vrijdag 16 oktober 2015

Façade

'Op de derde plaats staat een verhaal dat je meteen grijpt en de lezer op het verkeerde been
zet. Van een ogenschijnlijk onschuldig liefdesverhaal belandt de lezer opeens in een poel
des verderfs. Dit wordt bijgezet door bijzonder krachtige details. Zinnen als “haar krultang
koelde af op de wasbak, omringd door watten met meer kleuren dan ik kende” deden de jury
opspringen. Deze observaties, in combinatie met het niet uitgesproken maar zeer sinistere
einde, deden ons ertoe besluiten om de tekst “Façade” van Marjolijn van de Gender te
belonen met de derde prijs.'

- Ellen Deckwitz, juryrapport Write Now! Den Bosch 


Mijn meisje is mooier dan ooit. Ze staat me toe om haar lichaam aan te raken, om haar schouder te strelen. Ze ruikt heerlijk zoet. Ik zou willen dat je die geur kon opsnuiven, dat je naast me kon zitten en naar haar kon kijken. We zouden urenlang staren en ik zou je dit verhaal niet hoeven vertellen. Maar je bent hier niet, je kent haar niet, dus zal ik mijn best moeten doen om haar te beschrijven, zodat je begrijpt waarom ik zielsgelukkig ben.
Haar sjaal voelt zacht tegen mijn huid, alsof ze mijn liefkozingen beantwoordt. Vier nachten eerder was ik doodsbang dat ik haar zou kwijtraken. Het lijkt langer geleden, alsof het verdwijnen van die angst de tijd heeft vertraagd.

De dagen waren korter geworden sinds het meisje naar de zolder was verhuisd. Het getik van haar hakken op de vloer was even vertrouwd als de aanblik van haar roze, witte of lichtblauwe jurk. Haar krultang koelde af op de wasbak, omringd door watten met meer kleuren dan ik kende. Toen ze nog geen maand in de studentenkamer woonde, had ze me in een hoek gedreven en stond ze voor me met dat kreng in haar hand. Ze sloeg, maar durfde me niet te raken.
Ik werd vrolijk van de herinnering en ik trippelde naar de andere kant van de kamer. Op het bureau stond een laptop. Het scherm toonde een blauwwit logo en een profiel vol foto’s van mijn lachende meisje, stralend tussen andere meisjes, die vreemd genoeg een spijkerbroek droegen en hun lippen niet hadden gestift. Mijn meisje was mooier dan zij bij elkaar en dat mocht ook, want ik keek vaak hoe zij in de weer was met tubes, borstels en watten en haar gezicht omtoverde in dat van een koningin.
Die dag kwam ze laat thuis. Ze had een maaltijdsalade bij zich, die ze op de tafel voor de televisie neerzette. Daarna trok ze haar hakken uit, masseerde ze haar voeten en haalde ze een handbeschilderd bord. De helft van de sla legde ze erop en zorgvuldig strooide ze daar stukjes kaas en plakjes komkommer overheen. Een paar druppels dressing maakten het geheel af. Ze fotografeerde de salade met haar telefoon, liet haar vingers over het scherm glijden en at. De helft van de helft uiteraard; de rest verdween in de prullenbak.

Een uur later trok mijn meisje haar hakken weer aan. Normaal schopte ze die na het eten in een hoek, waar ze de rest van de avond bleven liggen. Nieuwsgierig volgde ik haar bewegingen.
Ze bekeek kamer, schudde haar hoofd en haalde een stofzuiger. Het geluid deed me pijn. Ik haastte me naar het plafond, want daar zou mijn meisje zelfs op haar hakken niet bij kunnen komen.
‘Waarom kan het hier verdomme nooit schoon zijn?’ Haar stem was schril. Ze gooide de stofzuiger aan de kant, pakte een veger en blik en schoof onzichtbare scherven op het metaal. Een halflege rol pepermunt lag op de vloer en ze duwde hem met de neus van haar schoen onder de bank. Ooit had ze één van mijn zusjes op dezelfde manier de deur uitgewerkt.
Een doekje ging over de grote spiegel, een kwast met poeder over haar gezicht, een mascaraborstel over haar aan elkaar plakkende wimpers, een vestje over de jurk, en terwijl ze zich afvroeg of ze een andere panty aan moest trekken, ging de bel.
‘Zeven minuten te vroeg!’ fluisterde mijn meisje tegen haar spiegelbeeld. Ze greep de stofzuiger en snelde de trap af. Een verdieping onder me sloeg een deur dicht en haar hakken tikten verder naar beneden.
‘Je hebt je pak aan!’ Haar vreugdekreet was luid. ‘Wat lief dat je je aan die belofte hebt gehouden.’
Ik verhuisde naar een betere plek. Op mijn meisje na waren er nooit mensen en dat wilde ik zo houden. Ze was van mij. Ik hoefde geen hij op onze zolder.
Hij was een blonde jongen, die inderdaad keurig in het donker gekleed ging, inclusief een vlinderdasje. De wangen van mijn meisje bloosden van plezier, of ze had er onderweg naar beneden een keer extra in geknepen.
‘Wacht,’ zei ze voor hij op de bank kon neerploffen. ‘Eerst moet ik een foto van ons maken. Anders kreukt je broek en dat zien mensen gegarandeerd.’
‘Komt hij op Facebook?’ vroeg de jongen.
Ik kroop over de muur boven de televisie. Zijn blik gleed over mijn lichaam en hij verstijfde.
Mijn meisje greep zijn arm. Ze volgde zijn ogen en sperde de hare wijd open. Haar pupillen deden me denken aan de resten van mijn maaltijden: omhulsels die dienden om de leegte te verbergen. Niet dat ze lelijk waren, absoluut niet. In tegenstelling tot mijn meisje hield ik van eten.
Alsof ze mijn gedachten had geraden, keerde ze me de rug toe. ‘Iedereen mag toch weten dat we een stel zijn?’ zei ze opgewekt en ze gaf de jongen een duw, zodat hij gedwongen was om naar haar te kijken.
‘Een stel? We kennen elkaar pas twee weken.’
Ze lachte, leunde tegen hem aan en hield haar hoofd schuin. Op het scherm van de telefoon zag ik dat haar lach meer tandvlees dan tanden bevatte. Dat besefte ze zelf ook bij het terugkijken van de foto en op een verleidelijke toon die ze nooit tegen mij aansloeg, vroeg ze de jongen of hij er alsjeblieft nog eentje wilde maken.

Na een paar glazen wijn en meer blikken op mij stond hij op. Mijn meisje pakte zijn mouw en trok hem terug. ‘Weet je,’ zei ze, ‘dat het meest linkse meisje op mijn profielfoto geen make-up draagt?’
‘Welk meisje?’
Ze haalde haar telefoon tevoorschijn en duwde hem onder zijn neus. ‘Met dat blauwe shirt. Ze ziet eruit als een lijk, kan geen mannelijke aandacht krijgen en haar statussen hebben nooit meer dan tien vind-ik-leuks.’
‘Waarom sta je dan in godsnaam met haar op de foto?’
Mijn meisje haalde haar schouders op. ‘Haar aanwezigheid maakt de rest van ons mooier. Zie je trouwens dat ze op elke foto aan de buitenkant staat?’
‘Wat is daar erg aan?’
‘Je moet altijd zorgen dat je positie in het midden is,’ zei ze. ‘Dan lijk je populairder.’
‘Interessant.’ De jongen trok zich los, kwam overeind en strompelde naar de trap. ‘Bedankt voor de leuke avond Cassandra, maar ik eh, ik heb nog een feest, dus ik moet gaan.’
Mijn meisje liep hem achterna en drukte een kus op zijn wang. ‘Het was geen moeite,’ loog ze. ‘Veel plezier.’
Ze bracht hem naar beneden, kwam terug en zette de televisie aan. Na de zoveelste programmawisseling pakte ze haar telefoon weer en ze maakte een foto van haar volle wijnglas.
‘Een fantastische avond met Xavier,’ zei ze hardop, terwijl haar vingers op het scherm tikten.

Ik verborg me in een donkere hoek. Mijn meisje kroop in haar bed, speelde met haar telefoon en stond uren later op. Voorzichtig volgde ik haar. Ze liet zich in de bureaustoel vallen en drukte een toets van de laptop in. Het logo kwam tevoorschijn en ze vergrootte een foto. Ik herkende de meisjes in de spijkerbroeken. Hun haren waren langer dan op de profielfoto en hun gezichten stonden volwassener. De jurk ontbrak.
‘Het was gisteren gezellig met mijn vriendinnen,’ las mijn meisje. ‘Uiteraard hebben we het weer veel te laat gemaakt en zitten we zo met een kater bij het college.’
Ze aarzelde en stuurde het pijltje op het scherm naar de vind-ik-leuk-knop. ‘De volgende keer moeten jullie mij vragen,’ mompelde ze. ‘Tilburg is verdomme niet het einde van de wereld.’

Ik weet niet wat ik heb gedaan om haar liefde te verdienen. Misschien heeft ze gezien hoe prachtig ik kan weven, heeft ze minuten stilgestaan om mijn werk te bekijken, en heeft haar lichaam daarom de geur aangemaakt. Speciaal voor mij, denk ik, en ik dans over haar schouder. Ze zweeft tussen de spijlen van het bed en de vloer, gewichtloos door de liefde.
Je zou haar moeten zien. Kom naar de zolder. Ik heb geen adres, want ik ben nog nooit buiten geweest, maar je weet het vast te vinden. Volg je neus. Zolang je geen hij bent met een pak en een overmatige interesse in mij, vinden we je allebei leuk. Mijn meisje zal blij zijn als je de trap op stommelt. Ze verdient vrienden met twee poten.
Een muis piept. Hij durft nu open en bloot over de tafel te rennen en geluid te maken, wat me enigszins irriteert. Waarschijnlijk heeft hij honger. De kaas uit de salade is al een tijdje op.
Ik hoef geen honger te hebben. Sinds een paar dagen lokt de prullenbak van mijn meisje vliegen, die zo dom zijn dat ze pas doorhebben dat ze in mijn geïmproviseerde web verstrikt zijn geraakt als hun vleugels tegen de draden plakken. Mijn kaken doen bijna zeer van het vele gebruik.
Mijn meisje heeft ervoor gezorgd dat ik niets tekortkom. Het liefst zou ik haar kussen, maar ik ben bang dat ze beweegt en dat ze me zal wegduwen. De sjaal kriebelt.
‘Gekocht bij een winkeltje om de hoek,’ zei mijn meisje drie nachten geleden, terwijl haar vingers over het scherm van haar telefoon gleden, ‘en ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden.’


Met dit verhaal werd ik derde in de Brabantse voorronde van Write Now! 2014 en won ik een wildcard voor de finale. Dit verhaal werd uitvoerig besproken op internet ('Ze is met de jury naar bed geweest, anders had dit nooit een prijs kunnen winnen'), kostte me een vriendschap en nee, het is niet autobiografisch.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten