoon naar Brussel. We kunnen volgens plan terugreizen. Na het ontbijt gaan Elisa en ik bij elkaar zitten om door te nemen wat we die dag gaan doen – ze heeft voor alle drie de dagen in Londen een rooster gemaakt – en dan deelt ze het me mee.
Elisa gaat op maandag met het vliegtuig naar huis en ze heeft al gevraagd of ze een nacht langer in ons hostel kan blijven, wat geen probleem is.

Er is geen overleg. Ik hoor mezelf vragen of zij dit zaterdag al wist.
‘Nee,’ zegt ze.
Ze liegt tegen me, vertel ik haar.
Ze verheft haar stem en schreeuwt dat ik onzin praat.
Later vertelt mijn moeder me dat er vanuit Elisa’s huis naar haar is gebeld en dat haar al is verteld dat Elisa niet met de trein zou gaan. Dat telefoontje kwam op zaterdag, bijna twaalf uur voordat Elisa mij inlicht.

Ik voel me verraden. De vriendin die ik mee naar Londen vroeg heeft op eigen houtje besloten om zonder mij terug te gaan. Dat doe je niet, is mij geleerd. Als je samen weggaat, kom je ook samen naar huis.
‘Maar ik ben deze zomer ook alleen gaan vliegen,’ zegt Elisa. ‘Dat kan ik heus wel.’
Maar daar gaat het mij niet om. Ik kan ook prima met de trein, dat doe ik elke dag. Het gaat mij erom dat wij iets hadden afgesproken, probeer ik haar uit te leggen.
‘Vanuit thuis mag ik niet met de trein,’ zegt Elisa.
‘Je bent twintig, je bepaalt zelf wat je wel en niet mag.’
‘Je begrijpt het niet. Mij is gezegd –’
‘Jou is ook gezegd dat je niet in het donker over straat mag en dat je geen alcohol mag drinken.’
Uiteindelijk geeft ze toe dat dit ook haar eigen gevoel is. ‘Mijn veiligheid is belangrijker dan “samen uit, samen thuis”.’
‘Het is veilig,’ zeg ik. ‘De Eurostar rijdt. Hij zou niet rijden als het niet veilig was.’
Dan komt het verzoek of ik geen ruzie wil zoeken en ik moet er gewoon een gezellige dag van maken. Niet alleen vanuit haar, ook vanuit haar thuis, waarmee ik ook contact heb.
Dat is voor mij de druppel.
Elisa kan oprotten. Ik ga zeker wel ruzie zoeken en dit wordt geen gezellige dag. Ik heb geen zin om een hele dag alles te gaan doen en zien wat zij wil doen en zien en maar vriendelijk te moeten glimlachen, terwijl zij me heeft voorgelogen en een belofte heeft gebroken.

Wanneer Elisa boos is weggelopen en haar spullen bij mij heeft achtergelaten, kom ik erachter dat er vanuit België geen treinen meer naar Nederland rijden na mijn aankomst. Even lijkt het alsof ik ook niet vanuit Brussel in een andere stad kan komen. Mijn moeder, die al meer dan twintig jaar niet gevlogen heeft, probeert een vliegticket voor me te boeken. 230 pond. Eén pond is ongeveer één euro dertig. Zij betaalt het, zegt ze.

Via Twitter krijg ik hulp. Er blijken wél treinen van Brussel naar andere steden te rijden. Ik besluit de gok te wagen en eerst met de Eurostar naar Brussel-Zuid te gaan en vervolgens de intercity naar Antwerpen te nemen. Mijn ouders zullen me daar ophalen. Ze waren ook met liefde naar Brussel gegaan, maar daar mogen ze niet in, zeggen ze. Ze vertrouwen me. Dat zeggen ze niet, maar dat weet ik.

Elisa en ik kennen elkaar al jaren. Ik ben vaak met haar mee naar huis gefietst – en ik niet alleen – omdat ze niet in haar eentje mocht. Dat is wat ik me herinner als ik op een bank in het hostel zit en probeer te bedenken hoe ik de zes uur tot mijn vertrek ga vullen. Ik dacht dat het een soort code was, dat je wanneer je afsprak om samen te reizen ook samen zou reizen en dat je, als dat echt niet kon, zou overleggen. Maar ik dacht verkeerd, zoals ik vaker verkeerd denk. Elisa en ik hadden eerder op zaterdagavond al een moment van verbazing over jongens, waarin zij mij vroeg of ik soms bang van ze was en ik tegen haar zei dat ik geen drankjes aannam van jongens die niet mijn vriend waren of die ik geen hoop wilde geven. Mijn gedachten zijn gewoon raar, ik klop niet helemaal, ik snap niets van sociale contexten.

Terwijl ik op die bank in het hostel zit op de tweede dag van mijn compleet volwassen leven, realiseer ik me iets.
Ik had alleen moeten gaan.
Het maakt niet uit hoeveel vrienden je denkt te hebben, het maakt niet uit dat je je in de meest fantastische stad van Europa bevindt en het maakt niet uit dat je telefoon de meldingen van felicitaties niet kan bijhouden.
Uiteindelijk ben je alleen. Als ik in mijn eentje naar Londen was gegaan, was die ontdekking in elk geval geen verrassing geweest.

Vervolg: ... alleen naar huis
* = Elisa is natuurlijk niet haar echte naam. Ik heb dit bericht niet geschreven om deze persoon af te zeiken, maar ik wil meer blogs over Londen schrijven en daarvoor is deze context nodig.

2 opmerkingen:

  1. Natuurlijk moet je niet alleen gaan, in een prachtige stad als London wil je ter plekke je ervaringen met iemand delen! Je moet alleen goed je reisgezel kiezen :-) Die Elisa is raar (en dus jij zeker niet!), overleggen over veranderde plannen lijkt me de normaalste zaak van de wereld als je samen reist.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Pffff niet overleggen en dan nog liegen ook... die meid is niet helemaal goed opgevoed :-( Het toont karakter dat je je niet hebt laten overhalen om de hele dag met een fake-smile en frisse tegenzin door Londen te gaan lopen!

    BeantwoordenVerwijderen