dinsdag 22 april 2014

In de trein

De trein toetert. Vier keer twee keer achter elkaar. We rijden heel langzaam. Uiteraard zit ik in de voorste coupé en uiteraard schrik ik. Maar er is niets aan de hand. We rijden over een spoorwegovergang, een bewaakte, waar een rij auto’s achter staat. Het is niet zoals afgelopen donderdag.

Hiervoor had ik nog nooit een toeter van de trein gehoord, of er misschien nooit op gelet. Het is best een apart geluid, hoger dan je zou verwachten. Het klinkt te vriendelijk voor hetgeen wat het kan aankondigen. We zijn bijna bij het punt waar het op Witte Donderdag gebeurde. Ik kijk naar buiten, maar ik weet niet of ik de plek wil herkennen.

We rijden erlangs en ik scheur de verpakking van de muffin die ik bij me heb open. Ik eet. Er zitten stukjes pure chocolade in.
‘Over enkele ogenblikken naderen wij station Breda,’ wordt er omgeroepen.
Voor de verandering is het druk in de coupé. Normaal kan ik voorin in mijn eentje op een bank zitten, nu zitten er pratende mensen naast me en om me heen.

De bouwval is een opluchting. Vanaf nu kan er niets meer misgaan, wat natuurlijk onzin is, maar mijn hersens proberen me dat wijs te maken. En dat vind ik prima. Tussen september en nu is alles goed gegaan, op één incident na. Tussen nu en september zal alles weer goed gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten