zaterdag 26 september 2015

Bedelaars in de trein

Datum: afgelopen woensdag.
Tijd: ergens tussen zes en zeven ’s avonds.
Plaats delict: de stiltecoupé (het zal ook eens niet).

Misschien had ik inderdaad niet voor de stiltecoupé moeten kiezen, maar ik had hoofdpijn en het leek me de beste plaats om mijn overwerkte hersens wat rust te gunnen. Ik sliep niet en was ook niet wakker; als ik een laptop was geweest, had ik in de sluimerstand gehangen. Weg en toch klaar om op te lichten wanneer iemand een toets aanraakte. Dat gebeurde. Iemand raakte me aan. Iemand met een wit A4 vol zwarte letters in zijn hand.
Of ik geld over had voor eten en drinken, vroeg hij.
Ik was net wakker, mijn hoofd begon weer pijn te doen en ik was stomverbaasd dat die man zo vasthoudend was, dus ik deed alsof ik op mijn telefoon keek.
‘Hallo? Hallo? Contact?’ De hand van mijn man zweefde tussen mij en mijn telefoon.
Ik liet hem zakken, mompelde een ‘nee’ of misschien zelfs een ‘nee, sorry’ en tweette naar de NS dat er een vervelende bedelaar in mijn treinstel rondliep. Daarna zakte ik weer terug in de sluimerstand.



Tot de tweede bedelaar kwam. Ik hoorde hem aankomen en mijn hoofd bonkte nog eens extra pijnlijk. De man liep naar mij toe, kwam naast me staan, begon zijn verhaal en –
– ik beet hem toe: ‘Meneer, wilt u hier alstublieft weggaan? U bent al de tweede bedelaar in deze coupé en ik ben dit spuugzat.’
Halverwege die tweede zin voelde ik me een gigantische trut, maar schuin tegenover me zat een meisje van mijn leeftijd dat het blijkbaar aanvoelde. Ze knikte me bemoedigend toe terwijl ik de zin afmaakte, en na afloop glimlachte ze goedkeurend.
De man verliet de coupé bijna zonder nog één woord te zeggen. Pas vlak voor de deur, op het moment dat hij dacht dat ik hem niet kon horen, boog hij zich naar nieuwe slachtoffers toe.
Op dat moment had ik gigantisch veel zin om iets naar zijn rug te gooien. Niet heel sociaal, ik weet het. Het enige zware wat ik bij me had, was mijn laptop. Die zou de man ongetwijfeld hard raken, maar ja, dat zou hetzelfde zijn als mezelf onthoofden en vervolgens mijn hoofd naar hem smijten. Dat ding is mijn leven.
Daarom stuurde ik nog maar een boze tweet naar de NS (nee, dat lucht niet op) en googelde ik mijn hoofdpijn bij wijze van afleiding. Blijkbaar had ik een TIA, hersenbloeding, beroerte en hersentumor tegelijk. Fantastisch.

Ik weet heel goed dat mensen niet voor niets bedelen, maar opvang voor daklozen is in Nederland gratis. Mensen kunnen gewoon een uitkering aanvragen, niemand hoeft hier te bedelen voor zijn eten. Daarom geef ik uit principe geen geld. Al het andere is prima, ik koop zo een flesje water of een broodje voor iemand met honger, ik weiger alleen om iemands verslaving te sponsoren. Aangezien er geen meldpunt voor bedelaars in de trein bestaat, wil ik iedereen die dit leest vragen om hetzelfde te doen. Als we die mensen geen geld geven, vallen ze geen onschuldige treinreizigers meer lastig.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten