woensdag 30 april 2014

Liefde en andere onzin

Mijn meisje.
Drie keer staat die woordgroep op mijn Facebook en drie keer walg ik ervan. Alles aan die twee woorden is fout: het bezittelijke voornaamwoord, het verkleinwoord (zeker als er iemand van rond de twintig mee wordt bedoeld) en de alliteratie. Het straalt een vreemde soort dominantie uit, het gevoel dat ‘mijn meisje’ afhankelijk is van degene die die woorden typte.

Maar ik ben de enige die er zo over denkt, en ook de enige die Tinder een afschuwelijke vleeskeuring vindt en daar niet aan mee wil doen. Ik ben liever de rest van mijn leven alleen dan dat ik op de bank moet zitten met iemand die mij op basis van een zwaar bewerkte foto heeft gekozen (en me na drie dates weer laat zitten omdat hij iemand met betere photoshopvaardigheden heeft gezien) of met iemand die me ‘mijn meisje’ noemt. Of ‘die chick’, zo werd ik laatst aangesproken. Toen ik dat gesprek aan vriendinnen liet lezen, vonden ze dat tot mijn verbazing niet eens storend. Ik zal wel een afwijkend ras zijn, of zo.

Wat is er mis met je geliefde spontaan leren kennen? Waarom geven mensen elkaar van die rare namen als ‘die chick’ of ‘mijn meisje’ of ‘mijn boy’ (ook vreselijk)?
Omdat ze verliefd zijn, is het antwoord dat ik kreeg toen ik het eens aan iemand vroeg.
Lekker romantisch hoor, een date tussen Die Chick en Mijn Boy.


Als ik ooit schrijver wil worden, is het belangrijk dat ik de liefde snap, zodat ik daarover kan schrijven. Normale mensen hebben immers zo’n drie tot acht partners per jaar en het liefst nog meer in bed,  en daar willen ze over lezen.
Ik snap de liefde niet. Ik vind het geen liefde om elkaar van die denigrerende woorden te geven of om een meisje ‘die mooie chick’ te noemen. Ik vind Edward in Twilight een creep en een stalker, want hij staat elke avond te kijken hoe Bella slaapt en zij vindt dat prima. Nou, als ik iemand naast mijn bed zou betrappen die keek hoe ik sliep, sloeg ik zijn (of haar?) hersens eruit met mijn bowlingkegel. (Zie je, ‘mijn’ bowlingkegel, want die is mijn bezit, die heb ik gekregen – een mens kan je bezit niet zijn, tenzij je je per ongeluk nog in het slaventijdperk bevindt.)
Maar zo werkt het blijkbaar niet, want Twilight is ontzettend veel gelezen en de films zijn nog steeds populair.




Liefde is makkelijk als je knap bent, als je voldoet aan de schoonheidsidealen of als je iets speciaals in je uitstraling hebt. Zo heb ik een paar vriendinnen die echt iets moois uitstralen en in hun aanwezigheid word ik ook mooi, wordt iedereen dat.

Voor hun is liefde iets vanzelfsprekends. Als ze het zouden willen, staat er op elke straathoek een partner klaar. Voor hun is liefde een kwestie van kiezen.
Het probleem is hetgeen wat er na die keuze komt. De film is dan al geëindigd (tenzij hij een epiloog heeft, maar op een enkele uitzondering na zijn epilogen stom).  Er zijn twee opties: of het nieuwe stel blijft de rest van het gezamenlijke leven bij elkaar, of het nieuwe stel doet elkaar ontzettend veel verdriet.
Allebei nogal benauwend, nietwaar?
Tenzij je verliefd bent. Dan zie je optie twee niet meer. Dan bestaat er alleen maar optie één, tot de verliefdheid aan één van beide kanten afzwakt of tot er iemand gaat nadenken.

Maar dat is niet de schrijversvisie van liefde. Een verhaal is namelijk net als een film: je kunt het laten eindigen waar je wilt. Die keuzes hoeven niet te bestaan (of één van de keuzes hoeft niet te bestaan, zie Twilight). 
En wat doe je als je iets niet begrijpt?
Dan improviseer je.
Bij iets als wiskunde gaat dat negen van de tien keer gigantisch fout, maar bij schrijven gaat het veel vaker goed. Mensen vinden dat je wat origineels hebt bedacht, terwijl je dat niet bedacht hebt om origineel te zijn, maar om je gebrek aan kennis te verbergen.  Of nou ja, ik, het kan zijn dat andere mensen die zieke liefdesverhalen schrijven wel de exacte betekenis van dat woord kennen.



Voor mij is liefde de tweede keuze. Het is de begin- en slotscène van Moulin Rouge, de waas van kleuren en woorden en een typemachine en vooral emotie. Ik snap er geen hol van, maar het geheel raakt me.
Ik denk erover na.
Wat ik eigenlijk ook doe wanneer ik een goed boek lees.
En wanneer ik een verhaal schrijf dat minder slecht is dan het vorige.
En wanneer ik de zon ’s morgens door de gordijnen heen zie schijnen.
En wanneer ik een extreem hoog of een extreem laag cijfer terugkrijg.
En wanneer ik door te paard door de bossen cross.
En wanneer ik gelijk heb.
Misschien is dat de reden dat ik liefde niet begrijp, dat ik het nut niet inzie van rare woordjes of me vanaf de zijlijn afvraag waarom mensen twee duidelijke opties niet zien, dat ik improviseer, dat ik hem nooit fatsoenlijk op papier zal kunnen krijgen.
Omdat liefde het leven is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten